Doorzoek volledige site
22 juni 2016 | FILIP CANFYN

Steen&Been (column Filip Canfyn): Herdorping

Illustratie | Lokaal Markt

"Mag ik een lans breken voor herdorping?" vraagt huiscolumnist Filip Canfyn. Herdorping is volgens hem immers even belangrijk als stedelijk wonen, als stedelijke verdichting, als ware verstedelijking, zeker in deze tijden van betonstop, overstromingen en verkeersinfarcten.

 Inderdaad, de dorpskernen moeten opnieuw uitgebouwd en behuisd worden terwijl de verkavelingslobben rond en tussen die dorpen een gele kaart moeten krijgen. In die niemandslandpanden resideren de pendelaars, die zich alleen nog automatig verplaatsen tussen wonen en werken, winkelen of wandelen, die zich geen fluit aantrekken van enig dorpsleven en die er door hun apathie voor zorgen dat de bakker, de slager, het café en het schooltje in de dorpskern het meer dan moeilijk krijgen. Dorpen mogen blijkbaar alleen nog b&b’s, bistro’s en banken herbergen, terwijl de randbewoners lustig rondkarren naar elders voor supermarkt, indoorspeeltuin en balletles, om zich ’s avonds weer terug te trekken achter het grootbeeldscherm in verkavelingsvlaanderen. Neen, er moet weer volop gewoond worden in de dorpen zelf, er moet weer draagvlak komen voor lokale economie, er moet weer gekozen worden voor meer echte ruimte en voor minder valse mobiliteit.


Het is binnen die context dat ik enthousiast, zelfs lyrisch word van de Lokaalmarkt in Deerlijk. Ja, Deerlijk. Een gemeente in de schaduw van Kortrijk, met een naam, die in het Westvlaams niet veel goeds voorspelt. Hier hebben wat jonge spuiters (voorlopig) acht plaatselijke producenten en winkeliers verzameld, die elke vrijdag tussen drie en acht in een afgedankte hangar in de dorpskern hun kraam opstellen om kakelverse streekproducten te verkopen. Hier wordt een derde weg gevonden tussen urban, hipster en food tricks from food trucks enerzijds en ruraal, rustiek en geitenwollen gezondheidspreken anderzijds. Hier is het gewoon tof en betaalbaar en dàt werkt.

Er wordt in dichte drommen aangeschoven voor een kaasmaker, een meesterbakker, een aspergekweker, een visboer, een natuurslager, … Toegegeven, veel volk duikt ook op om in een geïmproviseerde bar achter een glas bier of boven een bord lekkers de toestand van de kleine wereld te bespreken maar op vrijdagavond, na een drukke week, mag er al eens een excuus gezocht worden om gewoon samen te komen met naaste en verre buren. Hier kent iedereen bijna iedereen, hier moet de sfeer niet gezocht worden in gin tonics, tapas of dj’s.

Leuk om zien is ook de aandacht voor kwalitatieve communicatie en vormgeving, van lettertype over fotografie en kramen tot website (www.lokaalmarkt.be). Al even fris van de lever is het betaalsysteem: bij het binnenkomen krijg je een plastieken kaartje, waarop al je aankopen geregistreerd worden, en bij het buitengaan reken je in één keer af. En neen, afbieden behoort niet tot de geplogenheden.

Mijn geliefde is wantrouwig. Zij werkt dagelijks hard aan de city marketing van een stad, die al heel wat geïnvesteerd heeft in zogenaamd speciale markten, in de bandbreedte tussen biologische landbouw en provencaalse suggestie. Zonder subsidies en publiciteitskaravaan kennen deze toch wat artificiële oefeningen een zeer korte levensduur. Zij vreest hetzelfde voor de Lokaalmarkt.

Ik blijf optimistisch. Achter de Lokaalmarkt steekt geen àndere bedoeling: gewoon plaatselijke trots aan de plaatselijke man brengen en zonder veel poeha toosten op het samenleven in een dorp. Ik heb er van genoten en ik zal terugkeren. Ik zal daar trouwens aan niemand vertellen dat ik eigenlijk in de stad woon.