Doorzoek volledige site
11 september 2017 | RIK NEVEN

Moeten architecten meer hun nek uitsteken en onverantwoorde opdrachten durven weigeren?

Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde

De maatschappelijke rol die architecten in tijden van schaarse ruimte kunnen/moeten vervullen mag niet onderschat worden. Toch moeten we vaststellen dat het slechts enkelingen zijn die consequent de daad bij het woord voegen. Zoals bijvoorbeeld Bruno Vanbesien wiens verbouwing van een rijhuis in Anderlecht  een schoolvoorbeeld is van een geslaagde inbreiding. Op 23 en 24 september is de woning te bezoeken tijdens het evenement Mijn Huis Mijn Architect.

Een prima keuze van de Orde en NAV om als locatie voor hun persconferentie voor Mijn Huis Mijn Architect uit te wijken naar een verbouwde rijwoning in Anderlecht, op enkele honderden meters van Brussel-Zuid. Ten eerste al omdat het een locatie is die als het ware vraagt om met de trein te komen. Wat de organisatoren er nochtans niet van weerhield om in hun reminder wel te vermelden dat er op 500 meter een parking is, maar niet dat er op even korte afstand een station is. De vanzelfsprekendheid waarmee men verwacht dat iedereen met de auto komt, is met andere woorden nog lang niet uitgeroeid.

Weigeren om vrijstaande villa's te ontwerpen

Maar vooral was deze locatie goed gekozen omdat de rijwoning exemplarisch is voor een bouwheer en architect die zich er van bewust zijn dat we efficiënter moeten omgaan met de ons beschikbare ruimte én daar ook naar handelen. Bruno Vanbesien gaat daar erg ver in en weigert zelfs om nog vrijstaande villa’s te ontwerpen als (potentiële) klanten hem dat vragen. Een moedige maar een allesbehalve gemakkelijke keuze. Niet alleen omdat hij zo heel wat lucratieve projecten kan mislopen, maar zeker ook omdat bouwen in een stad een veel complexere taak is dan een viergevelwoning ontwerpen op het platteland of in een verkaveling waar plaats zat is om materialen aan- en af te voeren.   

Naïef en idealistisch of pionier?

Veel confraters en ook potentiële opdrachtgevers zullen zijn consequente opstelling wel afdoen als naïef en idealistisch. Veel architecten kunnen zich helemaal vinden in de ideeën die onder meer Leo Van Broeck en onze eigen columnist Filip Canfyn verdedigen rond verdichting, inbreiding, kernversterking en andere aspecten van efficiënt ruimtegebruik. Maar welke architect durft het aan om vanuit die visie opdrachten te weigeren die niet in dat plaatje thuishoren? Bitter weinig. Daarom is het ook zo’n goede zaak dat we vandaag een Vlaamse bouwmeester hebben die al voor hij die functie opnam, net als Bruno Vanbesien selectief was in zijn opdrachten en de kelk aan zich voorbij liet gaan als hij een viergevelwoning moest ontwerpen of een project moest neerzetten op een locatie waar het gebouw eigenlijk niet thuishoorde.  Die koppigheid belette hem niet om later geselecteerd te worden tot Vlaamse Bouwmeester en belette zijn bureau evenmin om uit te groeien tot een van de grotere Brusselse bureaus. Of zouden we het niet beter omdraaien? Het is juist omwille van die eigengereide visie dat hij bouwmeester werd en laat ons hopen dat ook heel wat opdrachtgevers bij hem aankloppen omwille van en niet ondanks het halsstarrig nastreven van verantwoordwoord ruimtegebruik.

Mijn Huis Mijn Architect

Tijdens dezelfde persconferentie hielden zowel Marnik Dehaen, voorzitter van de Vlaamse Raad van de Orde van Architecten als Michiel Boodts van het kabinet van minister Joke Schauvliege een pleidooi voor inbreiding, kernversterking, cohousing en andere vormen van verantwoord ruimtegebruik. Dat sloot erg mooi aan bij de woning waar de persconferentie plaatsvond maar jammer genoeg niet bij het evenement Mijn Huis Mijn Architect dat per slot van rekening de aanleiding vormde voor die persbijeenkomst. Als we de catalogus er op naslaan, merken we dat de samenstellers in de algemene pagina’s aan de hand van cases, een panelgesprek en dossierartikels bijzonder veel aandacht besteden aan de problematiek van verantwoord ruimtegebruik en aan alternatieve woonwormen zoals cohousing. Maar als we dan bekijken welke woningen er te bezoeken zijn op Mijn Huis Mijn Architect merken we toch dat dit voor de overgrote meerderheid vrijstaande woningen zijn die volledig indruisen tegen de principes die elders in de catalogus en ook tijdens de persconferentie gepropageerd werden. Het is gewoon een feit dat de meerderheid van het architectencorps absoluut niet wakker ligt van die idealen en vrijstaande woningen blijft ontwerpen op verkeerde locaties. Kunnen we hen dit kwalijk nemen? Ergens wel omdat ze zo ertoe bijdragen dat een nefaste maatschappelijke ontwikkeling verder in stand gehouden worden in plaats van ze tegen te houden.

Zoals het volk de politici krijgt die het verdient zo krijgen ook bouwheren de architecten die ze verdienen

Aan de andere kant ook niet, want is het met de architectuur niet net hetzelfde als in de politiek? Zoals het volk de politici krijgt die het verdient zo krijgen ook bouwheren de architecten die ze verdienen. En de gemiddelde bouwheer droomt nog altijd van een viergevelwoning in een landelijk gebied of verkaveling. Een recente peiling van Livios bracht aan het licht dat 78% van de particuliere bouwers een vrijstaande woning wenst.  Het zal nog even duren eer jan de modale bouwheer tot andere inzichten komt. Die andere inzichten zullen er niet komen via de modale architecten, maar wel via architecten als Bruno Vanbesien en Leo Van Broeck die wel hun nek durven uitsteken voor verantwoord ruimtegebruik. Chapeau!  

 

Rik Neven

Zaakvoerder Architectura.be

 

Mijn Huis Mijn Architect vindt plaats op 23 en 24 september, telkens van 14.00 tot 18.00. De te bezoeken woningen vind je terug op www.mijnhuismijnarchitect.com. De bezoeken zijn gratis, maar vooraf registreren is verplicht.