Waarom akoestiek nog al te vaak verkeerd begrepen wordt

  • image

Een verplichte vraag wanneer je enkele specialisten uit hetzelfde vakgebied samenbrengt voor een geanimeerd debat: welke veelgemaakte fouten zien jullie nog al te vaak opduiken? Wij gooiden de knuppel in het hoenderhok tijdens ons panelgesprek rond bouwakoestiek en kregen enkele rake antwoorden terug. Daarnaast polsten we tevens naar de invloed van de belangrijkste recente bouwtrends en -evoluties.

De ene isolatie is de andere niet. Toch worden de thermische en akoestische variant nog steeds geregeld met elkaar verward, zegt Marjolein Vandersickel (Sweco). “Laat het dus voor eens en voor altijd duidelijk zijn: louter x-aantal centimeter thermische isolatie voorzien volstaat niet om een goede akoestiek te garanderen. Daar komen nog heel wat andere zaken bij kijken (massa, ontkoppeling enzovoort). Bovendien zien we ook nog geregeld flagrante geluidslekken opduiken. Bijvoorbeeld een akoestische deur met een ventilatierooster in. Dat is iets waar wij als specialisten ter zake grijze haren van krijgen, maar toch komt het nog zó vaak voor”, merkt ze op. “Het is inderdaad de volledige opbouw van de wand of vloer die de akoestiek bepaalt”, pikt Arne Dijckmans (Buildwise) in. “En meer is lang niet altijd beter. Integendeel: soms wordt de akoestiek zelfs slechter naarmate je extra zaken toevoegt.”

Een andere klassieker in het genre is het door elkaar halen van de verschillende domeinen binnen het vakgebied bouwakoestiek. “Je hebt ruimteakoestiek, maar het weren van het geluid van nabije stemmen of voetstappen is iets heel anders, net als het akoestisch isoleren van ventilatiesystemen, warmtepompen en sanitaire leidingen. Voor ons is dat logisch, maar voor gebruikers is het vaak één pot nat, zeker als het over storende geluiden gaat. Vandaar dat we als akoestisch ingenieurs de belangrijke taak hebben om complexe aspecten zo eenvoudig mogelijk uit te leggen, zodat we mensen meekrijgen in ons verhaal. Het heeft weinig zin om vanuit een ivoren toren met ingewikkelde formules en logaritmes te strooien”, benadrukt Tom Segers (Bureau De Fonseca, by Studibo).

“Geluidsabsorptie en -isolatie worden ook vaak onterecht over dezelfde kam geschoren”, vult Marjolein Vandersickel aan. “En dan is er nog de logaritmische schaal, die eveneens voor verwarring zorgt omdat alles in decibels wordt uitgedrukt. Terwijl geluidsvermogen, -druk en -isolatie wel degelijk andere begrippen zijn.”

Thomas Dox en zijn collega’s bij Merford hebben hier alvast hun lessen uit getrokken. “Wij houden het simpel en bieden klanten steevast onze hulp aan op basis van de vraag of ze last hebben van geluidshinder in gebouwen. Wij houden ze ver weg van al het theoretische jargon, want dat zorgt inderdaad alleen maar voor verwarring. We bepalen dan intern wel of het probleem zich uiteindelijk situeert op het vlak van installatielawaai, ruimteakoestiek of isolatie.”

"Laat het voor eens en voor altijd duidelijk zijn: louter x-aantal centimeter thermische isolatie voorzien volstaat niet om een goede akoestiek te garanderen. Daar komen nog heel wat andere zaken bij kijken."
- Marjolein Vandersickel -

Zoektocht naar een perfecte balans

De manier waarop geluid zich doorheen een gebouw verspreidt is eveneens een belangrijke bron van misverstanden. Zo wijst Bart Van de Velde (SonIQ) erop dat de flankerende bijdrage weleens over het hoofd gezien wordt. “Een deel van het geluid gaat recht door een vloer of scheidingswand, maar daarnaast gebeurt er ook heel wat rond het element. Lees: geluid wordt evenzeer door aangrenzende constructiedelen (vloeren, wanden, plafonds, gevels …) overgedragen, waarbij het zwakste element meestal bepalend is. Vandaar dat we er steevast naar streven om een gebouw te ontwerpen dat perfect in balans is, waarbij alle akoestische schakels evenveel bijdragen. Zo kunnen we overigens ook kostenbesparingen genereren door te sterke elementen te elimineren, want die zijn zeker niet altijd even functioneel. Op voorwaarde dat ze niet noodzakelijk zijn voor een andere discipline, uiteraard.”

“Niet enkel alle schakels en gebouwonderdelen moeten in balans zijn, maar ook de verschillende akoestische aspecten”, vervolgt Marjolein Vandersickel. “Stel dat je je gevel supergoed isoleert en de interne akoestiek verwaarloost, dan kunnen gebruikers plots last krijgen van hun buren. Hetzelfde effect kan optreden als je installatiegeluid erg laag is. Dat heeft dan meestal niets met de geluidsisolatie an sich te maken, maar wel met het feit dat er niets is om dat burengeluid te maskeren.”

"Het zwakste constructie-element is meestal bepalend voor de akoestiek. Vandaar dat we er steevast naar streven om een gebouw te ontwerpen dat perfect in balans is, waarbij alle akoestische schakels evenveel bijdragen."
- Bart Van de Velde -

Trends en uitdagingen

Tot slot zijn er nog enkele recente evoluties die de queeste naar akoestisch comfort extra uitdagend maken. “Denk bijvoorbeeld aan de opmars van steeds lichtere bouwconstructies, de groeiende nood aan installatievoorzieningen (inclusief de nodige kanalen) en de realisatie van complexere bouwstructuren die een extra risico op flankerende transmissie met zich meebrengen. Daarbij is de vraag telkens: hoever kan je gaan om niet al te zeer in te boeten aan akoestisch comfort?” vertelt Thomas Dox. “Het is vaak zoeken naar een compromis tussen akoestiek en stabiliteit”, weet Arne Dijckmans. “Een CLT-structuur zou je in functie van de akoestiek willen loskoppelen, maar dat is stabiliteitstechnisch dan weer niet mogelijk.”

Een andere akoestische valkuil zijn multifunctionele ruimtes. “Voor een stil theaterstuk of een receptie met tweehonderd personen gelden uiteraard andere akoestische noden. In dergelijke gevallen is het zaak om in dialoog te gaan met eigenaars en gebruikers. En na te gaan waar voor hen de prioriteit ligt. Het is uiteraard mogelijk om het volledige scala te bestrijken en variabele akoestische concepten te integreren, maar daar staat natuurlijk wel een stevig kostenplaatje tegenover. Bij de realisatie van een operazaal is akoestiek logischerwijs prioriteit nummer één, maar voor het overige is het vaak een kwestie van keuzes maken.”

Ook renovaties vormen dikwijls een forse akoestische uitdaging. “Omdat er veel randvoorwaarden spelen die je bij nieuwbouw niet hebt”, verduidelijkt Marjolein Vandersickel. “Denk bijvoorbeeld aan een maximale belasting op de fundering en/of bepaalde beperkte hoogtes, waardoor je soms simpelweg geen zwaardere oplossing kan voorzien of niet voor een massa-veer-massasysteem kan opteren. En dan moet je inderdaad compromissen sluiten. Het is in dergelijke projecten – renovatie, houtbouw, complexere realisaties … – dat wij als akoestisch experts een flinke meerwaarde kunnen bieden, net omdat de standaardoplossingen er niet altijd werken.”

Tot slot wijst Bart Van de Velde op de invloed van enkele nieuwe markttendensen, zoals de opmars van biobased materialen. “Van houtwol tot schelpenuitvulling: er zijn de voorbije jaren heel wat nieuwigheden op de markt gekomen. Voor ons is het dan telkens een beetje behelpen bij gebrek aan common knowledge daarrond. Hetzelfde geldt voor innovatieve bouwconcepten zoals houtskeletbouw en CLT, waarbij er veel mogelijke koppelingen zijn waarvan we de invloed op de akoestiek nog niet altijd volledig kennen”, legt hij uit.

“In het licht van de circulaire transitie wint ook de combinatie met prefab, demonteerbaarheid en hergebruik aan belang”, aldus Marjolein Vandersickel. “Vroeger waren gebouwen per definitie monofunctioneel tot aan het einde van hun levensduur, terwijl ze vandaag bij wijze van spreken iedere vijf à tien jaar een nieuw interieur of zelfs een volledig andere functie kunnen krijgen. Ook bij dergelijke refurbishments of herbestemmingen is het akoestisch comfort uiteraard telkens weer een belangrijk aandachtspunt …”

  • Deel dit artikel

Onze partners