Doorzoek volledige site
14 september 2016

Marc Dubois over Geert Bekaert (1928 - 2016): "Vlaanderen verliest een monument"

Illustratie | Marc Dubois
Geert Bekaert. Illustratie | Belga
Illustratie | Marc Dubois

In de nacht van 10 op 11 september overleed de architectuurcriticus Geert Bekaert in Antwerpen op 88-jarige leeftijd. "Vlaanderen verliest een monument van de architectuurkritiek", stelt Marc Dubois. "Maar Bekaert was meer dan enkel een schrijver."

Vlaanderen verliest een monument van de architectuurkritiek. Niemand heeft zoveel gepubliceerd als hij. Over verschillende jaren werden de negen delen van zijn “Verzamelde Opstellen” gepubliceerd. In dit overzicht zijn nog niet alle teksten opgenomen. Hij laat een indrukwekkend oeuvre na en Christophe Van Gerrewey behaalde in 2014 een doctoraat met een grondige analyse van Bekaerts geschriften.

Bekaerts eerste teksten verschenen in De Linie, Streven en De Nieuwe Gids. In de jaren 60 fungeerde Bekaert als architectuurkritieker in De Standaard der Letteren. In verschillende teksten betreffende de nieuwe kerkbouw in Vlaanderen was hij een vurige verdediger van het werk van Marc Dessauvage. Dank zij zijn medewerking aan DSL kozen de zusters in Waasmunster om het ontwerp van hun nieuw klooster Roosenberg toe te vertrouwen aan Dom Hans van der Laan, een topwerk van de architectuur in Vlaanderen.

In 1967 verscheen bij Lannoo zijn boek “In een of ander huis – Kerkbouw op een keerpunt”. Het is meer dan een goed gedocumenteerde publicatie, het is tevens een pleidooi om de positie van de kerk en het gebouw te herdenken. In 1971 verscheen het boek “Bouwen in België 1945-1970” dat hij samen met Francis Strauven samenstelde. Als student architectuur was het een bijzonder boek voor mij, wij konden kennis maken met het oeuvre van architecten waarvan velen reeds in de jaren 30 waren gestart met hun loopbaan, zoals Stynen, Bourgeois en Eysselinck. Velen waren dit oeuvre reeds vergeten. Het is Bekaert die wees op het groot belang van het Postgebouw van Eysselinck in Oostende.

Mijn eerste contact met Bekaert was in 1984 toen ik hem vroeg naar een tekst voor het themanummer van het tijdschrift Vlaanderen dat ik toen samenstelde met als thema “Vijf Europese kathedralen” (Vlaanderen, nr. 1984). Zijn bijdrage “De fout van het onderscheid?” situeerde de grote bouwprojecten in een breder maatschappelijk kader.

Vanaf 1981 schreef ik nu en dan voor het Nederlands tijdschrift WonenTABK, waarvan Bekaert en Strauven redactieleden waren. In 1986 vroeg Bekaert mij om lid te worden van het Nederlands tijdschrift ARCHIS, een blad waar Bekaert ook jaren fungeerde als hoofdredacteur. Gelijktijdig was hij hoogleraar aan Universiteit Eindhoven en heeft hij een grote impact gehad op een aantal jonge architecten. Hij ging uitvoerig in op het 2 werk van Marc Dessauvage, Charles Vandenhove, bOb Van Reeth, Stéphane Beel en de Italiaanse architect Aldo Rossi.

Bekaert is meer dan enkel een schrijver geweest. Zijn inbreng om de Cogels-Osylei wijk te redden van sloop is groot geweest. Zijn inzet was belangrijk op het vlak van onderwijs en het organiseren van wedstrijden. Hij was in 1990 de initiatiefnemer van de wedstrijd voor een Sea Trade Center in Zeebrugge. Geen traditioneel monument als beëindiging van de grote havenuitbreiding, wel het vragen naar voorstellen voor een nieuw havengebouw. Vijf architecten maakten een voorstel met o.a. het legendarisch voorstel van Rem Koolhaas / OMA. Zelfs al kwam het niet tot een concreet bouwproject door de aanleg van de Kanaaltunnel, Zeebrugge blijft steeds verbonden aan één van de meest fascinerende ontwerpen van Koolhaas. 

Van 1991 tot 2000 was Bekaert voorzitter van de Stichting Interieur, de organisator van de tweejaarlijkse Biënnale Interieur. Het was Bekaert die Andrea Branzi inviteerde om de Biënnale een nieuwe richting te geven. In 1995 vroeg Bekaert mij om curator te worden van de Biënnale van 1996. Mijn keuze voor de eregast Jean Nouvel en de centrale expositie rond de tafel kreeg van Bekaert de volle medewerking. Ook de Biënnale van 1998 werd een prettige samenwerking. Na deze Biënnale verliet ik Kortrijk, evenals Bekaert en Christian Kieckens die gedurende drie edities de ruimtelijke vormgeving verzorgde. De kansen die Bekaert mij heeft geboden heb ik steeds gewaardeerd en hij stond steeds open voor een gesprek rond inhoud. Maar Bekaert was zeer zuinig met lovende woorden, het zo goed mogelijk doen was voor hem de evidentie zelf. 

Een uitspraak van Bekaert heeft mij persoonlijk erg beïnvloed: “Teksten zijn al schrijvend ontstaan, onder druk van omstandigheden die om een tekst vroegen”. Teksten voor zowel gerenommeerde internationale vakbladen, algemene tijdschriften of opiniestukken in dagbladen, dit alles heeft Bekaert gedaan. Schrijven om het debat open te houden. Geert, dank voor wat je betekende en voor de energie die je investeerde om de architectuur een onderwerp te maken dat ons allemaal raakt.