Doorzoek volledige site
19 mei 2011 | REDACTIEBUREAU PALINDROOM

Gezond binnenmilieu eerder uitzondering dan regel in de scholensector?

Vroeger werd er te weinig rekening mee gehouden en werden er ook nauwelijks budgetten voor uitgetrokken, maar vandaag is iedereen het erover eens dat de infrastructuur en de leeromgeving van cruciaal belang zijn voor degelijk onderwijs. De informatiesessie van het Centrum voor Gezonde Scholen in het VTI in Hasselt, bijgewoond door een redacteur van Bildinx en Architectura toont aan dat er nog een bijzonder lange weg af te leggen is om te komen tot gezonde scholen.
In het verleden werd er te weinig rekening mee gehouden en werden er ook nauwelijks budgetten voor uitgetrokken, maar vandaag is iedereen het erover eens dat de infrastructuur en de leeromgeving van cruciaal belang zijn voor degelijk onderwijs. De informatiesessie van het Centrum voor Gezonde Scholen in het VTI in Hasselt, bijgewoond door een redacteur van Bildinx en Architectura toont evenwel aan dat er nog een bijzonder lange weg af te leggen is om te komen tot gezonde scholen.




Gezond is een complex begrip dat een integrale aanpak vergt waarbij voor elk aspect de nodige expertise vereist is. Om schooldirecties en ontwerpers duidelijk te maken hoe ze dit kunnen aanpakken, hebben 8 complementaire bedrijven (Rockfon, Desso, Reynaers, Soudal, Zehnder, Zumtobel, Caporol en Vanerum) die actief zijn in de scholenbouw besloten om de krachten te bundelen en onder de noemer van het Centrum voor Gezonde Scholen gezamenlijk naar buiten te treden om de scholensector en de architecten te sensibiliseren om werk te maken van een gezonde schoolomgeving.

Om dit in de praktijk te zetten, organiseert het Centrum voor Gezonde Scholen op geregelde tijdstippen, verspreid over België en Nederland informatiesessies voor architecten en schooldirecties. De redactie van Bildinx trok onlangs naar de infosessie in het Vrij Technisch Instituut in het centrum van Hasselt.


Nog veel werk aan de winkel

Partners in marketing dat de coördinatie en communicatie van het centrum voor zijn rekening neemt, lichtte de eerste resultaten toe van de  online enquête die nog steeds loopt op de website www.gezondescholen.eu. De eerste resultaten tonen aan dat veel schooldirecties zich wel bewust zijn van het belang van een gezonde schoolomgeving, maar dat ze anderzijds moeten vaststellen dat hun school op heel wat punten voor verbetering vatbaar is. Het algemeen binnenmilieu, het economisch energieverbruik en de luchtkwaliteit wordt door meer dan 80% van de directeurs als heel belangrijk ervaren, maar dat zijn ook de punten waarop het in hun school slecht gesteld is. Bijna 1 op 4 (23,9 %) noemt het algemeen binnenmilieu in zijn school (heel) slecht, 42,3 % is niet tevreden over het energieverbruik en 25,5 %  quoteert de luchtkwaliteit als slecht. Andere aandachtspunten zijn het thermisch comfort (79,9 / 32,2 ), het visueel comfort (69,8 /17,9), de akoestiek (67,7 /19,3  ) en de ergonomie van het schoolmeubilair (66,6 /13,8). (Het eerste cijfer geeft het percentage weer dat dit aspect heel belangrijk vindt, het tweede cijfer het percentage dat dit aspect in zijn school als slecht of heel slecht beoordeelt.)    
 

Businessplan

Leerrijk cijfermateriaal, maar de praktijk was toch interessanter. Jo Berben van a2o Architecten gaf een boeiende uiteenzetting van enkele cases in de scholenbouw, een segment dat een van de speerpunten vormt van het Hasseltse bureau. 





Een van de grootste problemen in de scholenbouw is volgens Jo Berben het ontbreken van een masterplan, een duidelijke visie waar men met de school in de toekomst naartoe wil. Al te dikwijls beperken de ingrepen zich tot accidentele kleine aanpassings- of verbeteringswerken die op termijn in conflict komen met andere grootscheepse verbouwings- of nieuwbouwwerken. Als men op voorhand een duidelijk plan uittekent, kan men die kleinere ingrepen inpassen in dat plan, waardoor ze beter aansluiten bij het geheel en op lange termijn minder kosten. Op die manier kan men de kosten voor het masterplan snel terugverdienen en zal dat masterplan op het einde van de rit leiden tot een beter eindresultaat aan een lagere prijs.


Gezonde scholen in de praktijk – de grootste fouten

Na de infosessie legden we ons oor te luister bij enkele van de participanten. We vroegen hen wat voor hun specifiek vakdomein de grootste fout is die er gemaakt wordt in de scholenbouw.


Verlichting

Volgens Jan Stoops van Zumtobel Lighting wordt er in de scholenbouw nog te weinig stilgestaan bij het energiepotentieel dat men besparen dankzij een aangepaste verlichting. “De meeste klaslokalen zijn nog uitgerust met een aan-uitsysteem. Dat wil zeggen dat men ’s morgens de lichten aandoet en ’s avonds – als men het niet vergeet – doet men het licht uit. Meer dan eens komt het voor dat de lichten in bepaalde lokalen de hele nacht blijven branden. Men kan enorm veel energie besparen door een daglichtsturing of door een aanwezigheidsdetector te plaatsen waardoor het licht automatisch uitgaat wanneer er niemand meer in het klaslokaal is of waarbij het licht gedimd wordt in functie van het daglicht dat naar binnentreedt. Volgens ons een heel belangrijke factor want energie zal steeds duurder worden. Bovendien hebben de scholen een maatschappelijke voorbeeldrol te vervullen in het bewust omgaan met energie en het groene denken.”





Akoestiek

Volgens Dominique Goven, marketing manager van Rockfon, is akoestiek een onderschat item in de scholenbouw. “Slechte akoestiek is te wijten aan veel (na)galm/echo die ontstaat door het gebruik van harde materialen (glas, harde vloeren, wanden, bord) die het geluid weerkaatsen en aan de aanwezigheid van achtergrondlawaai. Dat lawaai kan van buiten naar binnen komen via gangen en buitenramen of van binnen het lokaal door een zoemende verlichting, ventilatie en andere installaties. Dat probleem kan akoestisch gecorrigeerd worden met behulp van akoestische plafondpanelen die tot 100% geluidsabsorberend kunnen zijn. Bij slechte akoestiek ontstaat een versterkend effect. Door de hoge mate van galm of lawaai ontstaat een sneeuwbaleffect, wat in akoestische termen ook wel ‘cocktail party effect’ wordt genoemd, naar analogie van veel mensen die samen zijn op een party of feestje en steeds luider gaan praten om zich verstaanbaar te maken boven de aanwezige menigte. Dit gebeurt ook in een klaslokaal waar de leraar steeds harder gaat roepen om boven het lawaai uit te komen. Het resultaat is nog meer onrust en dus meer lawaai en nog meer galm door weerkaatsing van de harder klinkende geluidsgolven op de harde materialen. Verschillende internationale studies tonen aan dat kinderen betere leerprestaties behalen in goede akoestische condities dan in minder goede akoestische omgevingen.”




Raamprofielen

Deborah Dupaix van Reynaers Aluminium pleit ervoor dat men bij het vervangen van de ramen ook kijkt naar het energieverbruik. “Door te investeren in goed isolerende profielen kan je de warmteverliezen danig inperken. Bij de plaatsing is het van groot belang dat dat op een luchtdichte wijze gebeurt want de luchtdichtheid heeft een niet te onderschatten impact op de isolatiewaarde van het raam. Zeker op lange termijn als de normen nog strenger zullen worden.”




Bouwaansluitingen

Deze laatste opmerking kan Filip Van Mieghem van Soudal alleen maar beamen en wat dit betreft is het volgens hem in de scholenbouw niet anders dan in de privé woningbouw: de plaatsing van het buitenschrijnwerk laat vaak  te wensen over. “Wat baat het schrijnwerk met zeer lage U-waardes te plaatsen en een ruwbouw met uitstekende isolatie? De aansluiting tussen beiden elementen is vaak aanleiding tot koudebruggen en luchtlekken, met aanzienlijk energieverlies tot gevolg. Verder kunnen door condensatie schimmelproblemen optreden, net als stofinfiltratie en geluidslekken. Zeker in het kader van de actuele stand van de energieprestatiewetgeving, is het van het grootste belang zorg te besteden aan deze aansluitingen, zodat koudebruggen vermeden worden en de luchtdichtheid gegarandeerd blijft. In Vlaanderen is het trouwens verplicht om bij de berekening van het E- en K-peil rekening te houden met de bouwknopen. Beide elementen hebben een enorme impact op het E-peil en hebben ook op die wijze rechtstreekse financiële implicaties.”


Kleurgebruik

Werner Raes die verffabrikant Caparol vertegenwoordigt, vindt het jammer dat de kleurkeuze nog te vaak stiefmoederlijk behandeld wordt in de scholenbouw. “Men is zo veel bezig met de eigenlijke bouw- of verbouwingswerken dat men geen of weinig aandacht besteedt aan het verven en aan de kleurkeuze. En dat terwijl een goed gekozen kleur een gebouw extra cachet kan meegeven en de architectuur beter kan laten uitkomen. Een mooie kleur kost niet meer dan een lelijke, maar kan de omgeving zo veel aangenamer maken, zowel voor de leerlingen als voor de leerkrachten. Het kan ook de herkenbaarheid van het gebouw of van bepaalde delen versterken.”





Ergonomie en visueel comfort

Ben Jochems van Vanerum ment dat er zeker op het vlak van audiovisueel comfort en ergonomie nog heel wat werk aan de winkel is. “Onderzoek wijst uit dat een groot deel van de leerlingen de leerstof niet begrijpt omdat ze het bordschema niet kunnen zien (of lezen) of de leraar onvoldoende kunnen horen omwille van slechte akoestiek en storende omgevingsgeluiden. Zowel het projecteren van computerbeelden op een digitaal schoolbord als het installeren van een permanent audioversterkingssysteem zijn mogelijke oplossingen.
Op vlak van meubilair zien we dat weinig scholen de switch hebben gemaakt naar een 21e-eeuws denkpatroon. Er wordt uitgegaan van een klassieke 19e-eeuwse ergonomie, die ontstond uit de een 19e-eeuwse sociale context en de toenmalige opvattingen over werk en onderwijs. Zo'n rechtop zittende houding is inderdaad ergonomisch, maar een doorsnee lichaam kan deze positie niet langer dan 2 minuten correct aanhouden.
Modernere opvattingen over ergonomie adopteren het Scandinavische 'balanced seating' en 'dynamisch staan/zitten' model, dat het lichaam in een ergonomische rusthouding brengt. Dit is comfortabeler, laat meer beweging toe en verbetert de bloedsomloop. Een bijkomend voordeel van het 'hoger zitten' is dat het hiërarchische verschil tussen leerling en de leraar vermindert.”


Te hoge CO2 waardes

Bij Zehnder vinden ze het belangrijk dat de CO2 waarde onder een bepaalde waarde blijft: "In Nederland is er veel discussie over deze waarde:

Wens GGD = 800 ppm
Richtlijn overheid = 1.000 ppm
Gezondheidskundige grens = 1.200 ppm
 
Ontwerpfouten worden snel gemaakt. Onze visie is om ca. 30 en 40 m3/h per persoon aan te houden. Met deze waarde komen we rond de 1.000 ppm CO2 uit. Door een verkeerd ontwerp bijv.:

- te kleine unit
- slecht verdeelsysteem (te klein gedimensioneerd)
- verkeerd geselecteerde toe- en afvoerroosters
- wanneer van toepassing verkeerd geselecteerde buitenluchtaanzuig- of afvoerrooster
- etc.

kunnen deze ontwerpfouten leiden tot:

- hoge CO2 waarden
- hoge geluidwaarden (> 30-35 dB(A))
 
In Nederland zien we veel decentrale oplossingen. Deze decentrale units worden vaak afgetoerd om binnen de geluidseis te blijven met als gevolg een te hoge CO2 waarde. Op praktisch vlak worden we vaak geconfronteerd met onvoldoende ruimte voor de plaatsing van de ventilatie-units en de benodigde geluidsdempers. Een goede briefing ivm de werking en de principes van het ventilatiesysteem naar de gebruikers toe is onontbeerlijk voor een correct gebruik."

Bron: Bildinx (magazine voor de projectbouw)