Doorzoek volledige site
07 februari 2018 | FILIP CANFYN

Steen & Been (Filip Canfyn): Schuldig verzuim

Illustratie | Pixabay

"Wat bezielt een notoire belangengroep zoals de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB), de pleitbezorger van de aannemers, om mordicus te willen bewijzen dat een viergevelwoning energetisch en ecologisch evenwaardig is aan een rijwoning?", stelt Filip Canfyn in zijn nieuwe column. "Waarom wordt het lontje van VCB nog korter rond een woningtype, dat qua omzet toch maar 15 % van de bouwaanvragen uitmaakt? Welk belang wordt hier finaal verdedigd door VCB?"

VCB publiceert een bijna triomfalistisch persbericht onder de titel ‘Debat rond woningtype leidt aandacht af van reële uitdagingen’. Aanleiding is een rapport van Jelle Laverge, docent bouwfysica en technische installaties (UGent). “Dit rapport kwam tot stand in opdracht van VCB, naar aanleiding van een reeks vragen die binnen deze organisatie werden gesteld bij de onderbouwing van een aantal sterk gemediatiseerde beleidskeuzes die onlangs naar voren werden geschoven door onder andere de Vlaams Bouwmeester. (…) Daarbij wordt, omwille van de eenvoud van het argument, de typologie ‘vrijstaande woning’ uitgespeeld ten opzichte van de ‘stadswoning’.” Laat de situatie dus duidelijk zijn: VCB huurt iemand in om een volgens haar averechtse these te ontkrachten. Dat die these sinds geruime tijd slechts een deel uitmaakt van een uitgebreid discours, doet er blijkbaar niet toe tenzij een klassieke retorische truc moet gebruikt worden: met die ene stelling het ganse discours willen ontkrachten.

De gewraakte stelling betreft de inderdaad door de Bouwmeester gebruikte grafiek van professor Karen Allacher (KU Leuven), die aangeeft dat een passieve viergevelwoning in het buitengebied en een niet-geïsoleerde rijwoning in de stad ongeveer dezelfde milieu-impact hebben. Merk op dat Allacher zowel een woningtype als een woonlocatie en een energetische performantie sàmen vergelijkt. Natuurlijk! Een vrijstaande nieuwbouw staat niet in de stad, een negentiende-eeuwse tweegevelwoning meestal wel. De grafiek evalueert dus niet zozeer een typekeuze dan wel een locatiekeuze en een woongedrag. Toch focust de docent op de typekwestie, zoals gevraagd door VCB. Hij zaait wat wetenschappelijke twijfel over de gebezigde methodiek en de gehanteerde parameters en dus over de conclusies van Allacher.  Hij roept daarom op om haar bevindingen te nuanceren, en dan komt het, “zeker wanneer die lijnrecht ingaan tegen de woonwens van ‘de Vlaming’”. Moet de docent op die manier de finale bezorgdheid van VCB ondersteunen? VCB ligt ogenschijnlijk maar van één ding wakker: de kost-wat-kost-invulling van de dominante woonwens, dus het voortbestaan van verkavelingsvlaanderen, met alle negatieve gevolgen voor ruimte, energie en mobiliteit.
 

"VCB wil met een benzineslurpende Hummer blijven rijden omdat die milieuvriendelijk zou worden wanneer ze er met acht in kruipen, snoeptomaatjes verorberen en hun smartphone opladen met een zonnepaneeltje op het dak."


En dan moeten de leugentjes om bestwil nog komen. Laverge citeert in zijn tegenvoorstel een ander rapport, dat meldt dat stadsbewoners bijna vier maal meer dan randbewoners gebruik maken van milieuvriendelijke vervoersopties (fiets, bus, trein). VCB zwijgt hierover in haar persbericht. Toch gebruikt Laverge dit gegeven om het te hebben over het belang van een ander gedrag: een elektrische fiets gebruiken en uit de eigen moestuin eten hebben positieve effecten. Dat advies neemt VCB dan weer wel over om de viergevelwoning te verschonen. Laverge alludeert tevens op het doorrekenen van de kosten van gemaakte woonkeuzes, welke ze ook zijn, via een C02-taks. VCB zwijgt ook hierover.

Laverge concludeert met: “Eerder dan een verkettering van een specifieke typologie, hebben we er baat bij zoveel mogelijk mensen op alle vlakken bewust die keuzes te laten maken die én het best aansluiten bij hun eigen situatie én globaal een antwoord bieden aan onze ecologische en humanitaire uitdagingen.” Zo’n conclusie van een beknopt rapport lijkt dan wel genuanceerd maar verhult alleszins twee belangrijke hiaten. Eén, het doel van het rapport, het bewijzen van het ongelijk van professor Allacher, wordt niét bereikt. Twee, opnieuw wordt geprobeerd met een én-én-sofisme het status quo te behouden vanuit de onbewezen hypothese dat elke keuze en dus ook de dominante woonwens compatibel kùnnen zijn met die ecologische en humanitaire maatschappelijke uitdagingen.

Wat schiet hier allemaal van over in het persbericht? VCB onthoudt “dat energieverbruik, verwarmingspatroon, mobiliteitsgedrag en -keuzes veeleer bepalend zijn dan woningtype of locatie”. Inderdaad, maar veel van die andere factoren hangen nu eenmaal samen met type en vooral locatie terwijl diezelfde factoren niet verhinderen dat een viergevel slechter scoort dan een tweegevel. “VCB beklemtoont het belang van alle woningtypes en schuift veeleer gedragswijziging en technologische innovatie rond o.a. mobiliteit en energie naar voren om de ecologische voetafdruk versneld en ten gronde te reduceren in Vlaanderen.” Kortom, de viergevelwoning in het buitengebied moet kunnen zolang we maar uit die moestuin eten en op die elektrische fiets zitten. Deze stelling is intellectueel oneerlijk, zeker nà het zelf bestelde rapport. VCB wil met een benzineslurpende Hummer blijven rijden omdat die milieuvriendelijk zou worden wanneer ze er met acht in kruipen, snoeptomaatjes verorberen en hun smartphone opladen met een zonnepaneeltje op het dak.

 

Neen, VCB wordt in de discussie rond ruimte, energie en mobiliteit meer en meer ongeloofwaardig. Het protectionistisch weigeren om de urgentie in te zien en het status quo om te keren wordt zelfs een inefficiënt blok aan het been van hen, die wel een gezonde bezorgdheid willen tonen. En daarvoor noch docent noch rapport nodig hebben.