Doorzoek volledige site
19 december 2016 | FILIP CANFYN

Recensie (Filip Canfyn): Verkavelingsverhalen

Illustratie | Public Space

We kennen allemaal mensen met guilty pleasures. Ze kicken beschaafd op dingen, die eigenlijk niet mogen of niet horen. Met zakdoeken zwaaien op trouwfeesten, naar heruitzendingen kijken van FC De Kampioenen of onder dekentjes kruipen bij haardvuren. Na het lezen van 'Verkavelingsverhalen' weet ik dat ook architecten een weerbarstige guilty pleasure hebben, met name verkavelingen, en dat ze zich een beetje schamen voor die onwelriekende afwijking. 

Ik heb het boek toch met plezier verslonden maar zonder zijn overmaat aan aandoenlijke eerlijkheid en zonder zijn gebrek aan wijsneuzige arrogantie zou ik het in de verste hoek gekeild hebben. Kortom, een boeiend boek in een betonstoptijd, waarin niet alleen rechters wereldvreemd kunnen doen.

Cijfermateriaal van Ruimte Vlaanderen zet de toon. Een kwart van de huishoudens woont in een of andere verkaveling, die met bijna 80% zekerheid buiten stedelijk gebied ligt en die medeverantwoordelijk is voor een gestaag groeiend grondverbruik van meer dan 60.000 hectare op ocharme 50 jaar. Waar in 1960 een kavel gemiddeld 750 m² bezet stijgt deze consumptie tot 850 m² in 1980 om vanaf 1990 te krimpen tot een nog altijd lijvige 530 m² vandaag. Met deze zeer belangrijke nuance: landelijke kavels vragen altijd gemiddeld 100 m² méér (600 m² vandaag), stedelijke kavels krijgen altijd 150 m² minder (400 m² vandaag).

En dan komt de kat op de koord. De auteurs stellen dat binnen de ruimtelijke planningswereld een consensus bestaat over het problematische karakter van verkavelingen maar niét over de prioritaire oplossing. Twee denkrichtingen worden gedetecteerd. Primo, het purisme (woordkeuze voor rekening van de auteurs), dat pleit pro een compacte stad en anti een besmettelijke suburbanisatie, dat verkavelingen wil schrappen en kernen wil verdichten, dat dus vandaag (op zijn minst lippendienstgewijs) gedragen wordt door het verse Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en zeker door Bouwmeester Leo Van Broeck. Secundo, het compromis, dat pleit pro een diffuse stad naast een efficiëntere woonspreiding, dat verkavelingen wil verduurzamen, dat dus eigenlijk omarmd wordt door de Pilootprojecten van ex-Bouwmeester Peter Swinnen. De auteurs van ‘Verkavelingsverhalen’ kiezen duidelijk voor optie twee maar zijn er niet helemaal gerust in. Ik citeer één cruciale passage: “Rust in een verkaveling is niet enkel het gevolg van het trage en monotone ritme. Het komt omdat het sociale leven zich er vooral afspeelt achter rolluiken, hagen en hekkens. (…) Het enige publieke domein, de straat, speelt een weinig actieve rol in het sociale leven van een verkavelingswijk. Meer nog, de straat is vaak een bron van ergernis. Op straat spelen is gevaarlijk. Een onbekende wandelaar is verdacht.”

Toch hebben de auteurs er vrede mee dat architecten de huidige situatie qua ruimtelijke ordening accepteren en hun hemel en brood verdienen met het zoeken naar nieuwe modellen voor zogenaamd duurzaam ruimtegebruik binnen die diffuse premisse. Ze zien het als hun taak om de woonvraag naar verkavelingen niet te ontraden maar te begeleiden met correcties qua stijl, comfort en energiezuinigheid. (Mag ik hier al mijn mantra op tafel werpen? ‘Als architecten een probleem kunnen ontwerpen is het voor hen geen probleem meer.’ Ja?) De auteurs ruiken nochtans onraad en vragen zich af wat het rendement van ingrepen is in het verstedelijkte (lees volgebouwde) Vlaamse landschap als die ingrepen de problemen door lage dichtheid en verspreide ligging eerder bestendigen dan tegenwerken. Ze zien tevens een mentaal status quo (het boek is gemaakt vóór de betonstop) dat er alleen maar voor zorgt dat verkavelingen blijven bestaan én ontwikkeld worden. Waarom? De urgentie van het kwaad wordt ontkend, de bewoners voelen de meerkost van hun woonpatroon niet aan en vrezen te verliezen bij elke wijziging, een cultuurverandering of collectief leerproces is geenszins aan de orde. Etcetera.

De verkavelingsverhalen zelf achten zich alleszins volledig gesteund door de lauwe compromisdoctrine. Dat verkavelingen door hun locatie nooit echt duurzaam kunnen  worden, ondanks vermeende slimme transformaties en pientere energie-investeringen door bovenmodale bewoners, het lijkt iedereen worst te wezen. Hoofdbezorgdheid blijkt het bewaken van de bewonersvriendelijke kwaliteiten van elke verkaveling en het toevoegen van alvast goedklinkende assets als collectiviteit, betaalbaarheid, diversiteit, zuinig ruimtegebruik en andere in verkavelingsvlaanderen loze termen.

Het boek wil onschuldig de essentiële realiteit te ontkennen. Het boek wil de verkaveling heruitvinden maar ook bewaren: “de verkaveling moet niet transformeren tot een stedelijke omgeving of een dorpskern maar ze moet grondig vertimmerd worden zonder haar eigenheid te verliezen”. Het boek wil de ruimtelijke ordening ontwerpen maar niet verbeteren: “het is wellicht eenvoudiger het bestaande model bij te schaven, te versterken en aan te vullen, dan radicaal het geweer van schouder te veranderen”.

 

Tot zover het boek maar nù ernstig. Ik huiver toch van de fundamentele denkfout: het huldigen van een contradictio in terminis. Het huidig gedrag van verkavelingen en verkavelingsvlaanderen bezit een dermate doorwegende eigenheid dat dat gedrag per definitie niét verduurzaamd kan worden zonder dat de bewoner die eigenheid naast andere attractieve troeven, die hij aan zijn woonpatroon toedicht, verliest. Dat ontwerpers binnen hun guilty pleasure eerder kicken, beschaafd of niet, op de visibiliteitswaarde van hun transformaties dan op het reëel effect van die interventies moet wél zorgen baren: een groene of op Facebook populaire verkaveling zal altijd een verkaveling blijven. Zoals een houten been met een gepimpte pleister altijd een houten been blijft. We kunnen daarom elke ontwerpillusie voor verkavelingen maar beter radicaal (beton)stoppen.

 

 

Verkavelingsverhalen

  • Oswald Devisch en Barbara Roosen (eds.)
  • Vormgeving: Geoffrey Brusatto
  • Fotografie: Iwert Bernakiewicz
  • 192 p. 24 x 17 cm, gebonden, softcover 
  • ISBN 9789491789137
  • Verkoopprijs: 26 € + 4 € verzendingskosten
  • Dit boek bestellen 

GERELATEERDE DOSSIERS