Doorzoek volledige site
29 november 2011 | TIM JANSSENS

Belgische Prijs voor Architectuur en Energie: Lokalen Jeugdbewegingen door Els Claessens en Tania Vandenbussche

In onze reeks over de Belgische Prijs voor Architectuur en Energie, waarin we de winnende en genomineerde projecten van naderbij bekijken, staan we deze week stil bij de lokalen voor de Blankenbergse jeugdbewegingen die Els Claessens en Tania Vandenbussche (ECTV) de architectuurprijs in de categorie ‘Niet-residentieel Publiek’ opleverden. Van een oude hoeve maakten ze een dynamisch gebouwengeheel dat op maat van de verschillende jongerengroepen kan worden ingericht.

In onze reeks over de Belgische Prijs voor Architectuur en Energie, waarin we de winnende en genomineerde projecten van naderbij bekijken, staan we deze week stil bij de lokalen voor de Blankenbergse jeugdbewegingen die Els Claessens en Tania Vandenbussche (ECTV) de architectuurprijs in de categorie ‘Niet-residentieel Publiek’ opleverden. Van een oude hoeve maakten ze een dynamisch gebouwengeheel dat op maat van de verschillende jongerengroepen kan worden ingericht.


Samenhang bewaren

Domein Hoeve de Sol, zo heet het project van Claessens en Vandenbussche. Ze toverden een oude hoeve om tot lokalen voor de drie plaatselijke jeugdbewegingen. Elke vereniging heeft toegang tot eigen lokalen, keukens, sanitair en opslagruimtes. Buiten een verschil in grootte (de VVKSM telt immers dubbel zoveel leden als de KSA of de Chiro) zijn de drie gebouwen quasi-identiek. De architecten vonden het belangrijk om enige samenhang te bewaren: “We wilden geen drie onderscheiden gebouwen maken. We ontwierpen één langgerekt gebouw dat slingert tussen de perceelsgrenzen. Het gebouwdeelt het terrein, samen met de uitbreiding van het Zeebos, in vier: een eigen buitenruimte voor elk van de drie jeugdbewegingen en een gemeenschappelijke koer rond de bestaande poel. De gewenste scheiding tussen de drie verenigingen is niet expliciet, maar ze is er wel,” aldus Els Claessens.







Dynamisch en gelaagd

De moeilijkheid zat voor de architecten dus vooral in het ‘verenigen’ van de drie jeugdbewegingen in een gebouw, en dit zonder ze hun eigen plek op het terrein te ontnemen. Met een minimum aan middelen moest enerzijds tegemoet gekomen worden aan de eisen van de verenigingen, en moest het terrein anderzijds op een zinvolle manier ingedeeld worden. Het gebouw werd dan ook ontworpen met verschillende oppervlaktemodules, zodat flexibel gebruik van de verschillende ruimtes mogelijk wordt. Lokalen kunnen worden samengenomen of gesplitst indien een veranderend ledenaantal dit vereist.
Het metselwerk van het gebouw is een verwijzing naar de abelen van het nabije Zeebos. De slordig vermetste zandkleurige bakstenen met gezaagd oppervlak doen immers denken aan de schors van een boom. Ze monden uit in een sloom hellend zadeldak dat het geheel een geometrische gelaagdheid geeft. De lokaalhoogtes en de plafonds variëren met het dak mee. Op die manier krijgen de gelijke lokaaloppervlaktes toch een verschillende ruimtelijkheid.





Gebruiksvriendelijk

Het gebouw wordt door de jeugdbewegingen alleen in het weekend gebruikt, in de vakantieperiodes wordt het verhuurd aan andere verenigingen. Specifieke randvoorwaarden waren dus dat het gebouw slechts op bepaalde momenten moet verwarmd worden en dat het veel verschillende gebruikers kent. Er is daarom geopteerd voor een goede isolatie die de basistemperatuur makkelijk bestendigt en voor een gebruiksvriendelijke installatie die het gebouw op korte tijd op de gewenste temperatuur brengt.






Foto's: Hilde d'Haeyere