Doorzoek volledige site
23 januari 2019 | NIELS ROUVROIS

Nieuw ziekenhuis voor vrouw, kind en erfelijkheid baadt in daglicht

Het ziekenhuis voor vrouw, kind en erfelijkheid is bekleed met een zandkleurige baksteen. Het bevallingskwartier is door middel van een loopbrug verbonden met de neonatale intensive care in een ander gebouw. (Beeld: Ruimtesinbeeld)
Grote raampartijen en patio’s zorgen ervoor dat het hele gebouw baadt in het daglicht. (Beeld: Ruimtesinbeeld)
De hoge inkomhal is groot en helder, met dank aan imposante glasvlakken en het overwegend witte interieur. (Beeld: Ruimtesinbeeld)
De lichtgrijze loper, geïntegreerd in de witte pvc-vloer, creëert meer afstand tot de kamers, waardoor de patiënt minder gestoord wordt. (Beeld: Ruimtesinbeeld)

Vanaf oktober 2018 tot en met januari 2019 wordt op campus Gasthuisberg een gloednieuw gebouw in gebruik genomen. Daarin werden alle activiteiten voor kinderen en vrouwen en de consultaties rond erfelijkheid verzameld. Zowel raadplegingen als hospitalisatie-eenheden krijgen hun plek in deze nieuwbouw, die baadt in het licht en afstand neemt van het traditionele ziekenhuisgevoel. “De glimlach van de kinderen als ze hier binnenkomen zegt alles”, vertelt projecteigenaar David Van Eykeren van de dienst ruimteplanning van UZ Leuven.

De kinderen kunnen terecht op een kindvriendelijke raadpleging, in een multidisciplinair daghospitaal en op eigen aangepaste hospitalisatie-eenheden, waar plaats is voor 118 patiënten. Naast ruime en lichte individuele patiëntenkamers met mogelijkheid tot rooming-in voor ouders, werden ook voldoende ontspannings- en therapieruimten voorzien. Voor de dienst gynaecologie-verloskunde werden de raadpleging, het fertiliteitscentrum, intensieve zorgen voor zwangere vrouwen en het bevallingskwartier in een logisch geheel geïntegreerd. Via een brug naar het gebouw kritieke diensten vindt ook de nieuwe neonatologieafdeling onmiddellijk aansluiting.

 

Vier hartkamers, vier kwadranten                            

De bouw van het nieuwe ziekenhuis voor vrouw, kind en erfelijkheid past binnen het masterplan voor campus Gasthuisberg, opgemaakt door awg architecten. “De campus is constant in beweging”, vertelt David van Eykeren. “De ontwikkeling begon al in de jaren zeventig en rond de eeuwwisseling hebben we in een masterplan onze toekomstvisie uitgetekend. Het toeval wil dat de campus de vorm van een hart heeft. Met de vier hartkamers indachtig hebben we op de campus vier kwadranten gecreëerd: onderwijs, wetenschappelijk onderzoek, algemeen ziekenhuis en een ambulant ziekenhuis-kwadrant. Binnen de kwadranten worden alle diensten gegroepeerd in een logisch geheel, ook in het ziekenhuis voor vrouw, kind en erfelijkheid. Van zwanger worden tot zorg voor het kind en de opsporing van erfelijke aandoeningen, in dit gebouw wordt het volledige traject doorlopen.”

Over het eindresultaat is UZ Leuven als opdrachtgever erg tevreden. David Van Eykeren: “Een nieuwe omgeving biedt nieuwe kansen en de feedback van de gebruikers, zowel patiënten als personeel, is heel positief. De glimlach van de kinderen als ze hier binnenkomen, zegt alles. Maar we stonden ook voor een uitdaging. Een ziekenhuis verhuizen is niet evident. Zowel patiënten als materialen en toestellen moeten op hetzelfde moment verhuisd worden. Dat zijn dus parallelle stromen, maar wel via een andere weg. Dit was zeker niet de eerste verhuis op de campus en intussen beschikken we ook wel over de nodige routine.”

 

Sterk team

Toen awg architecten in 2002 het masterplan naar zich toetrok, was dit nieuwe ziekenhuis een van de eerste projecten die het daglicht zagen. Met Cordeel Zetel Hoeselt als hoofdaannemer, Stabo voor de technieken en stabiliteit, Gortemaker Algra Feenstra (GAF) voor het ontwerp en de ervaring in ziekenhuisarchitectuur en ar-te | archipelago als uitvoerend architectenbureau werd een team aangesteld om het project te verwezenlijken. Van ontwerpfase en ruwbouw tot uitvoering en afwerking, alle betrokken partijen blikken terug op een vlekkeloze samenwerking. “De vorming van dit team betekende ook meteen de start van een zestal andere projecten op de site, waaronder het kopstation & datacenter, het chirurgisch dagcentrum en het logistiek platform”, aldus Maurits Algra van GAF.

De realisatie van het ziekenhuis voor vrouw, kind en erfelijkheid was er een van lange adem. Zo kende het ontwerp een paar evoluties, wijzigde het programma onderweg en ontstonden nieuwe inzichten. Maurits Algra: “Maar op een gegeven moment viel het ontwerp helemaal op zijn plek. Daar is de verbondenheid, door middel van een loopbrug, tussen het bevallingskwartier en de neonatale intensive care in een ander gebouw een mooi voorbeeld van. Alles sluit perfect op elkaar aan dankzij een heel nauwe samenwerking tussen ontwerpers en opdrachtgever, vanaf de eerste schets.” Projectarchitect Tycho Saariste van GAF vult aan: “En dankzij meerdere overlegmomenten met de gebruikers. Op hun wensen hebben we zo flexibel mogelijk ingespeeld. Met sommige gebruikersgroepen hebben we de ruimtes wel tien keer overlopen.”

 

“Dit ziekenhuis moest een uitnodigende, warme en sfeervolle omgeving worden voor al zijn gebruikers en daar zijn we met het volledige team in geslaagd”


Overleggen, tekenen, finetunen

Terwijl GAF het gebouw ontwierp en voor de opvolging zorgde, trad architectenbureau ar-te | archipelago op als uitvoerend architect. “Maar alles gebeurde in overleg. Ik denk dat we elkaar zowat wekelijks zagen”, aldus Stef Wevers van ar-te | archipelago. “Overleggen, tekenen, weer overleggen en finetunen. En dat telkens opnieuw. Heel veel details hebben we gezamenlijk uitgewerkt. Zodra het plan op punt stond, werd het bestek opgemaakt. In een ziekenhuis is het cruciaal om op het vlak van nutsvoorzieningen en materialen alles uiterst nauwkeurig te voorzien.”

Studiebureau Stabo, verantwoordelijk voor de technieken, bevestigt. “Architectuur is belangrijk voor een ziekenhuis, maar voor de professionele gebruiker van het gebouw zijn de technieken achter de architectuur nog fundamenteler”, vertelt Patrick Desutter, bestuurder van Stabo. “Binnen de THV waren wij de enigen die al met UZ Leuven hadden samengewerkt. We kennen dus de technische behoeften, maar we beseffen heel goed dat die behoeften continu evolueren. De eisen groeien, zoals topkoeling bijvoorbeeld. In dit gebouw zitten allemaal klimaatplafonds die koelend werken in de zomer en verwarmen in de winter. Je zal hier nergens radiatoren terugvinden. De aandacht voor de technieken stijgt uiteraard ook naargelang de ruimtes complexer worden. De technieken in een operatiekwartier zijn natuurlijk veel complexer dan in een kantoorruimte.”


Modulariteit

De structuur van het nieuwe ziekenhuis is heel eenvormig. “We hebben hier vooral prefab gewerkt”, aldus Kurt Geris van hoofdaannemer Cordeel Zetel Hoeselt. “We gebruikten prefabwanden en -kolommen en balkloze vloeren in functie van flexibiliteit en modulariteit. Om de modulariteit te garanderen en later boringen en dergelijke te voorkomen, stellen we in de beginfase ook een aantal vragen, zoals waar er uitsparingen moeten worden voorzien. Het BIM-model speelt daarin een heel belangrijke rol. Bovendien is het feit dat Cordeel alles in eigen beheer en productie heeft een groot voordeel in projecten als deze. Ook de goede samenwerking tussen alle partijen mag zeker onderstreept worden. De grootste uitdaging zat voor ons in het logistieke. Op een ziekenhuissite is het van groot belang om hinder voor de patiënten te vermijden, zeker op het vlak van geluidsoverlast. Dat is niet evident aangezien veel materialen vaak ’s nachts geleverd worden.”


Daglicht

Die uitgebreide aandacht voor de patiënt liep als een rode draad door het project en dat is ook voelbaar in het eindresultaat. “Vooral de vraag naar daglicht stond erg hoog op de prioriteitenlijst”, aldus Maurits Algra. “Het antwoord vonden we in grote raampartijen, ook in de patiëntenkamers, en daglichtpatio’s. Zo konden we ook veel licht in de gangen creëren, waardoor er vrijwel geen patiëntengangen zijn met twee gesloten gevels.”

Tycho Saariste: “Zo onderscheidt dit ziekenhuis zich van het traditionele ziekenhuis. Het begrip ziekenhuisgang kennen we als een donkere, gesloten gang en dat wilden we niet herhalen. Hier loop je van daglicht naar daglicht. Dat is niet alleen aangenaam, maar ook heel bevorderlijk voor de oriëntatie.” In de patiëntengangen is de witte pvc-vloer eveneens voorzien van een lichtgrijze loper, die asymmetrisch in de gang ligt. Die loper ligt dichter tegen de kant van het raam en creëert zo meer afstand tot de kamers, waardoor de patiënt minder gestoord wordt.

 

"Overleggen, tekenen, weer overleggen en finetunen. En dat telkens opnieuw. Heel veel details hebben we gezamenlijk uitgewerkt"


Warmte en zachtheid

Architecturaal past het gebouw mooi binnen het stedelijk weefsel dat het masterplan op de site voor ogen heeft. Voor het nieuwe ziekenhuis werd gekozen voor een warmere steen met een zandtint. Ook vanbinnen straalt het ziekenhuis datzelfde warme gevoel uit. Jeroen Warnaar: “Het is een gebouw voor de zachtere kant van onze samenleving: vrouwen en kinderen. En daarop hebben we ingespeeld. De organische kiezelvorm in de terrazzovloer en het meubilair en de keuze voor de integratie van hout geven zachtheid aan het orthogonale, strakke gebouw.”

Niet alleen kleuren en materialen, maar ook de grote ruimtes geven het geheel een heel aangenaam en open gevoel. “Het toepassen van hoge plafonds was geen gemakkelijke strijd, maar we hebben hem wel gewonnen met gans het bouwteam”, knipoogt Stef Wevers. “De grote ramen in de kamers bestaan uit drievoudig glas met een U-waarde van 0,5. De isolerende schil van het gebouw heeft een erg hoge prestatiewaarde. "De schil van dit ziekenhuis is geïsoleerd zoals een passief gebouw met 16 cm pir-isolatie in de gevels en vloer en 20 cm pir op het dak."

 

Landschapskantoren

Bij het realiseren van het ziekenhuis voor vrouw, kind en erfelijkheid werd van a tot z rekening gehouden met de dagelijkse gebruikers. Niet alleen het welzijn van de patiënten staat voorop, maar ook dat van de dokters, assistenten, verpleegkundigen en stafmedewerkers. “Voor hen hebben we een zo aangenaam mogelijke werkplek gecreëerd. Artsen hebben volgens ons beleid recht op een eigen bureel, maar voor assistenten, medewerkers en paramedici werd zoveel mogelijk gemikt op landschapskantoren en flex-werkplekken die zich rond de vele lichtpatio’s bevinden. Ook op het vlak van akoestiek hebben we het nodige gedaan om voor de meest aangename werksfeer te zorgen. Dit ziekenhuis moest een uitnodigende, warme en sfeervolle omgeving worden voor al zijn gebruikers en ik kan met trots zeggen dat we daar met het volledige team in geslaagd zijn”, besluit David Van Eykeren.