Rondetafel industriebouw (2): "Een project mag geen procedureslag worden"
Industriebouw is deze dagen een complexe evenwichtsoefening. In deel 2 van het rondetafelgesprek met vier experts ter zake zoomen we in op de vergunningsproblematiek en nieuwe tendensen zoals modulair en circulair bouwen. "Die vergunningensage blijft een probleem. De onvoorspelbaarheid moet eruit."
In hoeverre zijn nieuwe tendensen als modulair bouwen en circulariteit al doorgedrongen in de industriebouw?
Maarten Allijns (Hercull): “Het besef dat dit essentieel is om gebouwen futureproof te maken begint echt wel door te dringen, zeker wat modulariteit en flexibiliteit op het vlak van ruimtelijke invulling betreft. En terecht, want bedrijven die decennialang in hetzelfde gebouw blijven zijn de uitzondering op de regel geworden. Gebouwen moeten deze dagen niet alleen efficiënt ontworpen zijn, maar ook vlot kunnen worden aangepast aan de noden en behoeften van nieuwe gebruikers of op termijn zelfs van functie kunnen veranderen. Vandaar dat open ruimtes met zo min mogelijk dragende kolommen de voorkeur genieten. Ook de vrije hoogte is toegenomen. Vroeger was dat 4 à 5 meter, nu standaard 6.”
Luc Ysebaert (Willy Naessens Group): “De laatste jaren zijn er aan de lopende band hoogterecords gebroken. Wij hebben onlangs zelfs een vrije hoogte van 42 meter bereikt, zonder tussenvloeren! Dit is grotendeels te wijten aan automatisatie, evenzeer een hot item vandaag. Dit wordt meer en meer een variant op de typische high-bays, die eigenlijk gestapelde rekken zijn met vier gevels tegen en een dak op, puur gericht op één specifieke functie.”
Charles Valcke (Valcke Prefab Beton): “Wat circulair bouwen betreft: in het verleden werden soms al enkele principes toegepast bij de uitbreiding van bestaande gebouwen – denk aan demonteerbare kopgevels – maar sinds kort gaan we daar nog een stuk verder in. Zo zijn we er dit jaar voor het eerst in geslaagd om een volledige prefabstructuur te demonteren in functie van later hergebruik. Intern doen we overigens ook de nodige inspanningen, bijvoorbeeld door het productieafval van ons prefabbeton volledig op onze eigen site te recycleren in ons stortbeton. Eerder dit jaar hebben we tevens het C2C Silver-certificaat behaald, waarmee we meteen ook een reële meerwaarde kunnen bieden aan onze klanten (bijvoorbeeld in het kader van BREEAM-trajecten).”
Timothy Cuypers (Vandersanden): “Bij Vandersanden denken we ook volop na hoe we onze producten circulair en demonteerbaar kunnen maken. Met Pirrouet® hebben we zelfs een CO2-negatieve gevelsteen op basis van afvalstromen uit de metaalindustrie ontwikkeld, die niet gebakken wordt in een oven, maar uithardt in een conditioneringskamer via de permanente opname van CO2 (70 liter pure CO2 per gevelsteen). Door deze ook nog eens toe te passen in een droogstapelsysteem – en dus niet met behulp van mortel of lijm – maken we hem bovendien geschikt voor demontage en hergebruik. Zo trachten we ook als steenfabrikant letterlijk en figuurlijk ons steentje bij te dragen aan die circulaire transitie.”
Luc Ysebaert: “Ook wij zetten als vooraanstaand bouwbedrijf sterk in op circulair bouwen. We hebben er zelfs een specifieke afdeling voor in het leven geroepen. En met The Circle® hebben we een baanbrekend betonbouwconcept ontwikkeld waarbij je via een materialenbank van honderd verschillende bouwstenen binnen 2 uur een modulair ontwerp kan maken met behulp van een innovatieve 3D-tool. In Luik staat intussen een eerste logistiek gebouw van 40.000 m² dat volledig op die manier gerealiseerd is.”
"Prefaboplossingen en maatwerk hoeven elkaar niet uit te sluiten. Sterker nog: de vraag naar specifieke uitvoeringen stijgt"
De bouw- en ontwikkelingswereld kampt met een hardnekkige vergunningsproblematiek. Wat is jullie ervaring hiermee?
Maarten Allijns: “Als industriële ontwikkelaar hoed ik me ervoor om daar steen en been over te klagen. Het gaat effectief te traag en het zou veel efficiënter kunnen, maar in vergelijking met de residentiële vastgoedwereld – waar het NIMBY-gehalte een stuk hoger is – zijn wij nog niet zo slecht af. Door een goed voortraject te lopen en proactief te overleggen met het stads- of gemeentebestuur, buurtbewoners en alle professionele stakeholders kunnen we al heel veel oplossen. Communicatie en betrokkenheid zijn key. Bij Hercull is dat een van onze sterktes, waardoor de slaagkans van onze dossiers verhoogt en de doorlooptijd van onze vergunningen best meevalt. Globaal bekeken is het wel een heikel punt dat er al te makkelijk beroep kan worden aangetekend en dat dit de boel voor een aantal maanden – of in het slechtste geval zelfs jaren – kan blokkeren. Gelukkig is de politiek maatregelen aan het nemen om die drempel te verhogen. Een project mag geen procedureslag worden.”
Luc Ysebaert: “Voor ons als aannemer is en blijft die vergunningensaga een probleem. Vooral de onzekerheid en onvoorspelbaarheid maken het erg lastig om alles goed te kunnen plannen en coördineren. Uiteindelijk komt het altijd wel in orde, maar het is koffiedik kijken wanneer precies. In Wallonië zitten we bijvoorbeeld met een project van 40.000 m² dat al twee jaar on hold staat. En ook als de werken effectief gestart zijn, kunnen er nog allerlei onverwachte zaken gebeuren. Een vogel die zit te broeden, een zeldzame bloem die plots opduikt …: het volstaat om een werf van de ene op de andere dag stil te leggen. Logistiek en organisatorisch is dat allerminst evident.”
Charles Valcke: “Ook wij zien meer en meer dat projecten die al in uitvoering zijn alsnog stopgezet worden. Opdrachtgevers en investeerders willen natuurlijk zo snel mogelijk van start gaan, maar als er dan toch een kink in de kabel komt, heeft dat uiteraard vervelende gevolgen. Ook PFAS is deze dagen overigens een populaire reden om projecten tijdelijk stil te leggen. Helaas hebben we intussen ook rechtstreeks ervaren hoe moeilijk een vergunningstraject kan zijn, meer bepaald voor de plaatsing van een eigen windmolen op onze site in Vlamertinge. Ondanks een positief advies van het stadsbestuur en ongeveer 120 steunschriften van de buurt werd deze na een initiële goedgekeurde vergunning in beroep afgekeurd. We moeten nu bijkomende vogeltellingen doen om bij een nieuwe vergunningsprocedure eventueel groen licht te verkrijgen. Best frustrerend wanneer er zoveel draagvlak is voor een project.”
Maarten Allijns: “Die onvoorspelbaarheid moet eruit. Vooraf weten hoelang het zal duren, zodat het allemaal niet kan blijven aanslepen, zou al een groot verschil maken. In Nederland is het vergunningstraject veel duidelijker en eerlijker, inclusief vastgelegde termijnen. Daar weet je vooraf dat je groen licht zal krijgen als je dossier volledig aan de vooropgestelde randvoorwaarden voldoet en wanneer je kan starten. Er komt ook meer voorbereidend werk aan te pas, wat het verdere verloop bevordert. Ik vind dat geen slecht systeem.”
"Hoe nauwer de samenwerking tussen verschillende betrokken partijen van meet af aan is, hoe beter projecten scoren qua efficiëntie en snelheid"
Tot slot: als jullie morgen elk één aspect met betrekking tot industriebouw zouden kunnen veranderen – zonder budgettaire of reglementaire beperkingen – wat zou dat zijn?
Maarten Allijns: “Zoals daarnet al aangehaald: duidelijke timings en meer voorspelbaarheid in vergunningstrajecten. En bij uitbreiding: een betere balans tussen persoonlijke en collectieve belangen. Eén persoon of partij met bezwaren is voldoende om een project met een enorme maatschappelijke meerwaarde te torpederen. Dat voelt niet juist. Wat daarentegen best niet overwaait naar onze contreien is netcongestie, zoals in Nederland. Problemen met de aansluitingscapaciteit kunnen in de toekomst een ernstige bedreiging vormen, zowel voor de realisatie van nieuwe projecten als de economie in het algemeen.”
Luc Ysebaert: “Wij zijn actief in zes landen. Dat impliceert zes verschillende manieren om de stabiliteit, brandveiligheid en weet ik wat nog allemaal te garanderen. Het zou een droom zijn om daar op Europees niveau enige coherentie en vereenvoudiging in te krijgen. Want nu komt het erop neer dat je volledig anders moet bouwen zodra je de grens oversteekt.”
Charles Valcke: “Qua verschil in regelgeving zie je inderdaad nog absurde zaken. Denk aan seismisch gebied dat plots stopt aan de Frans-Belgische grens (lacht). Het is inderdaad aangewezen om dat wat beter te stroomlijnen.”
Timothy Cuypers: “Ik zou de saaiheid van de traditionele industriebouw doorbreken ten voordele van futureproof, attractieve gebouwen die inzetten op beleving en flexibel kunnen worden aangepast aan nieuwe noden of eisen. Dit alles via soepele vergunningen, zodat niet alleen ontwikkelaars, maar ook architecten, aannemers en fabrikanten sneller kunnen schakelen. Daar heeft ook de eindklant alleen maar baat bij …”