Doorzoek volledige site
19 december 2011 | TIM JANSSENS

Belgische Prijs voor Architectuur en Energie: Espace Culturel Victor Jara van L’Escaut-Weinand

In onze reeks over de Belgische Prijs voor Architectuur en Energie brachten we al een artikel over de lokalen voor de Blankenbergse jeugdbewegingen waarmee Els Claessens en Tania Vandenbussche de architectuurprijs in de categorie ‘Niet-Residentieel Publiek’ in de wacht sleepten. Wat we er toen niet bij vertelden, was dat Claessens en Vandenbussche deze eer moesten delen met L’Escaut-Weinand, een tijdelijke vennootschap bestaande uit L’Escaut Architectures en studiebureau Weinand. Zij werden met hun ‘Espace Culturel Victor Jara’, een gloednieuw cultureel centrum in het hart van Soignies, verkozen tot ‘tweede laureaat’.
In onze reeks over de Belgische Prijs voor Architectuur en Energie brachten we al een artikel over de lokalen voor de Blankenbergse jeugdbewegingen waarmee Els Claessens en Tania Vandenbussche de architectuurprijs in de categorie ‘Niet-Residentieel Publiek’ in de wacht sleepten. Wat we er toen niet bij vertelden, was dat Claessens en Vandenbussche deze eer moesten delen met L’Escaut-Weinand, een tijdelijke vennootschap bestaande uit L’Escaut Architectures en studiebureau Weinand. Zij werden met hun ‘Espace Culturel Victor Jara’, een gloednieuw cultureel centrum in het hart van Soignies, verkozen tot ‘tweede laureaat’.






Sterke band met de omgeving

Het nieuwe cultureel centrum van Soignies ontleent z’n vormgeving aan de karakteristieke eigenheid van de gemeente. Het gebouw verwijst met z’n robuuste, natuurlijke karakter naar de steengroeve die het sociaal-economische leven in Soignies erg lang domineerde. Het gebouw is bekleed met ruwe steenkorsten en treedt in interactie met de imposante Kapittelkerk. Het gebouw werd in overeenstemming met de omliggende openbare ruimte ontworpen. De vele ingangen maken het complex letterlijk en figuurlijk toegankelijk, terwijl er zich aan de oostkant een geheel nieuw publiek toegankelijk plein heeft ontvouwd. L’Escaut-Weinand heeft met andere woorden geprobeerd om het nieuwe complex een sterke, lokale identiteit mee te geven.


    



Verlengde van de open ruimte

Het collectief is verder gegaan dan oorspronkelijk de bedoeling was om de kenmerkende context ook in de inrichting van het gebouw te vertalen. Twee facetten van de culturele dynamiek komen aan bod: enerzijds de institutionele cultuur (door de grote zaal binnenin het gebouw), anderzijds de populaire cultuur (door toegankelijkheid van het gebouw en de buitentrappen waar men straatfeesten en andere evenementen kan organiseren). Op deze manier vermijdt L’Escaut-Weinand dat het gebouw een gesloten doos wordt. De volledig beglaasde foyers van de zaal zelf strekken zich uit langs de gevels en transformeren het schijnbaar gesloten volume in een open ruimte die de stad verlicht als de avond valt.
Als verlengde van de openbare ruimte die het omringt wordt het centrum een soort galerij. Het publiek is in staat zich het gebouw toe te eigenen op verschillende en speelse manieren, zelfs wanneer het gesloten is.


    



Flexibel in te vullen zaal

De zaal, die gevangen zit in een lichtdoos, weerkaatst de eigen aan het schouwspel zijnde duisternis dankzij zijn sombere houtwerk, dat tegelijkertijd ook de akoestiek verbetert. De scène leent zich door z’n grote omvang (de helft van de totale oppervlakte) uitstekend tot grootse dans –en theatervoorstellingen. De inschuifbare tribune garandeert een zekere flexibiliteit in gebruik: van vierhonderd zitplaatsen tot zeshonderd staanplaatsen, naargelang de aard van de voorstelling. Op zich neemt de grote theaterzaal relatief weinig ruimte in. Door z’n toegankelijkheid geeft het cultureel centrum sommige delen van de ingenomen publieke ruimte terug aan de stad.





Foto's: Filip Dujardin