Panelgesprek bouwakoestiek: “Ook rond correcte uitvoering is zeker nog extra bewustwording nodig”
Geen goede akoestiek zonder deskundige uitvoering. Want een akoestisch ontwerp mag nog zo uitgekiend zijn: als het niet adequaat in de praktijk wordt gebracht, schiet het zijn doel voorbij. Dat is althans de ervaring van de vijf experts die we onlangs bij architectura uitnodigden voor een boeiende babbel over bouwakoestiek: Marjolein Vandersickel (akoestisch specialist bij Sweco), Tom Segers (senior ingenieur Geluid en Trillingen bij Bureau De Fonseca, by Studibo), Bart Van de Velde (bestuurder bij het akoestische studiebureau SonIQ), Arne Dijckmans (akoestisch ingenieur bij Buildwise) en Thomas Dox (accountmanager bij Merford).
“Tegen een goede uitvoering wordt helaas nog veel gezondigd”, stelt Thomas Dox. “Een klassieker in het genre is een extra kabeldoorvoer die niet afgekit is. Zo creëer je simpelweg een zwakke schakel waarlangs geluid kan ontsnappen. Rond correcte installatie is dus zeker nog extra bewustwording nodig.” Tom Segers vindt dat akoestisch ingenieurs en ontwerpers de verantwoordelijkheid hebben om de mensen op de werf laagdrempelig te informeren. “Het aantal keer dat ik mee op mijn knieën in de zandbak van de chape heb gezeten om aan te geven waar de akoestische snede moet komen, kan ik al niet meer op twee handen tellen. Dat werkt voor die mensen enorm motiverend, merk ik. Zo vergroot je de kans op een correcte uitvoering aanzienlijk.”
“Het is wel belangrijk dat je dan de juiste personen te pakken krijgt, want vaak passeert ons advies een paar stationnetjes alvorens het effectief terechtkomt bij de personen die het moeten uitvoeren”, vult Marjolein Vandersickel aan. “Bovendien wordt er in het kader van grote projecten vaak met verschillende werfteams gewerkt, die niet allemaal even secuur opereren. Het is dus een flinke uitdaging om wat op papier staat ook effectief gerealiseerd te krijgen.”
"Tegen een goede uitvoering wordt helaas nog veel gezondigd."
Keep it simple
De basis voor een correcte uitvoering wordt vaak al gelegd in het ontwerp, meent Tom Segers. “Het is zaak om te streven naar een ‘robuuste oplossing’, waarbij de kans op uitvoeringsfouten zo laag mogelijk is. Je kan wel enkele akoestische spitsvondigheden integreren, maar als ze niet met de nodige precisie worden gerealiseerd, dan weet je dat er achteraf problemen kunnen opduiken. Daar kan je als akoestisch specialist dus maar beter op anticiperen. Keep it simple!”
“Dat proberen wij altijd heel goed uit te leggen aan de architect en/of bouwheer: zorg ervoor dat je begrijpt wat de impact van bepaalde keuzes is, zeker op het vlak van uitvoering”, geeft Bart Van de Velde aan. “Opteer je voor een ‘uitvoeringsgevoelig concept’, dan is het cruciaal dat de aannemer volledig mee is met het verhaal. Sommigen zijn er echt mee begaan en winnen daarom zelf ook proactief advies in, anderen trekken er zich veel minder van aan, vaak onder het motto ‘we doen het al jaren zo’.”
“Het is moeilijk om in algemene termen over ‘de aannemer’ te spreken”, nuanceert Tom Segers. “Je werkt altijd met mensen, waarbij vooral de persoon die de pet van projectleider draagt een cruciale rol speelt. Deze moet vaak heel veel balletjes tegelijk in de lucht houden, dus daar moet je als ontwerper de nodige empathie voor hebben. Je moet een beetje voeling zien te krijgen met die realiteit van scherpe deadlines en krappe budgetten, zodat je er echt samen uit kan geraken.” Dat er op een gemiddelde werf vaak veel verschillende partijen door en naast elkaar werken, maakt het er echter niet makkelijker op, zegt Bart Van de Velde. “Zo loopt het weleens mis bij de aansluiting tussen verschillende bouwelementen (bijvoorbeeld tussen binnenwanden en de gevel), die in akoestisch opzicht natuurlijk van groot belang zijn. Het dichten van doorvoeringen is ook zoiets: is dat de taak van de wandenbouwer of de partij die de doorvoeringen realiseert?”
"Wat akoestisch ontwerp betreft, is het zaak om te streven naar een ‘robuuste oplossing’, waarbij de kans op uitvoeringsfouten zo laag mogelijk is."
Streven naar nauwe samenwerking met aannemer
Vandaar het belang van periodieke werfbezoeken en -controles, aldus Marjolein Vandersickel: “Louter advies geven in de studiefase is iets wat we liever niet doen, omdat we dan geen invloed kunnen hebben op het eindresultaat. Projectleiders moeten al op zoveel andere zaken letten dat ze akoestische probleempunten over het hoofd dreigen te zien, terwijl wij die met ons geoefend oog heel snel detecteren.” Bart Van de Velde beaamt dit: “Als we pas achteraf arriveren om een probleem recht te trekken, weten we natuurlijk niet hoe er precies gebouwd is, wat waar zit enzovoort. We kunnen dan wel metingen uitvoeren, maar we kunnen uiteraard niet door de muren of in het plafond kijken. Als we daarentegen een paar keer aanwezig zijn in de loop van het bouwproces, kunnen we ten eerste al heel wat problemen onderscheppen en weten we doorgaans ook waaraan het ligt als er nadien nog een euvel opduikt.”
Toch wordt er in de uitvoeringsfase al te makkelijk bezuinigd op de expertise van akoestische specialisten, merkt Thomas Dox. “We krijgen veel akoestische studies binnen waarbij het werk louter conceptueel gedaan is en niet aan het vervolgtraject is gedacht. Ook de taalbarrière op sommige werven is overigens een uitdaging waar projectleiders mee worstelen. Vandaar dat we duidelijke videohandleidingen proberen te voorzien voor de installatie van onze systemen, naast begeleiding en assistentie ter plaatse.”
“Over de hele lijn heeft een nauwe samenwerking met de aannemer alleen maar voordelen”, benadrukt Tom Segers. “Dat blijkt bijvoorbeeld ook in Design & Build-projecten, waar aannemers al vanaf de wedstrijdfase een belangrijke rol spelen en – vaak op vraag van de bouwheer – al in een vroeg stadium gaan aankloppen bij een akoestisch studiebureau. Zo raken akoestiek en uitvoering automatisch meer met elkaar verweven.” Ook Marjolein Vandersickel is daarom fan van de Design & Build-formule: “In traditionele projecten weet je dat er hoe dan ook nog varianten en alternatieven zullen komen nadat je samen met de architect een concept hebt afgeleverd, wat doorgaans ook implicaties heeft voor aanliggende constructies. Waardoor je in uitvoering alsnog een deel van het ontwerp moet herbekijken. Dat heb je minder bij Design & Build-projecten. Dan hakt de aannemer meteen de knoop door en blijft hij daar ook bij. Dat is een stuk efficiënter, me dunkt.”