Doorzoek volledige site
01 december 2015

Duurzaamheid is een streven: Musea en depots (ver)bouwen

Illustratie | FARO

De voorbije jaren kwamen er in Vlaanderen verschillende nieuwe musea bij. Er werden ook verschillende grondig vernieuwd. Maar wat kunnen musea doen om hun project zo duurzaam mogelijk te laten zijn?  Sofie De Caigny (CVAa) en Olga Van Oost (FARO) gaan op zoek naar een antwoord in de publicatie 'Duurzaamheid is een Streven', waarvan ze ons een voorsmaakje bezorgden. 

"De voorbije jaren kwamen er in binnen- en buitenland verschillende nieuwe musea bij. In Vlaanderen werden er ook verschillende grondig vernieuwd. Denk maar aan MAS, STAM, Texture, Red Star Line Museum, In Flanders Fields Museum… Andere grote projecten staan nog in de steigers, zoals het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen of het Afrikamuseum in Tervuren. Maar hoe duurzaam zijn deze nieuwe gebouwen – waarvan we verwachten dat ze toch minstens enkele decennia mee kunnen? Jammer genoeg blijkt dat niet altijd het geval. Een vrij problematisch voorbeeld is Louvre Lens van Sanaa, dat eind 2012 de deuren opende en dat nog jaren nodig zal hebben om problemen op te lossen. Het is waarschijnlijk een illusie om een foutloos bouwparcours te doorlopen, maar het moet toch mogelijk zijn om dit soort situaties te voorkomen. Dit was het uitgangspunt voor het traject ‘Duurzaam (ver)bouwen van musea’ dat FARO, het Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed, het Centrum voor Vlaamse Architectuurarchieven ism. het Team Vlaams Bouwmeester organiseerden tussen 2013 en 2015. Het resulteerde in de publicatie ‘Duurzaamheid is een streven. Musea en depots (ver)bouwen’.

 

Centrale vragen en vaststellingen

Veel museumgebouwen zijn verouderd, uitgeleefd of te klein, waardoor het goed uitvoeren van de museale taken, zijnde de zorg voor de collecties en het betrekken van het publiek, in het gedrang komt. Een renovatie, uitbreiding of nieuwbouw dringt zich op. Maar hoe begint een museum hieraan? Welke processen komen erbij kijken? Wie is verantwoordelijk voor wat? En hoe ervoor te zorgen dat het eindresultaat duurzaam is, voor lange tijd meegaat en aan de verwachtingen voldoet?

Deze vragen vormden de rode draad van het traject ‘Duurzaam (ver)bouwen van musea’, met studiedagen in het Red Star Line Museum in Antwerpen, Texture in Kortrijk en deSingel in Antwerpen. Er werden ook werkbezoeken afgelegd aan Louvre Lens, LAM in Villeneuve d’Ascq en La Piscine in Roubaix met een 50-tal museumprofessionals. De bezochte musea lichtten heel open hun trajecten toe.

 

Duurzaamheid?

Ten eerste hadden we het steeds over duurzaamheid. Al snel bleek dat dit begrip niet alleen te maken heeft met de juiste klimatologische omstandigheden om objecten te preserveren en met ecologische en energetische aspecten, kortom het groene museum. Het gaat bij duurzaamheid over zoveel meer. Eigenlijk gaat het over het museum zelf en de rollen die het in een maatschappij wenst op te nemen. Elk architectuurproject komt voort uit de inhoudelijke, museologische langetermijnsvisie van dat museum.

 

Het proces

Een tweede belangrijke rode draad was de vraag naar het proces dat het duurzaam verbouwen voorafgaat en het proces tijdens het bouwen. Dat proces vraagt voldoende tijd. Er moet voortdurend overleg zijn tussen de verschillende betrokken partijen. Vanuit het proces-denken weten we ook dat er geen pasklare antwoorden zijn. Elk museum heeft zijn eigen problematiek. Een goed proces is per definitie duurzaam. Laat dat de boodschap zijn.

 

De projectdefinitie

Als we iets hebben geleerd tijdens dit traject, dan was het wel dat de projectdefinitie een sleutelbegrip is. Wat wil een museum betekenen? Wat voor soort museum wil het zijn? Dat moet in die projectdefinitie vervat worden. Vervolgens is het aan de ontwerpers om dit ruimtelijk vorm te geven. Met de projectdefinitie kan worden afgetoetst of het architecturaal project effectief invulling geeft aan de eisen die je als opdrachtgever hebt gesteld.

 

Draagvlak en regie

Alles, duurzaamheid, proces, projectdefinitie heeft te maken met draagvlak. Met de afstemming tussen financiers, opdrachtgever, gebruikers en de huidige of toekomstige bezoekers. Een geslaagd traject zal in grote mate afhangen of er voldoende draagvlak is. Maar hoe we ook streven naar draagvlak en een participatief proces, er zijn mensen nodig die de regie opnemen, bemiddelen en knopen doorhakken. Dat kan een museumdirecteur zijn, een onafhankelijk architectenbureau of een stedelijke dienst. Het is geen sinecure om opdrachtgever, architecten en gebruikers op dezelfde lijn te krijgen.  

 

Duurzaamheid en regulering

Een laatste punt is de vraag naar duurzaamheid en regulering. We komen uit een tijd waarin  duurzaamheid sterk in termen van cijfers en regulering werd gezien. Stilaan durft de erfgoedsector deze normen wat los te laten en wordt er meer vanuit het perspectief van de mens gedacht en diens welbehagen. Een duurzaam museum is misschien ook een museum dat bepaalde zaken los durft te laten in plaats van te stringent op regels te focussen.

 

Alles vloeit

En een duurzaam museum is ook voortdurend in beweging. Een duurzaam museum blijft niet eeuwig duurzaam maar dient daar telkens opnieuw aan te werken. Het blijft dus een streven, zoals de titel van het boekje luidt. Naast een bijdrage over het hier geschetste traject, vindt u nog een tekst van het Team Vlaams Bouwmeester terug over de projectdefinitie en de Open Oproep van de hand van Joeri De Bruyn en Sofie Troch. VUB-onderzoekers Inge Bertels, Dorien Aerts en Filip Descamps lichten in hun bijdrage het belang van een programma van eisen toe bij het duurzaam (ver-)bouwen van depots.  

Het boek Duurzaamheid is een streven. Musea en depots (ver)bouwen is een uitgave van FARO. Het kan onlinbesteld worden of via +32 2 213 10 64. Het boek is gratis.

Aanvullend publiceerde FARO ook een verslagbundel van het traject 'Duurzaam (ver)bouwen voor musea'. U vindt deze bundel hier."