Doorzoek volledige site
24 maart 2015 | SIMON SCHREURS

Terugblik panelgesprek The Competition Leuven

Op 6 november organiseerde Architectura.be de Belgische filmpremière van The Competition in Antwerpen. Ettelijke maanden later kon een tweede vertoning niet uitblijven. Samen met Existenz, de groepering van jonge ingenieur-architecten die architectuurgerelateerde activiteiten organiseren buiten hun opleiding, organiseerde Architectura het evenement ditmaal in Leuven. 

Architecten en met name architecten in spe keken met leergierige ogen naar de film en volgden aansluitend een panelgesprek waarin de deelnemers aan de fundamenten van het architectuurberoep raakten. Aan de debattafel zaten Adjunct Vlaams Bouwmeester Stefan Devoldere, Leo Van Broeck (Bogdan & Vanbroeck) en Arnout Vandenbossche (BUUR) tegenover Jo Cokelaere (A33 architecten) en Francis Catteeuw (Compagnie – O). Voeg daar nog Leuvens burgervader Louis Tobback aan toe, en je hebt gegarandeerd een geanimeerd panelgesprek. Met name aan die laatste had hoogleraar André Loeckx als moderator een vette kluif…

Na een korte opwarming peilde Loeckx naar reacties over de film. ‘The Competition’ toont het wel en wee van een toparchitectuurwedstrijd en volgt vijf toparchitecten die trachten de jury te doen zwichten voor hun ontwerp van een museum in Andarro. Het einde was er een in mineur: er werd geen winnaar gekozen en het gebouw werd überhaupt nooit gebouwd. Maar strookt dit met de werklijkheid?

 

Onzin

“De film was een pure karikatuur en de wedstrijd van een bedroevend niveau. Ik vermoed dat er veel in scene gezet is want dit beeld strookt absoluut niet met de werkelijkheid.” Vandenbossche van BUUR windt er geen doekjes om en zet meteen de toon. Het is koren op de molen van een geërgerde Leo Vanbroeck die stelt dat het equivalent van onzin met deze film bereikt is en verzekert dat het er in werkelijkheid, zeker in Vlaanderen, veel beter aan toe gaat. Ook Johan Cokelaere distantieert zich en beklemtoont het spelmatige karakter van een wedstrijd. Francis Catteeuw sluit zich volledig aan bij zijn collega’s, maar nuanceert: “de film is grotesk, maar bevat wel een kern van waarheid. Architecten van dat kaliber spelen immers met enorm veel geld. Ego’s en bluf hebben daar veel impact.”

 

Loze praat

Louis Tobback, die nooit verlegen zit om zijn ongezouten mening te geven, is meer dan geërgerd: “We zagen hier vier wereldfiguren, het kruim van de architectuurwereld, die gerepresenteerd worden als vier charlatans. In Vlaanderen heeft het er soms wel iets van weg, hoor. Ik krijg toch vaak dezelfde loze praat te horen.” Tobback ziet twee grote problemen. Ten eerste ontbreekt het aan een juridisch kader aangezien de objectiviteit van beslissingen van een jury op geen enkele manier aantoonbaar is. Ook meent Tobback dat architecten vandaag allemaal te origineel en speciaal uit de hoek willen komen.

 

Pleidooi voor eenvoud

Catteeuw vraagt zich daarop hardop af of een wedstrijd wel de beste formule is om ontwerpen voor overheidsgebouwen toe te wijzen. Er wordt tenslotte met geld van de belastingbetaler gespeeld en de burger heeft recht op een transparante motivering voor deze of gene ontwerp. Cokelaere beaamt maar wil ook beklemtoond hebben dat een wedstrijd in se iets goed is, zolang de regels maar duidelijk en gebald omschreven zijn – en daar knelt het schoentje.

 

Het kan beter

Gebald eindigen deed ook moderator Loeckx als hij de panelleden elk een laatste maal aan het woord liet met de vraag wat er dan concreet beter kan. Tobback pleitte voor duidelijke criteria die makkelijk naar de leek te communiceren zijn. Cokelaere en Vandenbossche pleitten voor gebaldere en kortere wedstrijden en stipten het belang van een tussenpersoon als de Vlaamse bouwmeester aan. Catteeuw tot slot brak na alle kritiek toch nog een lans voor de formule van wedstrijden, die – mits duidelijke regels – architecten hun grenzen doen opzoeken en creativiteit welig laten tieren.