Doorzoek volledige site
26 januari 2016 | CATHERINE DE WOLF

Catherine De Wolf: "Wat gebeurt er met stadions na de Spelen?"

Catherine De Wolf.
Stadion Londen
Stadion Beijing.

Voor de Olympische Spelen of voor een EK of WK voetbal zijn alle blikken gericht op nieuwe stadions in een nieuwe stad. Zoals Het Vogelnest in Beijing. Of de voetbalstadions in Qatar en de bijhorende (on)veiligheid van de arbeiders. Een vraag die volgens Catherine De Wolf (PhD MIT & Researcher Cambridge) echter zelden wordt gesteld, is: "Hoeveel CO2 wordt uitgestoten bij het continu opnieuw uitvoeren van deze omvangrijke bouwprojecten?" 

"Zoals vermeld in vorige columns is de evaluatie van ‘embodied carbon’ (d.w.z. de broeikasgassen gelinkt aan materie-ontginning, het transport van bouwproducten tot de werf en de bouw of afbraak van een gebouw) essentieel. Bovendien is dit des te belangrijker voor gebouwen met een korte levensduur. In deze gevallen weegt het percentage van ‘embodied carbon’ in de impact van de volledige levenscyclus zwaarder door. Het Jaber Al Amad stadion in Koeweit werd bijvoorbeeld nooit in gebruik gesteld wegens onverwachte structurele problemen, waardoor de ‘embodied carbon’ de enige en totale levenscyclusimpact vertegenwoordigt. Een positief voorbeeld daarentegen is het olympisch stadion in London: een deel van het stadion kan ontmanteld en herbestemd worden na de Spelen. 

Een studie van tien stadions wereldwijd (De Wolf et al., 2014) toont dat het ontwerp van deze grote structuren een betekenisvolle invloed heeft op hun milieubelasting. Het Allianz stadion in Munich, het Millennium stadion in Cardiff, het Wembley stadion, het Aviva stadion, het Jaber Al Amad stadion en de olympische stadions in Rio de Janeiro, London, Sydney en Beijing werden hiervoor met elkaar vergeleken. Ze werden gebouwd tussen 2000 en 2011, variëren tussen 30,000 en 400,000 m2 en tellen van 45,000 tot 90,000 zitplaatsen. 

Het onderzoek toont aan dat de hoeveelheid beton en staal tussen 800 kg/m2 en 3000 kg/m2 bedraagt. Het vergelijken per vierkante meter is echter niet toepasselijk voor stadions. Het Allianz stadion is inderdaad veel compacter dan bijvoorbeeld het Beijing stadion voor hetzelfde aantal toeschouwers. Daarom is het nuttiger om het gewicht van beton en staal uit te rekenen in functie van het aantal zitplaatsen. Dit geeft een adequater beeld van de functie van het bouwwerk. De resultaten variëren tussen 500 en 4000 kg per zitplaats, uitgezonderd het Beijings olympisch stadion dat tien keer meer weegt dan het Londens olympisch stadion. 

Met de juiste ‘embodied carbon’-coëfficiënten, kunnen de materiaalhoeveelheden eveneens omgezet worden tot de milieu-impact van deze stadions. De trend blijkt gelijkaardig: de ‘embodied carbon’ in Beijings olympisch stadion is tien keer hoger dan het Londens stadion. Dit is te wijten aan de ontwerpstrategieën en -prioriteiten. Voor het olympisch stadion in London was duurzaamheid de allereerste prioriteit. De ingenieurs ontwierpen een gedeeltelijk ontmantelbaar stadion zodat het na de Spelen kon ge-‘down-sized’ worden.  Voor het beton zochten ze ook naar alternatieven voor traditioneel cement om de CO2-uitstoot te verminderen. Dit is het bewijs dat architecten en ingenieurs een belangrijke rol spelen in het milieu."