Doorzoek volledige site
11 maart 2013 | TIM JANSSENS

Panelgesprek zorgbouw (2): Zorgarchitectuur, voer voor specialisten of nood aan een nieuwe wind?

Is het een troef om te kunnen samenwerken met een architect die veel ervaring heeft met het ontwerpen van zorginstellingen, of is het daarentegen net een beperking? Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Jo Vandeurzen ging er onlangs samen met vier architecten en een academisch researcher dieper op in gedurende een boeiend panelgesprek, georganiseerd door Architectura en Actual Care.
Is het een troef om te kunnen samenwerken met een architect die veel ervaring heeft met het ontwerpen van zorginstellingen, of is het daarentegen net een beperking? Het is een vraag die veel zorgbouwers zich stellen. Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen riep alvast op tot 'out of the box'-denken, maar niet iedereen is het hiermee eens. Hetzelfde geldt voor zijn Open Oproep-procedure. Ervaring in de zorgbouw: een zegen of een vloek? Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Jo Vandeurzen ging er onlangs samen met vier architecten en een academisch researcher dieper op in gedurende een boeiend panelgesprek van Architectura en Actual Care.



Een visualisatie van De Vierde Wand in Winterslag, het eerste woonzorgcentrum dat PCP Architects ontwierp en dat op dit moment gebouwd wordt.




Som van ervaring

Is het een voor- of een nadeel om met een specialist-zorgbouwer in zee te gaan? De meningen zijn – uiteraard – verdeeld. Specialisten zullen beweren dat ze de kneepjes van het vak kennen en dat ze door die ervaring bepaalde fouten kunnen vermijden, niet-specialisten zullen ertegenover stellen dat ze beter dan eender welke specialist voor de dag kunnen komen met nieuwe ideeën om de zorgsector een nieuwe impuls te geven.

Peter Cornoedus (PCP Architects) nuanceert de rechtlijnige tegenstelling tussen specialisten en niet-specialisten in zorgbouw en stelt dat het volgens hem meer om ervaring van architecten in het algemeen gaat: “Specialist is een zwaar woord omdat het een zekere exclusiviteit impliceert. En je bent als ontwerper toch rijker en breder van kijk dan enkel maar die ene discipline waar je misschien wel het meest, maar niet uitsluitend in actief bent. Iedere bouwaanvraag is anders, zelfs binnen eenzelfde sector, en het is als architect bijzonder boeiend om nieuwe domeinen te ontdekken. Ik geloof wel dat je als architect al wel wat ervaring nodig hebt om een woonzorgcentrum te kunnen ontwerpen. Maar die ervaring moet je zeker niet uitsluitend hebben opgedaan in de zorgbouw, want er is volgens mij wel iets voor te zeggen dat je dan na verloop van tijd vastgeroest kan raken in bepaalde ideeën die best wel functioneel, maar misschien niet bij elk bouwprogramma even relevant zijn.”

Ook Jorden Goossenaerts (RDBM) bekijkt het op die manier. Hij meent dat architecten best zoveel mogelijk verschillende gebouwen maken, zodat ze ook die ervaring kunnen aanwenden om uiteindelijk tot slimme, flexibel in te richten gebouwen te komen: “Ik denk dat het inderdaad vooral van belang is dat je verschillende gebouwen maakt, en dat je van die verschillende gebouwen er verschillende maakt. Want enkel dan heb je die waardevolle combinatie van ervaring en diversiteit. Ik denk dat we bovendien meer en meer moeten evolueren naar het ontwerpen van vastgoed, en dat de zorg- en andere sectoren van dit vastgoed gebruik kunnen maken. We moeten komen tot slimme gebouwen die verschillende invullingen kunnen krijgen, en dus zou de vraag naar ervaring met het ontwerpen van zorginstellingen alsmaar minder relevant moeten worden. Het is volgens mij net van belang om in zoveel mogelijk sectoren verschillende ervaringen op te doen, zodat je de 'best practices' uit deze ervaringen kan combineren om uiteindelijk tot een soort van grootste gemene deler te komen.”



Jorden Goossenaerts (RDBM) over de nood aan vastgoedwaarde en slimme casco's in de zorgbouw.



Leerproces

Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen deed met zijn oproep tot ‘out of the box’-denken heel wat stof opwaaien, niet in het minst bij Alfredo De Gregorio (De Gregorio & Partners). Hij is er niet alleen van overtuigd dat het haast onmogelijk is om met een goed concept voor de dag te komen als je nog nooit een andere zorginstelling ontworpen hebt, maar ook dat het vooral de meer ervaren architecten zijn die het in zich hebben om betere, vernieuwende concepten te ontwikkelen: “Als je ouder wordt en liefde voor het vak hebt, word je net beter, frisser en veelzijdiger. Je maakt pas een goed woonzorgcentrum als je er al een paar andere gemaakt hebt, maar dit geldt evengoed voor andere soorten gebouwen. Je leert ervan, punt. Een idee is er niet zomaar, je moet het geleidelijk aan opbouwen en bijschaven. En je hebt in feite jaren nodig om dit proces enigszins te perfectioneren. Je doet dit via discussies en het uitwisselen van ervaringen met collega's, door naar congressen te gaan en bij te leren, door nieuwe indrukken op te doen, enz. Het is haast onmogelijk om aan het begin van je carrière 'out of the blue' met een perfect ontwerp voor de dag te komen.”

Minister Vandeurzen stelt op zijn beurt dat architecten enkel kunnen bijdragen aan het verbeteren van de zorg als ze inzicht hebben in het functioneren van woonzorgcentra en andere zorginstellingen: “Mijn ervaring is toch dat een zeker inzicht in de werking van een zorginstelling en de evoluties binnen de sector zeer welkom is, zeker omdat je enkel op de toekomstige trends kan anticiperen door voldoende 'open' te bouwen. Een goed voorbeeld hiervan is de bouw van een ziekenhuis: eens je effectief aan het bouwen bent, is het ziekenhuis van de volgende generatie al ontworpen. Ik vind dus dat architecten die een zorginstelling ontwerpen een zeker inzicht in zorg aan de dag moeten leggen.

Academisch researcher Oswald Devisch, die met onderzoeksgroep ARCK (Provinciale Hogeschool Limburg) onderzoek deed naar innovatieve ruimtelijke zorgconcepten, wijst in dit verband echter op het gevaar van overdreven professionalisering: “Door de professionalisering van de zorgsector en bepaalde initiatiefnemers is het voor personen of instanties met nieuwe ideeën erg moeilijk om toegang te krijgen tot de zorgsector. De voorwaarden voor VIPA-subsidies maken bijvoorbeeld dat de invulling en de verschijningsvorm van zorginstellingen in feite al op voorhand vastligt. De 'geprofessionaliseerde' initiatiefnemers houden zich meestal strikt aan de regels en wetten die het VIPA en onze overheid opleggen, en dus is het voor innovatieve initiatiefnemers niet eenvoudig om in te gaan tegen deze gevestigde waarden en een – nochtans broodnodige – nieuwe wind te creëren.”



Alfredo De Gregorio:  “Het ontwerpen van een goede zorginstelling is een leerproces dat jaren duurt.”




Open oproep?

Eén van de instrumenten die Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen hanteert om de architecturale kwaliteit in Vlaanderen op te trekken, is de Open Oproep-procedure. Hoewel de Open Oproep in zijn huidige vorm niet onbesproken is, geeft het ook niet-gevestigde waarden de kans om mee te dingen naar deelname aan prestigieuze projecten en werkt het een zekere vernieuwing op die manier wel in de hand. Zou het dan geen goed idee zijn om de Open Oproep toe te passen bij het toekennen van zorgprojecten?

Alfredo De Gregorio vindt alvast van niet: “Ik ben tegen het selecteren van architecten via de Open Oproep-procedure. Ik vind het een schande dat je mensen selecteert op basis van vijfentwintig procent van een mogelijke omzet die je kan maken. Als je op die manier aannemers zou selecteren, zouden er tien aannemers een ruwbouw moeten maken, waarna degene met de mooiste ruwbouw mag doorgaan met zijn project. De Open Oproep-procedure is zo intensief dat vele architecten er - vooral op financieel vlak - alleen maar bij verliezen. Ook vanuit filosofisch oogpunt ben ik tegen die clash van ideeën: ik vind dat een gebouw geboren moet worden via gesprekken en overleg. Je hebt tijd nodig om een idee bij te schaven, zeker wanneer het om zorggebouwen gaat. Daar komen immers heel wat zaken bij kijken die je niet meteen onder de knie hebt.”



Oswald Devisch: "Door de professionalisering van de zorgsector en bepaalde initiatiefnemers is het voor personen of instanties met nieuwe ideeën erg moeilijk om toegang te krijgen tot de zorgsector."

 

Jo Berben (a2o) bekijkt het dan weer iets genuanceerder: “Ruimtelijk nadenken over zorg mag geen exclusieve zijn van een aantal 'gespecialiseerde' architecten, volgens mij kan iedereen dat. In die zin vind ik het wel een interessante piste om alles open te gooien en via wedstrijden andere architecten in beeld te brengen. De Open Oproep biedt het collega's die anders niet aan de bak komen veel kansen, en zij kunnen best ook wel heel goede ideeën hebben. Wat velen bovendien als hét probleem van de Open Oproep aanhalen, is mijns inziens niet te wijten aan de wedstrijdformule an sich, maar aan onszelf. We drijven elkaar tot het uiterste, waardoor deelnemen aan een wedstrijd inderdaad een dure en tijdrovende bezigheid wordt.”

Voor Jorden Goossenaerts gaat de discussie rond het selecteren van architecten voorbij aan de essentie. In plaats van de oplossing te zoeken op architecturaal vlak, zouden architecten zich volgens Goossenaerts moeten concentreren op de vastgoedwaarde en duurzaamheid van de te realiseren gebouwen: “Als we tot innovatie willen komen, moeten we als architecten niet te veel navelstaren en onze blik verbreden naar het vastgoedelement. Dit is voor de Vlaams Bouwmeester met de Open Oproep voorlopig nog onontgonnen terrein. Het is daar dat de kans op innovatie ligt, en het is ook de enige manier om het verschil te maken met andere sectoren zoals de kantoorbouw, waarin we nu helaas na twintig à dertig jaar tot de vaststelling komen dat er heel wat op de verkeerde plaats gebouwd en niet multifunctioneel bruikbaar zijn, wat hun vastgoedwaarde enorm naar beneden haalt. Dit mogen we – aan de vooravond van de grootschalige vernieuwingsoperatie van onze zorginfrastructuur – niet meer laten gebeuren, maar dat gaan we niet oplossen door enkel maar voor ontwerp A, B of C te kiezen. De ware toedracht ligt in de vastgoedwaarde en het slim ontwerpen van die nieuwe gebouwen.”



Jo Berben: "Ruimtelijk nadenken over zorg mag geen exclusieve zijn van een aantal 'gespecialiseerde' architecten."



Noot: Dit artikel verscheen eerder al in het zorgmagazine Actual Care.