Doorzoek volledige site
01 maart 2010 | TIM JANSSENS

Daniël Corten (CODA) over zijn bezoek aan de wereldtentoonstelling

In juli bezocht Daniël Corten van Architectenvennootschap CoDa de World Expo in Shanghai. Op deze hoogmis der hedendaagse architectuur bezichtigde hij gedurende twee dagen zoveel mogelijk paviljoenen. Corten maakte foto’s en schreef zijn indrukken neer in een verslag.

In juli bezocht Daniël Corten van Architectenvennootschap CoDa de World Expo in Shanghai. Op deze hoogmis der hedendaagse architectuur bezichtigde hij gedurende twee dagen zoveel mogelijk paviljoenen. Corten maakte foto’s en schreef zijn indrukken neer in een verslag.

Mensenmassa

Het eerste dat Corten bij aankomst onder de indruk bracht was de enorme mensenmassa: elke dag bezochten immers ongeveer 700.000 mensen de wereldtentoonstelling, waarvan het merendeel Chinezen. De enorme drukte had uiteraard bepaalde consequenties. Zo was het bijvoorbeeld onmogelijk om het Chinese paviljoen te bezoeken omdat je daarvoor ’s morgens bij de opening van de expo moest reserveren. Uiteraard was alles erg snel volgeboekt. Toch krijgen de gedupeerden later mogelijk nog een herkansing, want het paviljoen zal blijven staan en uitgroeien tot een nieuw symbool van de stad Shanghai.
Corten was verrast door de lange wachtrijen en kon zo minder paviljoenen bezoeken dan hij had gedacht. Dit maakte dat het bezoek aan een paviljoen vaak een gok was, en dat het niet altijd de juiste bleek: “De lange wachtrijen maakten dat ik heel wat minder paviljoenen kon bezoeken dan ik van plan was. Sommige vielen ronduit tegen en waren het lange wachten zeker niet waard : in het paviljoen van de VS beperkte men zich tot het tonen van een drietal filmpjes (waarbij één van enkele Amerikanen die men probeerden “Nihau” te laten zeggen, het Chinese woord voor “hallo”).”
Pas als het donker werd verdwenen de grote mensenmassa’s en waren de meeste paviljoenen eindelijk vrij toegankelijk. Corten bezocht de themapaviljoenen dan ook allemaal ’s avonds.

 

    

 
Strakke organisatie

De overvloed aan bezoekers werd echter redelijk goed gekanaliseerd, maar dit kostte wel wat tijd: “De bezoekers werden in groepen opgesplitst tussen radarafsluitingen. Als er één vol was, werd dit afgesloten en vulde men het naastliggende vak op. Groep per groep werd vervolgens over steeds kleinere vakken verdeeld, tot je tenslotte aan de controle kwam. Deze was het best te vergelijken met die op een luchthaven : handbagage door de scanner en zelf wandel je door een metaaldetector. Het duurde al snel een half uur of langer voor je doorheen de controle was.” Eens binnen viel de drukte nog wel mee : het terrein van de wereldtentoonstelling was immers erg uitgestrekt en de wandelpaden waren erg breed en vaak overdekt. Vooral dit laatste aspect bleek bij veel regen of zonneschijn erg welkom.

 
Belgisch Paviljoen

Corten bracht allereerst een bezoek aan het Belgisch Paviljoen. Dit trok echter veel minder de aandacht dan dat van sommige andere landen: “De buitenzijde viel wat tegen: een rechthoekige doos, zonder veel franjes. Zo weinig opvallend dat ik zelfs vergeten ben er een foto van te nemen …”
Aan de binnenzijde viel het echter veel beter mee: “Het Belgisch-Europees paviljoen was binnenin heel wat leuker en origineler dan de buitenzijde deed vermoeden :  de gigantische hersencellen waren zeker een goede vondst.  Er hingen ook wat foto’s van bekende Belgen : uit de reacties van de Chinezen bleek dat vooral enkele Belgische creaties bij hen goed bekend zijn (Kuifje of beter gezegd Tin Tin evenals de smurfen). Op de foto staan met enkele tentoongestelde smurfen was voor vele Chinezen een must !”

 

 


Gelukkig was er ook voldoende aandacht voor de technische verwezenlijkingen zoals de auto met zonnecellen, woningen met een laag energieverbruik en een speciale ‘vliegende camera’. Ook diamant en chocolade, de twee Belgische topproducten bij uitstek, mochten uiteraard niet ontbreken. Het Belgisch Paviljoen was gedurende de wereldtentoonstelling erg in trek bij de bezoekers en realiseerde een omzet van maar liefst tien miljoen euro. Dit maakt dat ons paviljoen het meest rendabele van heel de expo was, een flinke opsteker voor ons land dat tegenwoordig op z’n zachtst gezegd nogal wat problemen kent met z’n internationale beeldvorming.

 

 
Andere paviljoenen

Corten bezocht ook veel paviljoenen van andere landen. Dat van onze noorderburen bleek bijvoorbeeld qua opzet heel wat origineler dan het Belgisch Paviljoen: een golvende straat in de vorm van een achtbaan die zich een weg baant langs verschillende huisjes. Binnenin was het echter allemaal maar povertjes volgens Corten: "Een serre, enkele grote poppenhuizen, een maquette van een voetbalveld. Wat heeft dat in godsnaam te maken met het thema van de expo “Better city, better life” ? We weten allemaal dat onze noorderburen beter kunnen voetballen, maar dit is toch een expo, geen wereldbeker voetbal?”
Zeker de paviljoenen van Engeland, Duitsland en vooral Zwitserland (een imitatie van een berglandschap met een kabelbaan doorheen het paviljoen) waren knap en spongen meteen in het oog. Ook het Australische paviljoen was erg origineel: om te illustreren dat het land zich “down under” bevindt hadden ze een maquette tegen het plafond bevestigd en hing alles dus ondersteboven.
Helaas hield niet iedereen zich even strikt aan het thema van de expo, en werden de paviljoenen vooral gebruikt als een toeristische voorstelling van het land. 

 

    

Links het Nederlandse paviljoen, rechts dat van Zwitserland.

 
Niet-nationale paviljoenen

Corten raakte het meest onder de indruk van de paviljoenen die niet aan een land gebonden waren. Zo bezocht hij op de eerste dag Pavilion of Urban Planet (waar je zicht kreeg op een enorme wereldbol om de mensen bewust te maken van het feit dat we slechts één aarde hebben en er maar beter voorzichtig mee omspringen) en het Urbanian Pavilion (waar de levenswijze van zes verschillende families over gans de wereld vergeleken wordt). Voorts vond hij als architect de Urban Best Practices Area zeer interessant en was ook het Shanghai Case Pavilion erg hoogstaand op architecturaal gebied.
Op het gebied van duurzaamheid was er een hoofdrol weggelegd voor het Londense ZED-Paviljon (een Zero Carbon-uitstoot woning) en het Pavilion of the Future (een complex dat een blik gunde op de intelligente stad van de toekomst).

 

    

Links het betoverende Pavilion of Urban Planet, rechts de schitterende traphal van het Shanghai Case Pavilion


Positieve eindbalans

Corten vond zijn bezoek aan de wereldtentoonstelling absoluut de moeite waard. Hij zag erg knappe staaltjes architectuur en  vond het zeker de moeite waard, al kon hij niet alles bezichtigen door de lange wachttijden. Vandaar ook dat twee dagen hem wat weinig lijkt: “Gezien de vaak lange wachttijden is 2 dagen iets te weinig. Als je een reis plant naar China of het verre oosten en je kunt dit combineren met enkele dagen expo (zoals ik gedaan heb) is het zeker de moeite. Enkel naar Shanghai vliegen om de expo te bezoeken, lijkt me eerder een dure uitspatting.” Desalniettemin is de eindbalans uitermate positief.