Doorzoek volledige site
30 oktober 2018 | TIM JANSSENS

T2-campus: broeihaard van talent en technologie

De 2,4 hectare grote T2-campus op de Thor-site in Waterschei dient zich aan als een smeltkroes van technologische knowhow. Illustratie | Marc Sourbron - Houben
De T2-campus is zeer transparant opgevat en bestaat integraal uit staal, beton en glas. Illustratie | Marc Sourbron - Houben
De heldere vormgeving versterkt het effect van de riante natuurlijke lichtinval, net als de open zichtlijnen die zich overal in het gebouw manifesteren. Illustratie | Marc Sourbron - Houben
Het omvangrijke atrium is het kloppende hart van de nieuwe T2-campus. Illustratie | Marc Sourbron - Houben
De labo’s, ateliers en opleidingsruimtes bevinden zich aan de beglaasde buitenzijdes en bieden stuk voor stuk een prachtig zicht op de omgeving. Illustratie | Marc Sourbron - Houben

Een hotspot voor technologie, energie en innovatie, dat is Thor in een notendop. Op het voormalige mijnterrein van Waterschei verrijzen deze dagen tal van nieuwe ontwikkelingen, die met veel respect voor het industriële verleden en de omringende natuur worden ingepast. Zo wordt er vlak bij het voormalige hoofdgebouw van de steenkoolmijn een hoogwaardig bedrijvenpark voor vooruitstrevende productiebedrijven en kennisinstellingen gerealiseerd, met de T2-campus als eerste exponent. Het doel: talent en technologie letterlijk en figuurlijk in de kijker plaatsen.

30 augustus was een hoogdag voor al wie het technisch onderwijs een warm hart toedraagt. De 2,4 hectare grote T2-campus op de Thor-site in Waterschei dient zich immers aan als een broeihaard van technologische knowhow. Voortaan kunnen goed 1300 trainees en technologieliefhebbers er tal van toegespitste en uitdagende opleidingen volgen, onder meer in tachtig leslokalen en vijftien hoogtechnologische labo’s. De trekkers van dit vooruitstrevende project zijn VDAB, Stad Genk en Syntra Limburg, dat er intussen zelfs zijn nieuwe hoofdzetel vestigde. De T2-campus zal de volledige opleidingsladder bestrijken en biedt dus scholing, opleiding en dienstverlening voor kinderen en jongeren (lager, secundair en hoger onderwijs), werkende en niet-werkende volwassenen, leerkrachten en opleiders, ondernemers en bedrijven. De vier initiële focusdomeinen zijn energie, IT, nieuwe materialen en elektro.
 

Alzijdig en transparant

‘Een inspirerende plek die technologie ademt’: dat was het uitgangspunt waarmee de architecten aan de slag moesten. “Het gebouw heeft een hoogtechnologisch karakter en moet dat ook echt uitstralen”, vertelt architect Jos Dreesen, die in dit project fungeerde als afgevaardigde van de bouwheer. “Vandaar dat het zeer transparant is opgevat en integraal uit staal, beton en glas bestaat. Technische complexen of industriegebouwen worden over het algemeen zeer gesloten uitgevoerd – onder meer gezien de voordeligere kostprijs – maar in dit geval waren de ambities dus een pak groter. Het RUP stipuleerde immers dat de T2-campus geen gebouw met een typische voor-, zij- en achterkant mocht zijn. Het complex moest ‘alzijdig’ zijn en dus over vier volwaardige voorgevels beschikken om de band met de rest van het Thor Park te intensifiëren.”

Deze ambitieuze doelstellingen plaatsten de ontwerpers voor een behoorlijke uitdaging. “We moesten rekening houden met een heel aantal factoren, waaronder de kwaliteit van de locatie (hoe gaat het gebouw zich manifesteren, wat is de interactie tussen binnen en buiten …?). Bovendien moet de T2-campus de emancipatie van de technische beroepen bevorderen – lees: zodanig aantrekkelijk zijn dat meer jongeren en volwassenen voor een technische opleiding kiezen”, vult Oliver Thill, oprichter en zaakvoerder van Atelier Kempe Thill, aan.
 

Centraal atrium

Dit alles vroeg om specifieke oplossingen en een creatieve ontwerpbenadering, wat resulteerde in luchtige, flexibele interieurs met hoge plafonds. De labo’s, ateliers en opleidingsruimtes bevinden zich aan de beglaasde buitenzijdes en bieden dus stuk voor stuk een prachtig zicht op de omgeving. Ze zijn gegroepeerd rond een centraal atrium, dat zich uitstrekt over vier bouwlagen en dat via het dak enorm veel daglicht binnenbrengt– net zoals in THOR Central, het gerenoveerde hoofdgebouw van de voormalige steenkoolmijn. “Alle opleidingsruimtes komen erop uit, ook al omdat ze van de gang gescheiden worden door middel van stalen schrijnwerk met glas over de volledige hoogte en breedte van het lokaal. Het atrium is dus echt de spil van de bedrijvigheid”, verduidelijkt Jos Dreesen. “Er zullen ook regelmatig exposities, demonstraties, presentaties of speciale TECHtalks over belangrijke technologische vernieuwingen plaatsvinden. Tussen de lessen door kunnen de cursisten elkaar ook ontmoeten in het T2-café.”


Momentopname

Opvallend is dat de architecten resoluut opteerden voor cleane, witte interieurs, met uitzondering van enkele houtaccenten, huiselijkere bureau-eilandjes en diverse vloerbekledingen (linoleum en keramische tegels in de opleidingslokalen, vloertegels in het atrium en gepolierd beton in de labo’s). “Iets wat je toch niet meteen vereenzelvigt met techniek”, vindt Dreesen. “De vuile industrie van weleer is verleden tijd, hoewel de link met het mijnverleden uiteraard nog tastbaar is.” De heldere vormgeving versterkt het effect van de riante natuurlijke lichtinval, net als de open zichtlijnen die zich overal in het gebouw manifesteren. “Het complex moet de synergie tussen werken, leren en ontwikkelen stimuleren, en dus moet je zien en voelen dat er heel wat aan het gebeuren is”, legt Oliver Thill uit. “Tegelijk beschouwen we de huidige inrichting als een momentopname, die binnen een jaar of tien drastisch gewijzigd kan zijn. Het gebouw moet immers kunnen anticiperen op belangrijke technologische innovaties of eventuele veranderingen binnen het onderwijslandschap.”
 

Hoog prefabpercentage

Een ander markant gegeven is dat de omvangrijke T2-campus op amper achttien maanden tijd is opgetrokken en dat het prefabpercentage op 85 % lag – een zeldzaamheid in ons land. “De ruwbouw bestaat inderdaad grotendeels uit prefabkolommen en -balken, inclusief gewichtbesparende vloeren (predallen met EPS-blokken) en welfsels. De twee trapkernen zijn echter ter plaatse gestort”, aldus Geert Michiels, projectleider bij Houben, dat de werken uitvoerde in een THV met STRABAG Belgium. “De gevels zijn maximaal beglaasd, wat maakt dat er voor de labo’s circa 6 meter hoge glaspartijen nodig waren (2620 m² in totaal). Ter hoogte van de opleidingslokalen is er sprake van een combinatie van aluminium buitenschrijnwerk (+/- 1485m²) en gevelbeplating (+/- 800 m²).”

Het dak van de labo’s is afgewerkt als een groendak, terwijl het dak boven het opleidingsgedeelte dan weer vol zonnepanelen ligt. “Geen technologisch gebouw zonder technisch vernuft, al is er tegelijk maximaal ingezet op passieve maatregelen”, benadrukt Jos Dreesen. “Om de nood aan ventilatie en actieve koeling te beperken, zijn de ramen bijvoorbeeld uitgerust met zonwerend glas. Voorts is er sprake van intelligente bufferwerking en recyclage van energiestromen. Hoewel het gebouw technologie ademt, speelt ook ‘lowtech’ dus een zeer belangrijke rol.”

 

Krappe termijn, complexe details

De krappe uitvoeringstermijn en de complexe detailleringen maakten dat het voor de aannemers geen sinecure was om de T2-campus te realiseren. “Aangezien er bij brand verschillende brandscenario’s in werking moeten treden, kostten de integratie van de rookschermen in de verlaagde plafonds en de coördinatie van de verschillende andere technieken heeft veel tijd. Ook de lichtlijnen die de volledige lengte van het atrium bestrijken, zijn mee geïntegreerd in deze details. En voorts was de aansluiting van de kolonnade aan de gevel allerminst kinderspel”, illustreert Geert Michiels. Het resultaat mag er echter zijn, vindt ook Oliver Thill: “In theorie beloofde het geen makkelijk traject te worden vermits er drie bouwheren bij betrokken waren, terwijl het toch de bedoeling was om één gebouw met één identiteit te creëren. Vanaf het prille begin was echter duidelijk dat de opdrachtgevende partijen op zoek waren naar allerlei synergieën en behoefte hadden aan een zeer ‘integrale’ manier van werken. Samen met de bouwheer en de ingenieurs hebben wij het ontwerp dan ook stapsgewijs ontwikkeld. De bouwheer heeft de ontwerpvisie op ieder moment inhoudelijk volledig gesteund, wat zeker ook blijkt uit het eindresultaat."


DIit artikel verscheen eerder in het magazine Bouwen aan Vlaanderen