Doorzoek volledige site
14 november 2017

Bewegingsvoegen in bitumendaken: een niet te onderschatten prioriteit

Ter hoogte van bewegingsvoegen vergt de dakafdichting een aangepaste afwerking of ‘voegafdichting’.
Er bestaan verschillende manieren om een bewegingsvoeg te construeren en af te werken.

Het is alom bekend dat gebouwconstructies ‘leven’, waarmee bedoeld wordt dat ze voortdurend onderhevig zijn aan allerhande bewegingen. “Om overmatige vervorming van de draagconstructie en mogelijke schade aan de afdichting van platte daken te vermijden, moeten ontwerpers dan ook een toereikend aantal uitzetvoegen voorzien”, benadrukt Bitubel, de vereniging van Belgische fabrikanten van bitumen dakbanen. Ook een specifieke voegafdichting is zeker geen overbodige luxe…

‘Bewegingsvoegen’ komen voor op verschillende plaatsen: tegen een opgaande gevel, in een uit gefractioneerde elementen opgebouwde draagvloer en – last but not least – in het dakvlak van platte daken. Kortom: overal waar beweging mogelijk is en waar de horizontaal en verticaal inwerkende krachten moeten worden opgevangen. “Bij platte bitumendaken moeten ontwerpers zeker voldoende uitzetvoegen in de draagconstructie integreren, met een maximale tussenafstand van 20 tot 30 meter”, aldus Bitubel. “Bijkomende uitzetvoegen in de afdichting hebben weinig nut en zijn dus niet nodig. Er kunnen ook kleine voegjes ontstaan tussen de dakisolatieplaten, maar gezien de hoge kwaliteit van de huidige bitumenbanen vergt dat geen speciale voorzorgsmaatregelen.”

 

Continuïteit tussen ruwbouw en afwerking

Vermits constructies zowel in horizontale (thermische bewegingen, krimp …) als in verticale richting (differentiële zettingen, doorbuiging …) onderhevig kunnen zijn aan forse bewegingen, moet hun invloed op de afdichting al vanaf de ontwerpfase in rekening gebracht worden. Bovendien is het cruciaal om een aantal uitvoeringsprincipes in acht te nemen. Zo is het van groot belang om alle ruwbouwvoegen over te nemen in de afwerkingen – zowel in de isolatie als in de afdichting. Voorts worden de bewegingsvoegen bij voorkeur met een opstand geplaatst en, indien mogelijk, op het hoogste niveau van het dak ingeplant, zodat het water van deze voegen vlot kan weglopen. Bewegingsvoegen zonder opstand zijn eveneens mogelijk, maar vragen extra aandacht bij uitvoering en onderhoud om te vermijden dat ze bij beschadiging of gebrekkige uitvoering gaan fungeren als afvoer.

Als de bewegingsvoegen zich niet op het hoogste punt bevinden, moet de waterafvoer goed bestudeerd worden. Ook het eventuele dampscherm vereist een aangepaste afwerking ter hoogte van de bewegingsvoeg. Tot slot nog twee richtlijnen voor specifieke dakafwerkingen: bij daktuinen zouden de bewegingsvoegen zich steevast boven het niveau van de grond van de tuin moeten bevinden. En voor bewegingsvoegen in gefractioneerde dakvloerelementen (bijvoorbeeld cellenbeton) volstaat het doorgaans om ter hoogte van de kopse voegen met losse overbruggingsstroken te werken.

 

"Bij platte bitumendaken moeten ontwerpers zeker voldoende uitzetvoegen in de draagconstructie integreren, met een maximale tussenafstand van 20 tot 30 meter"

 

Diverse uitvoerings- en afwerkingsmethodes

Er bestaan verschillende manieren om een bewegingsvoeg te construeren en af te werken. De keuze voor een bepaalde uitvoerings- en afwerkingsmethode hangt onder meer af van het type dakvloer (beton, metalen plooiplaten, hout …), de grootte van de verwachte bewegingen en de positie van de bewegingsvoeg (centraal in het dakvlak, tegen opgaande muren …). Bewegingsvoegen worden bij voorkeur met een opstand geplaatst, waarbij thermisch isolerend metselwerk, een metalen constructie of een houten constructie gebruikt wordt – al dan niet in combinatie met isolatie.

Het opvullen van de voegen gebeurt aan de hand van een soepele voegisolatie (bijvoorbeeld minerale wol). Nadat de standaardafdichting tot tegen de voegopening geplaatst is, wordt de bewegingsvoeg afgedicht met behulp van een afzonderlijke afdichtingsstrook. Deze laatste komt los over de voeg te liggen en moet in staat zijn om de te verwachte bewegingen op te vangen – al dan niet met behulp van een rond soepel snoer dat onder de afdichtingsstrook wordt geplaatst. Nadien kan de voegafdichting eventueel verder afgewerkt worden met een metalen of steenachtige afdekkap.

 

Voegafdichting met bitumen dakbanen

Zelfs de meest elastische afdichtingsmaterialen zijn in beginsel niet bedoeld voor het opvangen van bewegingen in de onderliggende (draag)constructie. Ter hoogte van bewegingsvoegen vergt de dakafdichting dan ook een aangepaste afwerking of ‘voegafdichting’. Op een bitumendak gebeurt dit best met behulp van bitumen dakbanen. Deze zijn immers uiterst geschikt voor de afdichting van allerlei dakdetails – en dus ook voor de afdichting van bewegingsvoegen. Bitumen dakbanen zijn sterk en soepel,  gemakkelijk verwerkbaar en hebben een uitstekende kleefkracht – ook ter hoogte van de naden. De lange bewezen levensduur van meer dan veertig jaar is eveneens van toepassing op goed ontworpen, goed uitgevoerde en goed onderhouden voegafdichtingen.

 

Tips en richtlijnen

“Kies voor zekerheid, vooral als het aankomt op bewegingsvoegen voor platte daken”, adviseert Bitubel. “Opteer voor een bitumendak en neem contact op met een van de adviseurs van de verschillende Bitubel-leden. Mailen naar info@bitumeninfo.be is ook een optie. Interessante richtlijnen en voorbeelden/afbeeldingen van verschillende voegafdichtingen in bitumendaken zijn eveneens terug te vinden in de technische voorlichtingsnota TV 244 (Aansluitingsdetails bij platte daken: pag. 65 – 76) of op www.wtcb.be.”