Doorzoek volledige site
09 augustus 2017 | FILIP CANFYN

Steen&Been (Filip Canfyn): Leesplezier

Illustratie | PExels - Caio

Net zoals u en wij heeft huiscolumnist Filip Canfyn genoten van een prima bouwverlof. Het uitgelezen moment voor hem om inspiratie op te doen in duizend-en-een dingen. Maar nu: terug in het schrijfgareel! En de eerste vraag die hij zichzelf stelt, luidt als volgt: "Wat moet ik vertellen na een deugddoende vakantie?"

Moet ik me bijvoorbeeld druk maken om berichten over onze beschaving, die ik kon prikken in binnen- en buitenlandse kranten? Dat het callcenter van de snelle Deliveroo-hap naar het goedkope Madagaskar verhuist. Dat nu een app bestaat om op het strand een boule de Berlin te bestellen. Dat er al fastfoodmuseumbezoekers bestaan, die enkel een selfie met een beroemd schilderij willen. Dat toeristen rustig in hun ligzetel blijven met een bosbrand in de achtergrond. Dat een nieuw eerste-wereld-probleem opduikt: men maakt zich zorgen over de annulatie van de roamingkosten omdat zo de financiële grens wegvalt om evenveel als thuis te facebooken of werkmail te beantwoorden …

Ik heb ook zes Herman Kochs gelezen, vier van voor zijn Diner-succes en de twee recentste. Ik blijf hartstochtelijk fan van de man. Hij krijgt wel nooit de Nobelprijs want hij schrijft geen literatuur: hij bedrijft sociologie, met een cynisch fileermes. Ik heb één stuk van Koch genoteerd in mijn Moleskientje. Uit ‘Eindelijk oorlog’ (1996). Het gaat over Arnhem maar evengoed over elke Vlaamse centrumstad, op Gent en Antwerpen na.

Een provinciestad is in wezen niet meer dan een uit zijn krachten gegroeid en met tegenzin tot stad opgerekt dorp. Er zijn restaurants en caféterrassen, er is een schouwburg, een kunstacademie en een theaterschool, door de straten rijden bussen en taxi’s en in de bioscopen draaien de laatste films, maar door de scheuren in het asfalt stijgt nog altijd de stank van het boerenerf omhoog. Op warme dagen ruik je het het best: een mengeling van varkensmest, doodkokende aardappelen en sufgesudderd dradenvlees, van bekrompen meningen en kortzichtige redeneringen, van jarenlang onder de composthoop smeulend en plotseling als vanuit het niets opflakkerend geweld.

In elke provinciestad, ergens verstopt in een schuur of achter een blinde muur, staan de mestkar, de emmer met pek en de zak met veren klaar voor de dag waarop de overspeligen en andersdenkenden opnieuw naar de gemeentegrenzen moeten worden gereden.

Dit is geen stad waar nieuwe dingen beginnen. Hooguit eindigen ze er, of komen er nooit van de grond.”

In mijn eerste krant op vaderlandse bodem (DM, 07.08.17.) stond dan weer een cartoon, in de reeks ‘Van 9 tot 5’, over een gesprek tussen twee jonge vrouwen.

“(1) Je raadt nooit wat voor iets absurds ik heb meegemaakt. Ik was afgelopen weekend in Koekelare … Blijken ze daar ook gewoon Vegan Sushi Bowl met ingelegde koolrabi en blauwe linzen te hebben! In KOEKELARE, of all places! Schandalig toch?

(2) Wat denken ze wel niet? Straks willen ze zeker ook nog een hippe coffee bar!

 

De toon is gezet. Ik ben klaar voor een vers jaar. Laat maar komen.