Doorzoek volledige site
20 december 2017 | LIESBETH VERHULST

Erfgoed en energie-efficiëntie: een haalbare kaart?

Pixii organiseerde 14 december een Expert Day rond energie-efficiënt erfgoed. Met deze studiedag wil Pixii samen met een aantal experts aan de hand van wetenschappelijke studies en concrete voorbeeldprojecten tonen dat ook onroerend erfgoed tot op een hoger niveau van energie-efficiëntie getild kan worden. Architectura.be pikte er enkele lezingen uit.

Bert Van den Bergh, architect bij Bureau Bouwtechniek, ging in zijn lezing dieper in op de rol van na-isolatie van hellende daken. “De maatregelen ter bevordering van de energie-efficiëntie van een gebouw moeten ook bij erfgoed voldoende energie-ambitieus durven zijn”, stelt hij. “Een renovatie moet immers een lange levensduur hebben van 30 tot 40 jaar. We spreken van een ingrijpende energetische isolatie vanaf 75 % na-isolatie van de buitenschil. Dit omhelst veelal na-isolatie van daken, vloeren, schrijnwerk en gevels.”


Dakisolatie afhankelijk van herbestemming

“In de zoektocht naar energie-efficiëntie is het evident deze te zoeken in na-isolatie van dakstructuren, naast installatietechnische ingrepen”, stelt Bert Van den Bergh. “De mogelijkheden naar de positie van de isolatieschil zijn sterk afhankelijk van het gebouw en de programmatie bij herbestemming. Wij geven de voorkeur aan technische zolders omdat deze maximaal te benutten zijn voor na-isolatie, maar dit is niet altijd mogelijk binnen het herbestemmingsprogramma. In zulke gevallen opteren we voor isolatie tussen en onder de kepers of een sarkingdak. In het geval van een technische zolder kunnen we enkel de zoldervloer isoleren.”


Twee casestudy’s

Bert Van den Bergh lichtte de aanpak van Bureau Bouwtechniek toe aan de hand van enkele casestudy’s, te beginnen met de Generale Staf, het administratieve kopgebouw van het Militair Hospitaal in Antwerpen. In dit gebouw richt 360 architecten kantoren, een kloosterhotel en een eengezinswoning in. De historische grootschalige en utilitaire zolders worden ingezet als landschapskantoren. Bureau Bouwtechniek koos hier voor een maximale verbetering van de isolatie van de buitenschil met integrale isolatie van de dakstructuren, nieuw schrijnwerk met hedendaags comfort, plaatselijke toepassing van zonwering, en het verbeteren van het bouwfysisch gedrag van de gevelmuren.

“Isolatie tussen en onder de kepers is de meest gebruikte oplossing voor na-isolatie van dakstructuren omdat het relatief budgetvriendelijke oplossing is en makkelijk aanpasbaar naar de toekomst toe”, licht Bert Van den Bergh toe. “Dit betekent wel dat de dakstructuren niet meer zichtbaar en dus niet direct inspecteerbaar zijn.”

De zichtbaarheid van de monumentale opslagzolders was een absolute vereiste bij het Predikherenklooster in Mechelen. Dit voormalige klooster wordt omgevormd tot bibliotheek en ontmoetings- en cultuurcentrum door THV Predikheren (Korteknie Stuhlmacher architecten, Bureau Bouwtechniek en Callebaut Architecten). Bert van den Bergh: “Er waren bijzonder veel vervormingen aan de historische dakstructuren, die verstevigd dienden te worden. De isolatie moest veeleer aan de buitenzijde gebeuren omwille van de zichtbaarheid. We hebben stalen spanten over de historische spanten geplaatst. De historische trekbalken blijven behouden. Er is een nieuwe zoldervloer gerealiseerd en we hebben nieuwe dakkapellen gebouwd om daglicht in het gebouw te brengen.”  


Optimale klimatisatie in Gare Maritime

Thomas Bockelandt van Boydens Engineering lichtte toe hoe dynamische simulaties een rol kunnen spelen in het energie-efficiënt maken van erfgoed. Zijn bureau werkte simulaties uit voor de Gare Maritime op de site van Tour & Taxis in Brussel. “Dit omvangrijke gebouw is geen geklasseerd monument maar heeft wel een grote erfgoedwaarde”, vertelt Thomas Bockelandt. “De vraag was hoe we dit konden herbestemmen en tegelijk de grandeur bewaren. Er was een instandhoudingsdossier uitgewerkt om onder meer de metalen binnenconstructie te beschermen van de weersomstandigheden, maar de ontwikkelaar vroeg zich af hoe hij verder kon gaan. Hij klopte bij ons aan met vier hamvragen: wat voor comfort kan er in de hal geboden worden en op welke manier? Is het haalbaar om een comfortabele situatie te creëren zonder buitensporige energiegebruiken? In welke mate wordt de ontwerpvrijheid in de hal belemmerd? Hoe kan een energetische aanpak toch verzoend worden met de erfgoedwaarde?”

Boydens Engineering werkte simulaties uit nog voor er sprake was van een ontwerp. Er werd gekeken naar temperatuur, de optimale lichtinval en bouwfysische verbeteringen. Op basis hiervan stelde het bureau richtlijnen op voor de ontwerpers: de isolatiekwaliteit van de schil werd vastgelegd, deze fysische aanpak werd gekaderd binnen de EPB-regelgeving. De daglichttoetreding legde enkele kwalitatieve richtlijnen op voor de inbouwvolumes en het belang van de aandacht voor bouwknopen in de constructie werd getoetst tegen de mogelijkheden binnen het erfgoedkundig kader. Alle richtlijnen werden gedurende het ontwerpproces blijvend geëvalueerd en bijgesteld.


Simulaties leiden tot richtlijnen

Neutelings-Riedijk Architecten werd aangesteld als ontwerper van de Gare Maritime en heeft de simulaties van Boydens Engineering nuttig aangewend bij het uitwerken van het herbestemmingsprogramma. Thomas Bockelandt: “Zo zijn de grote opengaande delen die we gevraagd hebben om voor natuurlijke ventilatie te zorgen, in het plan opgenomen en worden ze ook ingezet voor de ontroking van de hal in geval van brand. Deze zorgen dus zowel voor het klimaat in de hal, de veiligheid als voor een voldoende daglichttoetreding aan de zijwanden van de inbouwvolumes.”

In het ontwerp van de architecten sluiten de inbouwvolumes aan op de raampartijen, wat niet het advies was van Boydens Engineering. “Daardoor is er een risico naar oververhitting toe. Dat toonde onze simulatie duidelijk aan”, legt Thomas Bockelandt uit. “De plaatsing van een externe zonwering bleek dan ook noodzakelijk.” Voor de klimatisatie wordt in de kantoorvolumes gebruik gemaakt van koelplafonds, of ventiloconvectoren indien een plafond niet mogelijk was. Alle worden aan lage temperaturen gevoed, voor zowel verwarming als koeling.

“De erfgoedwaarde van de Gare Maritime blijft bewaard want onder meer de bestaande bakstenen wanden en het constructiestaal aan de kopse zijden blijven zichtbaar. Tegelijk creëren we comfort in de inbouwvolumes en zal het geheel BREEAM-gecertificeerd worden”, besluit Thomas Bockelandt.

Met dit voorbeeldproject toonde Thomas Bockelandt - net als de andere sprekers op de Expert Day - aan dat erfgoed en energie-efficiëntie hand in hand kunnen gaan. .