Doorzoek volledige site
07 januari 2013 | TIM JANSSENS

Jaaroverzicht 2012: Passiefbouw bereikt steeds breder publiek

De opmars van passiefbouw lijkt niet meer te stuiten. Aangezien de 2020-deadline en de daarmee verbonden eis inzake de energieneutraliteit van nieuwe gebouwen met rasse schreden naderen, opteren steeds meer bouwers voor een passieve woning. Architectura geeft u in dit artikel een beknopt overzicht van de drie meest markante passiefprojecten van het voorbije jaar, te beginnen met het pas opgeleverde Passief Live-project, dat geïnteresseerde bouwers op de voet konden volgen via het internet.
De opmars van passiefbouw lijkt niet meer te stuiten. Aangezien de 2020-deadline en de daarmee verbonden eis inzake de energieneutraliteit van nieuwe gebouwen met rasse schreden naderen, opteren steeds meer bouwers voor een passieve woning. Architectura geeft u in dit artikel een beknopt overzicht van de drie meest markante passiefprojecten van het voorbije jaar, te beginnen met het pas opgeleverde Passief Live-project, dat geïnteresseerde bouwers op de voet konden volgen via het internet.


Passief Live

Op 5 november werd de Passief-livewoning op de Baraque Fraiture officieel ingehuldigd. Het project ging van start in oktober 2011 en was het resultaat van een samenwerking tussen Toon Tweepenninckx (A33 Architecten) en de Saint-Gobain Group. Via de realisatie van een modelwoning op het koudste punt van ons land wilden ze aantonen dat het passiefconcept hier ook onder de meest extreme klimatologische omstandigheden overeind blijft. Het bouwproces was bovendien live te volgen via een speciale website, die binnenkort overigens ook de real time-energieprestaties van de woning zal weergeven.

Het Passief-live-project wil het relatief ongrijpbare passiefconcept tastbaar maken. De naderende 2020-normen vragen immers energieneutrale gebouwen, en dus ook bijzonder efficiënte verwarmings- en koelingsprocessen. De meeste bouwers bezitten hier echter lang niet voldoende kennis over en zien de mogelijkheid tot passiefbouw dan ook nog te vaak over het hoofd. Toch is de waas van obscuriteit rond het passiefconcept stilaan aan het verdwijnen, een evolutie waar ook het Passief-liveproject aan heeft bijgedragen. Door mensen via een speciale website op de hoogte te houden van het bouwproces te illustreren hoe het theoretisch ingewikkelde passiefconcept kan worden omgezet in een comfortabele passiefwoning, toonden Toon Tweepenninckx en de Saint-Gobain Group aan dat de passieve bouwmethode er wel degelijk staat.

De bewustmaking stopt echter niet bij de oplevering van het gebouw. Architect Toon Tweepenninckx wil immers vooral bewijzen dat het passiefconcept ook effectief werkt en dat energieprestaties en leefcomfort wel degelijk hand in hand kunnen gaan. Op de website van Passief Live (www.passief-live.be) zullen geïnteresseerden het reële energieverbruik van de woning daarom live kunnen volgen via een online dashboard. Opdat zij de woning ook echt zouden kunnen ‘ervaren’, zal de woning dienst doen als vakantiewoning voor tien personen.
Meer informatie over de bouw van de woning op zich vindt u hier.


          



Bruyn-West

Een ander opvallend project dat in 2012 werd opgeleverd, is het Bruyn-West-project in Neder-Over-Heembeek, een residentieel project waarbij er – verdeeld over vijf strategisch ingeplante bouwblokken – 79 passieve wooneenheden werden gerealiseerd. Deze werden ontworpen door het Brusselse Pierre Blondel architectes, dat voornamelijk belang hechtte aan wooncomfort, een doordachte inplanting en verbondenheid met de achterliggende groene ruimtes. De nieuwe woningblokken zijn ondanks hun schuine i-vorm perfect geïntegreerd in hun omgeving.

Vooral de oriëntatie van de bouwblokken valt op. Enerzijds zijn ze afwisselend naar het zuidwesten en naar het zuiden gericht, anderzijds varieert de ruimte tussen de blokken van breed naar smal en omgekeerd. Dit maakt dat alle bewoners een maximaal zicht hebben op de groene omgeving en dat alle woningen optimaal van de zonnewarmte kunnen profiteren. Via een doordachte toe- of afname van het aantal bouwlagen (twee tot vier) in de richting van het achterliggende park, zorgde architect Pierre Blondel ervoor dat de volumes elkaar op het vlak van lichtinval en zonnewarmte nooit in de weg staan.

Ondanks deze vormelijke ingrepen zijn de volumes uiterst compact en zijn er weinig speciale ingrepen moeten gebeuren om de gewenste isolatie- en luchtdichtheidsniveaus te bereiken. Volgens het motto ‘less is more’ is de warmtebehoefte zeer laag en het aantal technieken beperkt. Een balansventilatiesysteem met warmterecuperatie en een warmtebatterij zorgen voor de verluchting en de verwarming en koeling van de gebouwen. Het sanitaire water wordt voorverwarmd met behulp van zonnepanelen (twintig vierkante meter per gebouw). Wanneer er niet voldoende zon is, gebeurt de verwarming van het water via gascondensatieketels. Architect Pierre Blondel liet het energetische aspect met andere woorden niet volledig primeren en hechtte minstens even veel belang aan het leefcomfort van de bewoners. Het optimaal benutten van de beschikbare ruimte en het verhogen van het ruimtegevoel in de woningen zelf kwam bij hem op de eerste plaats. “Passiefbouw is immers niet enkel maar met het ontwerpen en construeren van een energievriendelijk gebouw, maar ook het promoten van een nieuw woon- en leefconcept,” vindt Blondel.


          




Cohousing-project Vinderhoute

Deze lichtende woorden van Pierre Blondel brengen ons naadloos bij een derde passiefproject dat het voorbije jaar onze aandacht trok, meer bepaald het cohousing-project in Vinderhoute van Stramien. In dit project ging men nog een stuk verder in het vooropstellen van de leefmethode en was het passieve karakter van de gerealiseerde woningen haast een evidentie.

Cohousing is een bouw- en woonconcept dat impliceert dat verschillende gezinnen samenwonen en -leven op een gezamenlijk (groen) domein. Doordat verschillende gezinnen hun krachten verenigen, wordt het in principe mogelijk om goedkoper en ecologischer te bouwen. Behalve individuele woon- en leefvoorzieningen is er meestal ook nog een gemeenschappelijk paviljoen dat voor iedere bewoner toegankelijk is. Via cohousing hoopt men sociaal contact en privacy optimaal te combineren.

Ook bij Stramien zijn ze overtuigd van het cohousing-concept. Op vraag van zeventien gezinnen realiseerde het 17 compacte, zuidelijk georiënteerde passiefwoningen met ruime tuinen. De woningen hebben allen een houtskeletstructuur. De afstand tussen de huizen is precies berekend om – zelfs in de herfst en de lente – maximale bezonning toe te laten. Het gemeenschapshuis bevindt zich centraal op het terrein. “Duurzaam bouwen gaat niet enkel om het E-peil, maar ook om de manier waarop we samenleven,” meent architect Peter Leroy (Stramien). “De nagestreefde duurzaamheid situeert zich bij dit project veel meer in het aanpakken van maatschappelijke problemen zoals verzuring, vergrijzing en vereenzaming. We willen het typische individuele woonpatroon doorbreken met deze veel ‘socialere’ manier van samenleven. Ik noem cohousing dan ook liever ‘wonen in meervoud’.”






In ons speciaal dossier over passiefbouw vindt u ook heel wat andere passiefprojecten terug die het voorbije jaar gerealiseerd werden.