OPINIE. De “vergunningsrevolutie”: hoe natuur in Vlaanderen stap voor stap wordt afgebouwd (Peter Bossu)
Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&V) trekt momenteel door Vlaanderen met infoavonden over zijn zogenaamde vergunningsrevolutie. Het verhaal dat hij daar, maar ook in interviews hierover, brengt is eenvoudig en aantrekkelijk: in onzekere tijden – oorlog in Oekraïne, geopolitieke spanningen, economische onzekerheid – moet Vlaanderen zijn economische positie versterken. Bedrijven vinden moeilijk grond en als ze die al vinden, duren vergunningen te lang. Daarom moeten procedures eenvoudiger en sneller. Minder regels, meer vertrouwen in het gezond verstand van de Vlaming.
Op het eerste gezicht klinkt dat redelijk. Maar achter deze administratieve vereenvoudiging schuilt een veel ingrijpendere koerswijziging. De hervorming van het vergunningenbeleid betekent in de praktijk een systematische afbouw van het structurele natuur- en milieubeleid in Vlaanderen.
De redenering van de minister vertrekt van een nieuwe invulling van het “maatschappelijk belang”: wonen, economie en voedselzekerheid. Om dat te garanderen moet landbouwgrond landbouwgrond blijven, moeten industrieterreinen sneller ontwikkeld kunnen worden en mogen procedures projecten niet langer blokkeren. Vergunningen moeten vertrekken vanuit overleg in plaats van conflict.
Dat klinkt pragmatisch, maar tegelijk komen cruciale beschermingsmechanismen onder druk te staan. Zo wordt ook de VEN-toets ter discussie gesteld, een wettelijke toets die nagaat of projecten geen schade toebrengen aan het Vlaams Ecologisch Netwerk, het geheel van waardevolle natuurgebieden dat de ruggengraat van het Vlaamse natuurbeleid vormt. Ook de verplichtingen uit de Europese Kaderrichtlijn Water – waarvan Vlaanderen de doelstellingen eigenlijk al in 2015 had moeten halen – worden steeds vaker voorgesteld als hinderlijke obstakels. Procedures mogen projecten niet meer tegenhouden, maar moeten ze mogelijk maken.
Ook de rol van onafhankelijke adviezen verandert. Het Agentschap Natuur en Bos kon vroeger op basis van wetenschappelijke inzichten een ongunstig advies geven. In het nieuwe model worden adviezen samengevoegd en ligt het uiteindelijke oordeel bij de politiek. Het “primaat van de politiek”, heet dat. De vraag is echter of wetenschappelijke kennis daarmee niet simpelweg wordt gemarginaliseerd.
Daarnaast wordt het voor burgers en organisaties moeilijker om bezwaar aan te tekenen. Alle argumenten moeten onmiddellijk op tafel liggen, terwijl belangrijke adviezen vaak pas later in de procedure verschijnen. Wie volgens de overheid enkel procedeert om een project te vertragen, riskeert bovendien een boete van minstens 5000 euro wegens “onrechtmatig beroep”. De afschrikkende werking daarvan laat zich raden.
Ook de rechter krijgt minder ruimte om beslissingen te toetsen. De overheid moet haar vergunningen minder uitvoerig motiveren en rechters moeten meer respect tonen voor de beoordelingsvrijheid van de vergunningverlener. Vrij vertaald: politiek boven recht.
De meest opvallende discussie gaat uiteindelijk over artikel 23 van de Grondwet, dat elke burger het recht op een gezond leefmilieu garandeert. In de rechtspraak is daaruit geleidelijk een verslechteringsverbod gegroeid: beleid mag de kwaliteit van onze leefomgeving niet systematisch achteruit laten gaan. Volgens de minister moet dat principe worden afgezwakt omdat het economische ontwikkeling zou blokkeren.
Dat is een opmerkelijke redenering in een regio die tegelijk kampt met een biodiversiteitscrisis, waterproblemen en een van de hoogste milieudrukken van Europa.
De vergunningsrevolutie wordt voorgesteld als een technocratische vereenvoudiging. In werkelijkheid gaat het om een politieke keuze: sneller bouwen door de bescherming van natuur, milieu en burgerrechten stap voor stap te verzwakken. De vraag is dan ook niet of vergunningen efficiënter kunnen. Natuurlijk kunnen ze dat. De echte vraag is: welke prijs we daarvoor bereid zijn te betalen.
Peter Bossu is milieuactivist. Dit opiniestuk verscheen eerder (in verkorte vorm) in de krant De Standaard.