Doorzoek volledige site
15 september 2014 | RIK NEVEN

Opinie (Rik Neven - Architectura.be): Werkgevers én architecten, stop met klagen over mobiliteit

Redactiebureau Palindroom en Architectura kregen een eervolle vermelding tijdens de uitreiking van de Business Mobility Awards in juni.
Raf Van Hulle met zijn eigen ontworpen Solar Wind waarmee hij in 2013 the Sun Trip won.

Klagen doe je over iets waar je het slachtoffer van bent, niet over iets waar je zelf de oorzaak van bent. Naar aanleiding van de Week van de Mobiliteit kruipt Architectura-hoofdredacteur Rik Neven in zijn pen om werkgevers maar zeker ook architecten op hun verantwoordelijkheid te wijzen inzake duurzame mobiliteit. Architecten hebben hierin een voorbeeldrol te vervullen, maar doen dat te weinig.

Het team van Architectura.be en Palindroom maakt van duurzame mobiliteit een punt van eer. Door enkele eenvoudige ingrepen en vooral een dosis gezond verstand slaagt Palindroom/Architectura.be er in om 75% van al zijn kilometers zonder auto af te leggen. Dat werd in juni nog bekroond met een eervolle veermelding tijdens de Business Mobility awards. Redactiebureau Palindroom hoorde samen met grote kleppers Reynaers Aluminium en Colruyt bij de enige drie genomineerden voor deze prijs. Naar aanleiding van deze bekroning schreef Rik Neven onderstaande column voor Madeinlimburg.be. en Apache.be.  Deze column richt zich naar de werkgevers in het algemeen maar voor Architectura werd nog een passage toegevoegd voor de architecten en andere bouwprofessionals.  

 

"Heb je je de voorbije weken ook weer geërgerd aan de ellenlange files naar Brussel en Antwerpen? Ik niet.  Omdat ik me erbij neergelegd heb? Nee, simpelweg omdat ik niet meer in de file gestaan heb. Hoewel mijn medewerkers en ik regelmatig op verplaatsing moeten naar steeds andere locaties, maken files geen deel meer uit van ons dagelijks leven. We hebben resoluut het roer omgegooid en kiezen voor duurzame mobiliteit. Het kan, je moet het alleen willen en ervoor open staan. 

Dat ondernemers klagen over de hoge lasten op arbeid, over de administratieve rompslomp of over de ellenlange vergunningsprocedures, is begrijpelijk. Over bepaalde van die punten klaag ik zelf ook.

Dat ondernemers voortdurend klagen over mobiliteit en over files, kan er bij mij niet in. Klagen doe je immers over iets waar je het slachtoffer van bent, niet over iets wat je zelf veroorzaakt. Wie staat er tijdens de piekuren aan te schuiven van en naar Brussel of Antwerpen? Op enkele uitzonderingen na zijn dat de werkgevers zelf en hun werknemers. In eerste instantie zijn het dus de werkgevers die de files veroorzaken. Dus is het in de eerste plaats aan hen om daar iets aan te doen.

Vandaag is het met onze dichtgeslibde wegen absurd en onaanvaardbaar dat werkgevers hun mensen het verkeer en de file insturen als er alternatieven aanwezig zijn. Niet alleen vanuit ecologisch standpunt maar zeker ook op menselijk vlak ten opzichte van de werknemers. Maar vooral ook vanuit puur bedrijfseconomisch  oogpunt. Elk uur in het verkeer is voor de werkgever en werknemer een verloren uur dat je veel kost, maar niets oplevert, tenzij stress en ergernis.

 

In plaats van steeds de zwarte piet door te schuiven naar de overheid, zouden werkgevers zelf eens hun verantwoordelijkheid moeten nemen inzake duurzame mobiliteit. Mooi voorbeeld van het Calimero-gedrag van de werkgevers lazen we enige tijd geleden in het artikel 'Voka vraagt dringende actie inzake mobiliteit' van Johan Grauwels van VOKA. “De Vlaming staat gemiddeld 59,7 uur per jaar in de file. De directe economische schade van deze files, alleen nog maar voor de piekuren, bedraagt zo’n 500 miljoen euro per jaar of 2 miljoen euro per werkdag. ….  Het is een morele verplichting van onze beleidsmakers om eindelijk de handen uit de mouwen te steken.”

De analyse van het probleem zal wel kloppen, maar in het hele artikel wordt met geen woord gerept over het feit dat de werkgevers zelf ook iets zouden kunnen ondernemen om het mobiliteitsprobleem aan te pakken. En als het inderdaad zo veel geld kost voor de werkgevers, waarop wachten ze dan om er iets aan te doen? Akkoord, de overheid draagt hierin ook een grote verantwoordelijkheid, maar zonder hulp van de werkgevers gaan we er echt niet komen.

 

En zo moeilijk is het echt niet om er iets aan te doen en om resultaten te boeken. Met enkele simpele ingrepen, gebaseerd op gezond verstand en gezond ondernemerschap  legt ons team 70% van zijn kilometers af zonder auto.

 

  • Thuiswerk: waarom je medewerkers elke dag het verkeer in sturen als ze het werk ook thuis kunnen doen?
  • Locatie: hoe kan je van je werknemers verwachten dat ze met het openbaar vervoer komen als je je langs een autoweg gaat vestigen ver weg van het openbaar vervoer?
  • Bedrijfsfiets: waarom niet investeren in bedrijfsfietsen zodat werknemers voor kleine verplaatsingen (vb. lunch) de fiets in plaats van de auto nemen?
  • Trein en Blue Bike: waarom de auto nemen als je een afspraak hebt niet ver weg van een station? Je bent misschien meer uren kwijt dan met de auto , maar je verliest minder productieve uren en daar draait het toch om. Is de plaats van afspraak enkele kilometers verwijderd van het station? Dan neem je toch gewoon een abonnement op Blue Bike, de leenfietsen die je goedkoop kan huren in 44 Belgische stations. Voor Hasseltse bedrijven trouwens volledig gratis doordat Stad Hasselt als derde betaler optreedt.
  • (Elektrische) fiets voor woonwerkverkeer: waarom niet de fiets nemen voor je eigen woonwerkverkeer? Veel werkgevers sloven zich ’s avonds of in het weekend uit op hun koersfiets.  Waarom dan de fiets niet gebruiken om naar het werk te rijden? Met een elektrische fiets zijn ook grotere afstanden overbrugbaar en  is douchen niet nodig. 

 

Deze simpele ingrepen hebben ons bedrijf nauwelijks wat gekost, zeker niet als je het vergelijkt met de resultaten die we hiermee boeken: 70% zonder auto,  veel minder stress, duidelijker zicht op het aankomstuur, veel minder verlies van productieve uren,… .

Waarom gebeurt het dan niet meer? Heeft het met imago te maken? Misschien. Het klopt dat reizen per trein en fiets bij sommige werkvers nogal ‘soft’ overkomt. Als CEO zal je vandaag wellicht meer indruk maken met een Jaguar of een BMW X5 dan met een (elektrische) fiets. Maar ik heb toch de indruk dat het tij aan het keren is. Er zijn inderdaad nog altijd klanten die bedenkelijk opkijken als we met de fiets aankomen, maar ik ervaar toch dat de meerderheid van de bedrijven onze inspanningen wel degelijk weet te appreciëren en dat het dus meer een imagotroef dan een imagoprobleem is. Er zijn zelfs enkele klanten die specifiek omwille van onze aanpak rond duurzame mobiliteit bij ons zijn komen aankloppen. Ons hoor je dus niet klagen!"

 

Aannemers: moeilijk maar niet altijd onmogelijk

Toen de column verscheen in madeinlimburg.be kregen we een aantal verbolgen reacties. Hoe durven we als communicatiebureau voor de bouwsector werkgevers de schuld in de schoenen schuiven voor de files? Een aannemersbedrijf kan toch niet zonder bestelwagen of vrachtwagen zijn materialen en bouwvakkers naar de bouwwerf transporteren? Dat klopt natuurlijk. Er zijn bepaalde beroepscategorieën, waaronder de aannemers, die hun verplaatsingen onmogelijk kunnen doen zonder auto. Als echter de werkgevers die wel kunnen kiezen voor duurzame alternatieven dit ook wat meer zouden doen, zouden de aannemers en de andere mensen die niet zonder auto kunnen minder lang in de file staan. Voor de aannemers zou het dus ook een goede zaak zijn als meer werkgevers hun verantwoordelijkheid zouden nemen. Bovendien kan het ook geen kwaad om eens na te denken over alternatieven. Waarom niet wat decentraliseren en bijvoorbeeld voor werven in Brussel of Antwerpen ook mensen aantrekken van in de buurt? Ook voor het transport van bouwmaterialen naar de werf zijn er soms interessante mogelijkheden. Heel mooi voorbeeld daarvan is het project Distribouw Lagemunt in Gent, een pilootproject van het Vlaams Instituut voor Mobiliteit waarbij bouwmaterialen naar een werf in het centrum van Gent via het water vervoerd werden (filmpje).  Het verheugt me trouwens dat ook steeds meer fabrikanten van bouwmaterialen in dezelfde richting denken en steeds meer de vrachtwagens inruilen voor transport per schip. Denken we maar aan de isolatieboot van Recticel.

 

Architecten vervullen voorbeeldrol te weinig

Voor aannemers en fabrikanten die veel materialen moeten vervoeren is het hoe dan ook moeilijk om zich te verplaatsen zonder bestelwagens of vrachtwagens. Met dat excuus kunnen de architecten en ingenieurs niet komen opdraven. Op hun iPads, tablets of laptops staat meestal alle info die ze nodig hebben voor een werfbezoek of afspraak. Nochtans valt het mij op dat het eerder uitzonderlijk is dat een architect of ingenieur zich zonder auto verplaatst. En dat terwijl hij toch een voorbeeldfunctie te vervullen heeft op het vlak van duurzaamheid en mobiliteit. Veel meer dan de meeste andere beroepscategorieën kunnen architecten en ingenieurs bijdragen tot de duurzaamheid van hun stad en kunnen ze opdrachtgevers stimuleren om hun verantwoordelijkheid te nemen.  De meeste bureaus doen dat ook. Waarom kunnen ze dat dan echter niet doortrekken in hun aanpak van de mobiliteit? Twee frappante voorbeelden die illustratief zijn voor het feit dat de doorsnee architect daar absoluut niet mee bezig is. Het gaat over twee architecten waar ik veel sympathie voor heb als mens en als architect. Ik ga hun namen niet noemen, maar zij zullen wel weten over wie ik het heb. Hopelijk nemen ze het me niet kwalijk.

De eerste architect is voor Vlaanderen een pionier inzake duurzaam en passief bouwen. Enkele maanden geleden trad hij tijdens een gesprek op als spreker op amper vier kilometer van zijn kantoor tijdens een zonnige dag. Hij kwam te laat aan op het congres omdat hij geen parkeerplaats vond. Als hij met de fiets of tram gekomen was, was hij er wellicht een half uur eerder geweest.

Met de andere architect sprak ik enkele maanden geelden af in Hasselt. Ik koos om het hem gemakkelijk te maken als plaats van afspraak een brasserie op welgeteld 1,3 km van zijn kantoor. Toch kwam hij met de auto om de simpele reden dat hij geen fiets heeft en zelfs al jaren niet meer met de fiets gereden heeft.

Het zijn maar twee voorbeelden die duidelijk maken dat de doorsnee architect niet wakker ligt van duurzame mobiliteit.

Maar er zijn ook uitzonderingen. Denken we maar aan voormalig stadsbouwmeester Kristiaan Borret die tijdens zijn mandaat sterk geijverd heeft om van Antwerpen een fietsvriendleijke stad te maken. Het meest extreme voorbeeld van een architect die duurzame mobiliteit in d epraktijk brengt, is architect Raf Van Hulle die voor zichtzelf een elektrische fiets ontworpen heeft die aangestuurd wordt door stroom, opgewekt door de zonnecellen van een kleine trailer die achter de fiets hangt. Hiermee kan hij hele grote afstanden overbruggen. Hij hiermee zelfs in 2013 The Sun Trip, een wedstrijd van 7500 kilometer voor elektrische fietsen op zonne-energie. Raf Van Hulle zal je dus niet vaak met de auto naar een afspraak zien komen.

Een andere uitzondering op de regel is architectenbureau Stramien uit Antwerpen. Bart Verheyen heeft op onze vraag naar aanleiding van de Week van de Mobiliteit trouwens een column geschreven om collega’s architecten op te roepen om hun verantwoordelijkheid te nemen inzake duurzame mobiliteit. 

Het was trouwens ook door Bart Verheyen dat ik een aantal jaren geleden zelf tot het besef gekomen ben dat het met betrekking tot de mobiliteit anders kan en moet.  Bart Verheyen was enkele jaren geleden een van de sprekers op de Staalbouwdag in Zaventem. Bijna iedereen, inclusief mezelf, kwam aan met de auto. Bart Verheyen daarentegen legde mij uit dat hij van bij zijn thuis met de vouwfiets naar het station was gereden, daar de trein had genomen en vervolgens weer met de vouwfiets naar het congrescentrum was gereden. Zijn enthousiasme over duurzame mobiliteit werkte voor mij bijzonder aanstekelijk en ik was meteen gebeten door de microbe. Hopelijk kan ik andere architecten of bouwprofessionals er ook mee ‘besmetten’ in de toekomst. Ik zal alleszins mijn best doen.