Doorzoek volledige site
25 maart 2015 | TIM JANSSENS

Interview Luc François: “Geothermie moet een vaste waarde worden in het pakket van (duurzame) energievoorziening”

Luc François: “In plaats van de traditionele ieder-voor-zichbenadering in stand te houden en aan overdimensionering van de installaties te doen, zouden we met z’n allen veel ruimer moeten beginnen denken.”
Het Evolutionproject in Maldegem: een appartementsgebouw met een BEO-veld en betonkernactivering.
WZC Ter Potterie in Brugge, een van de geothermieprojecten die in het kader van Smart Geotherm gemonitord wordt. (Visualisatie: BOECKX. architecture & engineering)

Vorige herfst vierde het Smart Geothermproject zijn derde verjaardag. Installatie en Bouw bevroeg projectleider Luc François over de actuele stand van zaken. Plannen en ambities zijn er nog genoeg, zo bleek: “We hopen dat 12,5 procent van de nieuwe grote en middelgrote gebouwen aan het eind van het traject een beroep zal doen op geothermie.”

Luc François: "Smart Geotherm is in het leven geroepen om geothermie een sterk draagvlak te geven op het vlak van onderzoek en kennisoverdracht. Uiteraard heeft dit verhaal een technische insteek, maar toch is het vooral de bedoeling om de meerwaarde van geothermie en het gebruik van thermische opslagsystemen bekend te maken bij een breed publiek. We doen dit door seminaries en workshops te organiseren, technische nota’s te ontwikkelen, publicaties uit te geven, … Het voorheen zeer beperkte aandeel van geothermie (amper 2 procent) willen we tegen 2017 op die manier optrekken naar 12,5 procent."

Op dit moment zijn jullie exact halfweg. Waar hebben jullie de voorbije drie jaar de nadruk op gelegd?

Luc François: "De vraag- en aanbodbepaling is al achter de rug. We hebben met andere woorden al uitgezocht wat de energiebehoefte van gebouwen is en welke thermische bronnen er bestaan. We focussen ook op andere thermische bronnen dan aardwarmte omdat er een interessante link kan zijn, bijvoorbeeld met het oog op regeneratie van de bodem. Al spreekt het voor zich dat die andere bronnen (zon, restwarmte van industrie, …) minder uitgebreid aan bod zijn gekomen dan geothermische bronnen. Voorts hebben we ook bepaald welke thermische opslagsystemen voorhanden zijn en welke systemen in welke omstandigheden rendabel kunnen zijn."

 

Jullie lijken al aardig gevorderd. Wat staat er de komende drie jaar nog op het programma?

Luc François: "Momenteel proberen we vraag, aanbod en buffer op elkaar af te stemmen door vanuit de monitoring van bestaande gebouwen conclusies te trekken over de toepassing van geothermische systemen. Het komt er voor ons op aan om de prestaties van die systemen te modelleren, te verfijnen en te optimaliseren. Daarnaast zijn we ook al gestart met kennisoverdracht. We hebben alvast een screeningstool ontwikkeld waarmee je via één muisklik kan bekijken of geothermie op een bepaalde locatie aangewezen is (bodemtype, thermische geleidbaarheid, diepte, …) en of je al dan niet een vergunning moet aanvragen. Sommige gebieden lenen zich uitstekend tot geothermie, alleen moesten bouwheren deze puzzel voordien zelf leggen en was het voor hen niet altijd even evident om dat na te gaan.

Dit is al een mooi begin, maar we broeden op de ontwikkeling van een veel uitgebreidere tool. Naast het type bodem zouden we ook graag de specifieke karakteristieken van gebouwen betrekken in deze denkoefening (specifieke energievraag, oriëntatie, isolatiegraad, ...), zodat je per project kan bekijken of geothermie haalbaar is en een meerwaarde zou kunnen betekenen. Het energieprofiel van een schoolgebouw is immers helemaal anders dan dat van een kantorencomplex of een ziekenhuis, vooral wat de verwarmings- en koelingsbehoefte betreft. Op termijn zou je via onze tool zeer makkelijk moeten kunnen achterhalen of een geothermisch systeem in jouw gebouw de meest aangewezen oplossing is."

 

Onuitputtelijk energiepotentieel

Heb je de indruk dat jullie inspanningen resultaat opleveren? Heeft geothermie ten opzichte van drie jaar geleden al aan bekendheid gewonnen?

Luc François: "Ik denk van wel, hoewel dat natuurlijk moeilijk meetbaar is. De laatste jaren komen er alleszins steeds meer geothermische installaties bij. Qua ‘dichtheid’ (aantal systemen per 10.000 inwoners) scoort België zeer laag, maar qua relatieve groei zijn we bij de sterkste stijgers in Europa. We hebben met andere woorden een achterstand, maar zijn die volop aan het goedmaken.

De EPB-regelgeving speelt hoe dan ook een stimulerende rol. Via geothermie en de installatie van warmtepompen kan je immers aan de nieuwe verplichting inzake energiezuinige technieken in nieuwbouw voldoen. Als je uitgeïsoleerd bent, is geothermie een uitstekende manier om het E-peil verder te verlagen. Vergunningstechnisch is het allemaal ook een stuk duidelijker geformuleerd dan een paar jaar geleden, wat geothermische oplossingen voor bouwheren nu een stuk toegankelijker maakt."

 

Wat maakt geothermie op zich zo interessant als energiebron? Hoe moeten we het potentieel ervan inschatten?

Luc François: "Het energiepotentieel van geothermie is – mits goed en doordacht gebruik – in wezen onuitputtelijk, al mag je er niet ongebreideld mee omgaan. Je kan uitsluitend energie onttrekken en rekenen op een natuurlijke temperatuurregeneratie van de bodem, of je kan zorgen voor een circulatie van warmte en koude om de bodemtemperatuur op peil te houden (warmte onttrekken en koude afgeven in de winter, koude onttrekken en warmte afgeven in de zomer). Als je een onevenwicht creëert, ga je de bodem voortdurend afkoelen of verwarmen, wat ervoor zal zorgen dat je geothermiesysteem minder efficiënt functioneert. Het is belangrijk om dit langetermijneffect in rekening te brengen. 

Wat anderzijds ook belangrijk is om aan te stippen, is dat het voor ons uiteraard niet ‘geothermie of niets’ is. Soms is het opportuun om een gebouw volledig te verwarmen aan de hand van geothermie, maar even vaak is een combinatie met andere systemen zeker even goed. Het is niet altijd aangewezen om het volledige geothermische systeem te dimensioneren op een buitentemperatuur van -10 °C. Je kan dan bijvoorbeeld een betonkernactiverings- of vloerverwarmingssysteem gebruiken als basisverwarming en eventuele temperatuurpieken opvangen met klassieke radiatoren op een gascondensatieketel of verwarmde ventilatielucht. Het functioneren van dat systeem moet je echter wel goed opvolgen, want anders zou het kunnen dat je bijverwarming als hoofdverwarming gaat fungeren – wat uiteraard niet de bedoeling kan zijn. Voorts is het uiteraard een prima idee om elektrische warmtepompsystemen aan te drijven via PV-panelen of zonnecollectoren te voorzien. De warmte die deze zonnecollectoren opvangen, kan je onder meer gebruiken om de bodem te regenereren."

 

 

Nieuw economisch model

Smart Geotherm richt zich op grote en middelgrote gebouwen. Maar wat met woningen?

Luc François: "Daar voeren we inderdaad geen rechtstreeks onderzoek naar, maar aan het eind van de rit zullen we wel bekijken welke bevindingen en good practices toepasbaar zijn in de woningbouw. De (meer)investering voor een geothermische installatie is niet evident voor alle particulieren. In de toekomst zou dit eventueel wel kunnen veranderen. Percelen worden alsmaar duurder, en meer en meer zal er aan clusterbouw worden gedaan. In zulke ‘collectieve’ projecten, die je mits een slimme benadering mooie schaalvoordelen opleveren, zijn geothermische oplossingen een stuk interessanter.

Een collectieve aanpak is hoe dan ook een veel rendabeler. In plaats van de traditionele ieder-voor-zichbenadering in stand te houden en aan overdimensionering van de installaties te doen, zouden we met z’n allen veel ruimer moeten beginnen denken. Een mooi voorbeeld hiervan is het Evolutionproject in Maldegem: een appartementsgebouw met een BEO-veld en betonkernactivering. De aannemer-investeerder heeft zelf naar optimale oplossingen gezocht. In plaats van in vakjes te denken, heeft hij een globale denkwijze aan de dag gelegd om het rendement van zijn gebouw te maximaliseren. Bouwheren die naar integrale oplossingen zoeken, zijn helaas nog dun gezaaid, maar dit project kan zeker tot voorbeeld strekken."

 

Wat versta je precies onder ‘ruimer denken’?

Luc François: "Het grootste struikelblok voor de implementatie van geothermische en andere energiezuinige installaties is de initiële investeringskost. Je kan dan wel zeggen dat je het binnen tien jaar hebt terugverdiend, maar bouwheren en opdrachtgevers moeten dat bedrag nu wel neertellen. We zouden tot een economisch model moeten komen waarin die hoge investeringskost gedragen wordt door een andere partij, bijvoorbeeld ESCO’s: bedrijven die installaties ontwikkelen, financieren en promoten, instaan voor het beheer ervan en de warmte op basis van een soort leaseovereenkomst verkopen aan de gebruiker. Waarom moet je per se eigenaar zijn van je installatie? Het zou in mijn ogen een veel betere oplossing zijn om dat over te laten aan gespecialiseerde partners. Dit zou de hoge instapdrempel grotendeels kunnen doen verdwijnen en zou de implementatie van rendabele energiezuinige technieken dan ook sterk ten goede komen."

 

Wanneer zal u bij het aflopen van het project een tevreden man zijn?

Luc François: "Als we hebben kunnen realiseren wat we beloofd hebben. Ik denk dan in de eerste plaats aan die toegankelijke screeningtool, die er toch voor zou moeten zorgen dat geothermische oplossingen een stuk toegankelijker worden. Als er tegen dan ook een aantal bedrijven zijn  – boorders, studiebureaus, installateurs, … – die de materie ten volle beheersen en geothermie mee hebben opgenomen in hun producten- en dienstenpakket, dan mogen we stellen dat we goed gewerkt hebben. Voorts hopen we op een gestage groei van de markt (tot een aandeel van 12,5 procent), met spelers die doordacht omgaan met de materie. Het zou mooi zijn mocht geothermie de komende drie jaar uitgroeien tot een vaste waarde in het pakket van (duurzame) energievoorziening."

 

Dit artikel verscheen eerder in Installatie en Bouw.