Doorzoek volledige site
12 september 2017 | FILIP CANFYN

Steen & Been (Filip Canfyn): Bubble

Illustratie | pixabay

In de komkommerzomer ging (terecht) veel aandacht naar het protest tegen het toeristisch imperialisme, dat het normale leven in de stad meer en meer bedreigt. Men pikt het niet langer dat de overlast altijd voor de interne bewoners is en de overlust voor de externe investeerders. Men kwam dan ook (al dan niet spreekwoordelijk) op straat, op de éigen straat,  in Venetië, Dubrovnik, Amsterdam of Barcelona.

Dit kwalijke verhaal van ‘werelderfgoed wordt horecahefboom’ belicht geen nieuw fenomeen (vijfentwintig jaar geleden sprak men reeds van McDonaldization of infantilisering van het toerisme) maar wel een geëxplodeerd fenomeen. Misschien sloeg de échte terreur wel toe in Barcelona omdàt daar zo veel toeristen uit zo veel landen rondsjokken.

Er bestaan nog zo’n kwalijke verhalen. Nu champagne zichzelf als ondermaats en overprijsd uitrangeert, wordt de bubbelmarkt ingepalmd door goedkopere alternatieven, die ook in een fris fluitglas geschonken kunnen worden. In onze contreien wordt het pleit beslecht door Catalaanse cava, in andere landen staat prosecco zwaar op kop. Parelende prosecco komt uit Veneto, de regio rond de veelgeplaagde gondelstad. En wat blijkt nu? Gans die streek wordt de laatste jaren massaal ontbost en doorploegd om toch maar méér druiven te kunnen verbouwen. De productie van prosecco koloniseert zonder scrupules het riante platteland. Men beweert zelfs al lachend dat alle vrouwen in Veneto ijzeren onderbroeken dragen omdat hun mannen een wijngaard planten in elk gat, dat ze tegenkomen …

Eind vorige eeuw leverden 4.000 hectaren druiven voor het witte vocht, vandaag spuiten 40.000 hectaren een half miljard flessen vol. Big business dus, met een boutade: ofwel ben je wijnliefhebber en dan maak je goède prosecco, ofwel ben je euroliefhebber en dan maak je vèèl prosecco. Voor dit tweede doel werd op twintig jaar tijd tien maal meer ruimte ingenomen, ten koste van de vroegere kwaliteit van product en leven.

Venetië en Veneto mogen gerust twee voorbeelden van hetzelfde fenomeen genoemd worden. Wat goed is in beperkte kring kan ontdekt worden door een ruimer cliënteel en uiteindelijk zijn weg vinden naar de moordende massaconsumptie. En dan gaat het hekken van de dam en heiligt het doel, geld verdienen, alle middelen om dat goede te laten gebruiken en misbruiken. Zo’n aanslag kan uiteraard alleen maar met nevenschade: de productkwaliteit daalt omdat het goede gehalte niét oneindig lang kan uitgerokken worden, ook de levenskwaliteit daalt omdat het lokale bestaan wél oneindig lang mag uitgeperst worden.

Ik lust geen prosecco maar ik maak mij wel zorgen. Niet over de bubbels, wel over de bubble.