Doorzoek volledige site
31 oktober 2018

Voormalige schoenfabriek Eperon d'Or wint Onroerenderfgoedprijs 2018

Illustratie | Tim Van De Velde
Illustratie | Tim Van De Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde
Illustratie | Tim Van de Velde

Eperon d’Or, de voormalige schoenfabriek in Izegem, heeft zopas de Onroerenderfgoedprijs 2018 gewonnen. De transformatie van het nationaal schoeisel- en borstelmuseum kaapte ook de Publieksprijs weg op basis van een poll waaraan bijna 10.000 mensen deelnamen. De restauratie en renovatie van het art-decogebouw en de achterliggende fabriekshallen was in handen van het ontwerpteam Compagnie O Architects + Sabine Okkerse + Geert Pauwels. Het team is aangesteld via de Open Oproep procedure van de Vlaams Bouwmeester.

“Izegem als de ongekroonde hoofdstad van ‘La Flandre Profonde’. Los van begrippen als schoonheid, gezelligheid en convivialiteit, bezit deze stad een intrigerende eigenheid; Izegem is een machinestad à la Van Ostaijen”, aldus de ontwerpers. “Het museumontwerp wil het industriële karakter van de site niet wegmoffelen of verfraaien maar tonen, gebruiken, toepassen. Omdat het van een andere schoonheid is.”

Tot midden vorige eeuw liep een meerderheid van Belgen met schoenen vervaardigd in Izegem. Italiaans en later Aziatisch schoeisel nam over. Izegem bleef met haar leegstaande manufacturen verweesd achter.

In de industriezone aan de noordelijke rand van Izegem staat het kantoorgebouw van de voormalige schoenenfabriek ‘Eperon D'Or’. De achterliggende fabriekshal is haast onherkenbaar geworden maar het gele bakstenen art-decogebouw met sculpturale hoektoren is goed bewaard en beschermd als monument. Het pronkgebouw leent zich als vanzelfsprekend als tentoonstellingsruimte: door de grote kathedraalglazen raampartijen met typische onderverdeling valt gesatineerd licht. De granito vloeren, een kubistisch meesterwerk, weerkaatst dit licht de ruimten in. Het gebouw is zonder input van schoenen noch borstels, een collectie van licht, kleur en ruimte.

Een museumbezoek start in de oude leveringszone. Deze binnenstraat leent zich als handige verkeerswisselaar: het scheidt en verbindt het voorgebouw met de achterliggende fabriekshal, die in een uitbreidingsfase bij het museum wordt geïntegreerd. Vanuit de binnenstraat ga je met de lift naar het dakniveau, om vervolgens via een tentoonstellingsparcours doorheen het gebouw af te dalen.