Doorzoek volledige site
29 april 2015 | PHILIPPE SELKE

Bekeken: de Artotheek, nieuw museum in Bergen (Gigogne-L’Escaut)

Illustratie | Holcim
Veel volk op de officiële voorstelling Illustratie | Gigogne-L'Escaut
Illustratie | Holcim
Veel volk op de officiële voorstelling Illustratie | François Lichtlé
Veel volk op de officiële voorstelling Illustratie | François Lichtlé
Veel volk op de officiële voorstelling Illustratie | François Lichtlé
Illustratie | Holcim

Op woensdag 29 april organiseerde Holcim samen met de UWA (Union Wallonne des Architectes) een bezoek aan de Artotheek in Bergen, met aansluitend daarop een bezoek aan de Van Gogh-tentoonstelling in het Museum voor Schone Kunsten van de stad. Voor Architectura was dat de ideale gelegenheid om u in detail te laten kennismaken met dit toonaangevende gebouw, dat ontstond uit een tijdelijke samenwerking tussen L’Escaut en Atelier Gigogne.

Ontstaan van het project

In april 2015 kreeg de kapel van het oude Ursulinenklooster van Bergen, recht tegenover de Sint-Waltrudiskerk, een tweede leven. Na de Tweede Wereldoorlog bleef er van het gebouw nog slechts een ruïne over en werd de kapel gekocht door een meubelverkoper die ze in zes verdiepingen onderverdeelde. Vervolgens besliste de stad Bergen het vervallen gebouw te renoveren en er de gemeentelijke collecties onder te brengen.

Het geklasseerde gebouw is een archetype van de 18de-eeuwse architectuur en is ondertussen een bewaarplaats geworden voor het gemeentelijke erfgoed van Bergen. Daarnaast is de kapel ook een onderzoekscentrum en een restauratieatelier voor de niet-permanente collecties van andere musea. De Artotheek is verdeeld in zeven niveaus, goed voor een collectie van meer dan 2200m2. Ook de ruimtes die gebruikt worden voor de voorbereidingen, de restauraties, de administratie en voor de digitalisering van werken zijn in hetzelfde gebouw ondergebracht. Zo blijft de afstand met de kunstwerken zelf zo klein mogelijk. Rondom het gebouw worden er bovendien regelmatig culturele activiteiten georganiseerd.

 

Architecturaal project

De kapel van het oude Ursulinenklooster werd na de Tweede Wereldoorlog volledig getransformeerd. Daarbij ging de oorspronkelijke binnenverdeling verloren. Er is toen een betonnen vloer gelegd, een fatale beslissing voor zo’n historisch monument. Toch zag Catherine Dohmen, architecte bij L’Escaut, dit in het begin eerder als een kans: “Aanvankelijk hadden we het idee om de bestaande betonplaten te behouden, maar om verschillende redenen was dat niet mogelijk. Daardoor konden we echter wel met een schone lei beginnen.”

De kapel werd eerst gestript, waarna de architecten een metalen monumentale structuur hebben geplaatst om de nieuwe elementen los te kunnen maken van de originele buitenste schil, die zichtbaar moest blijven. Hierdoor bleven de originele proporties en het hoogtegevoel van de kapel behouden. “Dankzij deze schuine structuur hebben we meerdere vierkante meters gewonnen doordat elke verdieping iets groter werd dan de vorige,” aldus Catherine Dohmen.

De metaalstructuur zorgt ook voor een verticale 'schacht' die de ruimte tussen de oude muur en de nieuwe elementen verlicht. Hier werd ook een erg slanke trap geïnstalleerd die de bezoekers door het gebruik van de oude vloerplanken wijst op de verweerde structuur van het gebouw.

Rondom deze architecturale ingrepen is het programma in vier verschillende eenheden onderverdeeld, waarvan er één voor het publiek toegankelijk is, namelijk de zalen op het gelijkvloers en het documentatiecentrum op de eerste verdieping. De andere drie delen zijn bestemd voor het wetenschappelijk personeel, administratie, logistiek, restauratie en opslag (verdeeld over zes verdiepingen).

Bij het binnenkomen van de kapel krijgt het publiek een scenografie te zien die de digitale technologie voor virtuele bezoeken en de vitrines met de echte werken met elkaar confronteert. Het licht dat langs de schacht binnenvalt, nodigt de bezoeker uit om de zijbeuk ontdekken. Deze schacht laat zowel de originele ruimte als de opeenvolgende gesloten verdiepingen zien, zodat enerzijds het oude bouwwerk en anderzijds de nieuwe functie in de verf worden gezet. De ruimte bevat duizenden objecten waaronder enkele proefstukken die op het gelijkvloers zijn gepresenteerd.

Het scenografische parcours leidt de bezoeker doorheen de zalen van de zijbeuk. Deze ruimtes zijn voorzien van digitale ‘immersieapparatuur’ waarmee de bezoeker gedigitaliseerde kunstwerken virtueel kan ontdekken en kan vergelijken met echte werken. Ook kunnen bezoekers hier onder meer hun eigen virtuele tentoonstelling creëren en meer te weten komen over de musea die aan Artotheek verbonden zijn.

 

Uitdagingen van het project – betonlevering

Aangezien het project in het stadscentrum gelegen is, hoeft het niet te verbazen dat er verschillende problemen zijn opgetreden in verband met de toegang tot de site.

Zo moest het beton dat gebruikt zou worden voor de platen op de verschillende verdiepingen via een pomp worden aangevoerd, en dit langs de dwarslatten van de ramen. De ramen mochten namelijk niet gedemonteerd worden. Allerhande bijzondere maatregelen waren nodig om zowel de bediener van de pomp als de bouwvakkers te beschermen. 

Buiten de aanvoer van het beton op de werf was ook het gewicht ervan een belangrijke uitdaging. Bij renovaties is het namelijk vaak zo dat het beton te zwaar blijkt voor de oorspronkelijke dragende structuren. In dit geval moesten alle oorspronkelijke stenen gereconstrueerd worden en heeft de aannemer beslist om te werken met metalen bodems waar de betonplaten nadien op gegoten werden. Deze metalen bodems fungeren in dit geval als verloren bekisting.

Voor dit project werd 530m3 beton van het type C30/37 dmax16 geleverd.

GERELATEERDE DOSSIERS