“Niet noodzakelijk om akoestisch comfort af te dwingen met wetgeving”

  • image
  • image

In heel wat gelederen van de bouwsector weerklinkt geregeld kritiek op de normering, die in veel gevallen verouderd of te stringent zou zijn. Niet zo bij de experts die deelnamen aan ons panelgesprek rond bouwakoestiek. Zij zijn blij met de updates die recent gebeurd zijn en blijken over het algemeen ook geen voorstander van een wettelijk kader.

“Qua normering zitten we momenteel in een goede periode”, vindt Bart Van de Velde (SonIQ). “Dit is mede te danken aan een aantal collega’s hier rond de tafel”, benadrukt Arne Dijckmans (Buildwise). “Samen hebben we de voorbije jaren heel hard gewerkt aan de herziening van deel 3 van de normenreeks NBN S 01-400, die de akoestische criteria voor niet-residentiële gebouwen zoals kantoorcomplexen, ziekenhuizen, woonzorgcentra enzovoort omvat. Dat traject zit nu in de laatste fase, dus binnenkort zullen we eindelijk af zijn van die zeer oude normen uit de jaren 70 en 80. Ook deel 1, dat betrekking heeft op woongebouwen, is vrij recent vernieuwd. Tot ieders tevredenheid, want werken met klasse A, B of C is toch iets duidelijker dan de noties ‘normaal’ en ‘verhoogd’ akoestisch comfort. Intussen is er in de normering bijvoorbeeld ook aandacht voor de laagfrequente problematiek bij houtbouw en het geluid van (buitenunits van) warmtepompen. Dat is eveneens een goede zaak.”

“De introductie van dat klassensysteem is inderdaad positief”, beaamt Bart Van de Velde. “Voorheen waren er slecht twee comfortniveaus en koos iedereen bijna automatisch voor het laagste. Nu wordt de lat over het algemeen hoger gelegd, in de wetenschap dat je desnoods kan terugvallen naar een lagere klasse. We merken dat het belang daarvan – als een soort extra verkoopsargument – aan het stijgen is. We krijgen bijvoorbeeld meer vragen over de concrete implicaties die het nastreven van een hogere akoestische klasse met zich meebrengt.”

"Er is de voorbije jaren heel hard gewerkt aan de herziening van deel 3 van de normenreeks NBN S 01-400, die de akoestische criteria voor niet-residentiële gebouwen omvat."
- Arne Dijckmans -

Op naar akoestische gebouwlabels

Arne Dijckmans geeft ook aan dat de akoestische sector droomt van akoestische gebouwlabels. “Zodat je net als bij een EPB-label meteen kan zien of het om klasse A, B of C gaat. Dat zal het akoestisch comfort een stuk inzichtelijker maken voor gebruikers, huurders en kopers, die echt wel bereid zullen zijn om er meer voor te betalen als ze de mogelijkheid krijgen. ABAV heeft hier een werkgroep voor opgericht en Buildwise werkt het bijbehorende normatieve kader uit”, zegt hij.

Bart Van de Velde is alvast fan van dit idee. “In Frankrijk hebben ze een groot onderzoek gedaan bij kopers, gebaseerd op de vraag: waarnaar kijk je als je een woning koopt? En achteraf bekeken: waaraan had je beter gedacht vooraleer je er ging wonen? Geluid was een van de parameters die daarbij nadrukkelijk naar voren kwamen. En terecht. Eigenlijk zou je daar bij aankoop toch minstens een bepaalde indicatie van moeten hebben, maar initieel lijkt niemand eraan te denken. Een slechte akoestiek is vreemd genoeg nog steeds een soort verborgen gebrek. Akoestische gebouwlabels zouden dus zeker welkom zijn.”

"Een slechte akoestiek is vreemd genoeg nog steeds een soort verborgen gebrek. Akoestische gebouwlabels zouden dus zeker welkom zijn."
- Bart Van de Velde -

Normering versus wetgeving

Naast de geüpdatete normering heeft ook de GRO-tool een gunstige impact gehad, onderstreept Marjolein Vandersickel (Sweco). “Sinds hij recent is uitgebreid naar alle niet-tertiaire gebouwen en het akoestisch luik volledig herwerkt is, vormt de GRO een perfect vertrekpunt, dat bovendien gedragen wordt door heel de akoestische wereld. De meest recente versie is bovendien intergewestelijk geworden, waardoor nu ook onze Brusselse en Waalse collega’s de GRO gebruiken in plaats van te verwijzen naar de Franse normering, terwijl het van origine eigenlijk een Vlaams instrument is. Er is dus een ideale basis gelegd om bouwakoestiek in heel België op eenzelfde manier te benaderen. Anderzijds zijn en blijven het allemaal slechts ‘richtlijnen’ en schuilt er achter de normering geen wettelijke basis. Dat is misschien nog het enige manco inzake akoestiek.”

Tom Segers (Bureau De Fonseca, by Studibo) vindt dit laatste echter geen bezwaar. “Voor mij hoeft er op zich geen wettelijke verplichting te zijn om akoestisch comfort te garanderen. Wat nu gebeurt, wordt echt vanuit de markt gestuurd, met naast de GRO ook de akoestische criteria in de BREEAM-certificatie als belangrijk uitgangspunt. Het voordeel van de huidige normering is tevens dat je als ontwerper wat meer bewegingsvrijheid hebt om ervan af te wijken indien specifieke situaties erom vragen. Terwijl EPB daarentegen veel meer een strikt keurslijf is, net omdat er wetgeving achter schuilt. Akoestische gebouwlabels introduceren vind ik een prima idee, maar op een wettelijk kader voor akoestiek zit ik persoonlijk niet te wachten.”

Thomas Dox (Merford) is dezelfde mening toegedaan. “De huidige context – normering in plaats van wetgeving – past ook beter bij onze Belgische cultuur, lijkt me. In onze buurlanden is alles zeer welomlijnd en wordt akoestiek misschien iets te veel rechttoe rechtaan benaderd, terwijl er hier altijd wel ruimte is voor compromissen, maatwerk, creatieve oplossingen … Het leggen van die puzzel maakt ons vak net leuk en uitdagend. Ik ben er niet van overtuigd dat een wetgevend kader tot betere resultaten zou leiden.”

  • Deel dit artikel

Onze partners