STEEN & BEEN. Chachacharter (Filip Canfyn)
Bijna vijf jaar na Gent heeft Antwerpen nu ook wederzijdse engagementen vastgelegd om een vlotter omgevingsvergunningstraject mogelijk te maken. De lokale NAV en stedelijke administratie hielden de pen vast, VAi en Atelier Stadsbouwmeester gaven ruggensteun en het College van Burgemeester en Schepenen keurde goed. (Dat laatste is trouwens het grootste verschil met Gent.)
Waarvoor minister Jo Brouns zo vurig pleit in zijn plan voor ‘rechtvaardige en robuuste vergunningen’ wordt nu ook in de grootste stad van Vlaanderen onderstreept: gedegen vooroverleg. Ambtenaren en architecten beloven elkaar veel om het traject gunstig te starten: toegankelijke en gedeelde informatie, een respectvolle rolverdeling, beperkte termijnen voor antwoorden en behandeling, transparantie, samenwerking, communicatie, oplossingsgerichtheid, … Ik kan, als ervaringsdeskundige, die aan beide zijden van de tafel gezeten heeft, alleen maar getuigen dat die afspraken en de bijhorende ambities eigenlijk de evidentie zelf (zouden moeten) zijn. Het kan blijkbaar geen kwaad dat ze eens geëxpliciteerd worden.
Wie niet meegeschreven hebben aan het charter zijn de opdrachtgevers, de aanvragers van een omgevingsvergunning. Het zou al te makkelijk en zelfs pretentieus zijn te veronderstellen dat architecten kunnen instaan voor de attitude van hun broodheren tijdens zo’n vooroverlegproces. In De Singel werd gewaarschuwd voor het verschil tussen de door het charter nagestreefde waarden, in casu, een samenwerking en een visie pro stedelijke kwaliteit, en de belangen van opdrachtgevers. De waarden moeten meer doorwegen dan belangen maar (zo werd schamper toegevoegd) belangen worden wel eens vermomd als waarden.
Zoals altijd zal de proof of the pudding toch in the eating zitten.