Doorzoek volledige site
06 december 2018 | CATHERINE DE WOLF

Hergebruik brengt actoren van de bouwsector samen (deel 2)

Illustratie | Catherine De Wolf
Illustratie | Catherine De Wolf

Waar vroeger de Leonidas chocoladefabriek lag in Brussel, wacht nu een indrukwekkende voorraad gerecupereerde materialen op een nieuwe bestemming, in de opslagplaatsen en de vereniging Rotor en haar autonome antenne RotorDC (Deconstruction/Consulting), die recent de 2018 Schelling Architecture Award ontvingen voor hun baanbrekende projecten op het gebied van hergebruik. Catherine De Wolf heeft Michaël Ghyoot geïnterviewd. Binnen Rotor is hij architect en projectverantwoordelijke. Hij is ook co-auteur van "Déconstruction et réemploi” samen met Lionel Devlieger, ingenieur-architect, Lionel Billiet, bio-ingenieur en stichtend lid van Rotor DC en André Warnier, architect. Hieronder kan u het tweede deel van het interview. Het eerste deel is eerder verschenen op architectura.be en kan u hier lezen

Kwantificeert Rotor ook de milieu-impact in projecten?

M.G. “Op deconstructiesites maken we bijna altijd een gedetailleerde meetstaat van de hoeveelheden materialen die we hebben verzameld. Soms vragen eigenaren ons ook om een ​​schatting te geven van de bespaarde CO2-uitstoot. We schatten dan de grootteorde van de uitstoot veroorzaakt door de productie van gelijkwaardige nieuwe materialen. We vertrouwen daarvoor op de informatie in gepubliceerde databases zoals de Inventory of Carbon and Energy. We werken ook samen met het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) binnen het kader van het project “Het Brussels gebouwenpark: bron van nieuwe materialen (BBSM)”. Zij maken robustere levenscyclusanalyses volgens de ISO-procedures. Zo toonden we aan dat de constructie van een vierkante meter muur met hergebruikte bakstenen ongeveer twee keer minder uitstoot dan eenzelfde muur met nieuwe bakstenen. Dit ratio gaat zelfs tot 1:10 wanneer het over een glazen kantoorwand gaat.

Het wordt wat ingewikkelder wanneer we tools zoals TOTEM of materiaaldatabases gaan gebruiken. We stellen ons vragen over hoe deze tools hergebruikte materialen aanpakken. Het zou vrij gemakkelijk zijn om hergebruikte bouwcomponenten over het hoofd te zien. We vrezen dat zo’n tools verplicht of heel courant worden zonder dat ze hergebruik hollistisch hebben aangepakt.

Hergebruik stelt in feite de hele methode van levenscyclusanalyse in vraag aangezien de bestudeerde materialen in meerdere levenscycli terugkomen: waar plaatsen we dan de grenzen van de analyse? Gaan we ervan uit dat de effecten van de productie volledig te wijten zijn aan het eerste gebruik, of verdelen we ze over een langere levensduur, inclusief de tweede (of derde, …) levenscyclus? We spreken hierover met het WTCB en ander BBSM-partners. De beperkingen zijn ergens inherent aan de methode van levenscyclusanalyse, die initieel ontworpen zijn voor lineaire trajecten met een duidelijk begin en einde. Meerdere cycli aan elkaar knopen, maakt het model moeilijker te gebruiken. Het vereist een duidelijke definitie van de fasen en effecten die we bestuderen.”
 

Hoe moeten we dan de principes van de circulaire economie in onze ontwerpen toepassen?

M.G. “Naar onze mening is er geen wonderoplossing die elke keer zou werken. In onze eigen ontwerpprojecten proberen we vaak een overzicht te hebben: ontwerp, levering van de elementen en bouw. Zo kunnen we gemakkelijk budgetten heroriënteren. Als we een groot aantal zeer goedkope materialen kunnen vinden via hergebruik maar meer budget nodig hebben voor arbeid (schoonmaken, aanpassen, enz.), kan dat. De dialoog met de klant is erg belangrijk om de behoeften goed te begrijpen. We gebruiken vaak maquettes als ondersteuning van deze gesprekken. Soms brengen we eveneens tijd door in het gebouw. Als een opportuniteit zich voordoet, proberen we als consultant voor bouwprojecten de klant te overtuigen om voor hergebruikte materialen te kiezen. Professionele leveranciers van hergebruikte materialen zijn ook een grote hulp en stimuleren de transitie naar een circulaire economie.”

 

Ziehier een aantal voorbeelden van projecten binnen Rotor of RotorDC. Meer informatie is beschikbaar of hun site of op sociale media.

Binnen het project Paris Habitat renoveren ze de oude kazernes om tot sociale woningen. Rotor hielp de projecteigenaar en de ontwerpers van het nieuwe project om hergebruikstrategieën in verschillende stadia in te werken door een inventaris van herbruikbare elementen te voeren en deze zoveel mogelijk te integreren in het ontwerp.

  • Zinneke, Masui4ever – FEDER 2014-2020 (figuur 4)

In dit project begeleidt Rotor de vereniging Zinneke voor de renovatie van hun gebouw, mogelijk gemaakt door het verkrijgen van een Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (FEDER). Dit project richt zich meer specifiek op de kwestie van de integratie van elementen in de context van overheidsopdrachten.

  • Tour Multi, ook bekend onder “Tour Philips” aan De Brouckère (figuur 5)

In dit project heeft Rotor de projecteigenaar overtuigd om als ambitie te stellen 2% (in waarde) van het geplande budget voor afwerking te besteden aan de integratie van hergebruikselementen. Dit cijfer lijkt misschien klein, maar het is dubbel zo hoog dan het gemiddelde voor hergebruikprojecten (op basis van lacunaire cijfers). Het vormt ook een precedent voor toekomstige eigenaars die beter zullen willen doen en zullen streven naar 3 of 4%.

Het laatste hoofdstuk[1] van het boek “Déconstruction et réemploi” geeft enkele tips over hoe we hergebruik kunnen aanmoedigen op grotere schaal. Volgens de auteurs is het nodig om de vraag op een progressieve manier te stimuleren, en ervoor te zorgen het aanbod van materialen beschikbaar is. Een eerste stap bestaat erin om een lijst te maken van de actoren van de hergebruiksector. Zo weten de klanten bij wie ze terecht kunnen. In België is deze informatie beschikbaar op de site Opalis.be. Een andere stap is het identificeren en in kaart brengen van succesvolle projecten. Dit is de ambitie van het Be.Circular project in Brussel. Vervolgens kunnen we workshops organiseren met alle actoren van de hergebruiksector. Het platform gevormd binnen de Confederatie Bouw Brussel-Hoofdstad doet dit in Brussel. Hergebruik labels zoals FSC recycled kan een andere stap zijn. Een volgende stap is het opstellen van standaardformulieren voor de nieuwe procedures. Rotor deed dit voor hergebruik via een  vademecum. Belastingen of bonussen kunnen ook een invloed hebben, zoals de bonus voor de implementatie van de circulaire economie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
 

M.G. “Ook al heeft de overheid een belangrijke invloed op het reglementair kader waarin alle actoren spelen, is het hoog tijd dat deze actoren zelf hun activiteiten opnieuw configureren: ondernemers, slopers, ontwerpers, klanten, materiaalproducenten, enz. Het heeft geen zin om een kader te hebben, als er geen spelers zijn.”

 

[1] Ibid, p. 191-205

GERELATEERDE DOSSIERS

GERELATEERDE ARTIKELS