VRIJE TRIBUNE. Premodernisme: een selectieve kritiek op de “visienota voor een herziening van de architectenwet” door de Orde van Architecten (Diederick Verhaeghe)

  • image
  • image

Voor velen blijft de kerntaak van ons beroep het ontwerpen, wat de rode draad vormt doorheen de visietekst. Is het daarom echter noodzakelijk, of zelfs wenselijk, dit in een wet ter bescherming van de consument en de openbare orde te verankeren?

De auteurs van de “visienota voor een herziening van de architectenwet” bij de Orde van Architecten pleiten (tegen de meerderheid van de bevraagden in) voor een uitholling van het monopolie tot louter “architecturale kwaliteit” en laat toe de “technische kwaliteit” te laten varen, terwijl over de toetsing aan de ruimtelijke orde al helemaal niet wordt gesproken. Het lijkt me al te kortzichtig om subjectieve esthetische aspecten in een wet te wringen en de technische of juridische consequenties van onze keuzes zomaar van ons af te schuiven, waarbij de bescherming van bouwheren vergaand wordt uitgedund zonder daarvoor realistische alternatieven aan te leveren. Tegelijk wordt geopperd om een disproportionele macht op de werf op basis van deze eenzijdige argumenten in de wet te schrijven, maar alsnog de illusie hoog te houden dat een project daarom stilleggen geen commerciële zelfmoord zou zijn voor een architect (of het beroep in zijn geheel). 

Dit voorstel komt eerder over als een frustratie vanuit de sector, dan gestoeld te zijn op de bestaansredenen van de wet van ’39 en de maatschappelijke rol die de architect daarbij toebedeeld kreeg. Het juridisch toe-eigenen van subjectieve waarden ten koste van technische kwaliteit, maar tegelijk de regisseursstoel nog durven opeisen, ondermijnt bovendien elke geloofwaardigheid tegenover andere bouwactoren en we moeten dan ook niet verwonderd reageren als zij ons aan de kant schuiven eens een wetsvoorstel effectief op tafel komt.

Ironisch dan ook dat de architectuuropleiding geen degelijke voorbereiding voor het beroep zou vormen. We kunnen zelf niet eens fatsoenlijk definiëren wat die nodige capaciteiten zijn (en de stage navenant hervormen), maar dat wel als voorwendsel gebruiken om professionele opleidingen de toegang tot het beroep te verbieden. Gelukkig lost de verwatering van het monopolie deze uitdagingen op. Als onze kerntaak mag beperkt worden tot het conceptuele, zijn afgestudeerden al perfect voorbereid en is de stage zelfs overbodig. Omgekeerd moeten we dan durven overwegen om meer artistieke opleidingen toegang te verlenen om niet de indruk te wekken alsnog een commercieel monopolie uit te bouwen. 

De hypocrisie mag duidelijk zijn.

De modernisering van de wet zou de hedendaagse praktijk en toekomstige evoluties moeten weerspiegelen maar als je aandachtig doorheen de nuances leest, stel je uiteindelijk vast dat dit voorstel net de basis voor het monopolie fundamenteel ondergraaft en paradoxaal zelfs pleit voor een terugkeer naar het klassieke (lees: geromantiseerde) ideaal van de architect. Met de oprichting van een cultuurdictatuur zonder technische of juridische verantwoording kan ons tenminste geen corporatisme worden verweten …

Ik kan me daarom niet van de indruk ontdoen dat de auteurs zelf de voeling met de bouwpraktijk verloren zijn en in hun laatste wanhopige worp naar onsterfelijkheid ongewild de strop rond de volgende generatie verder dichtsnoeren. Betreurenswaardig, want het onderzoek bevatte wel de nodige helderheid om tot een volwassen conclusie te komen …

Diederick Verhaeghe is ingenieur-architect en zaakvoerder van ontwerpbureau korrel.

  • Deel dit artikel

Onze partners