Doorzoek volledige site
03 juni 2015

Het gebruik van donkerkleurige verf

Ondergrond bestreken met een verf zonder (links) en met (rechts) reflecterende pigmenten. Illustratie | WTCB

Hoewel donkerkleurige verven momenteel erg in trek zijn, houdt het gebruik ervan op gevels en buitenschrijnwerk vaak risico's in. Zo kunnen er niet alleen problemen optreden door de vervorming van de ondergrond, maar bestaat er ook een risico op het voortijdig loskomen van de verf. Het WTCB geeft een overzicht. 

Soorten problemen en hun oorzaak

Donkerkleurige coatings die rechtstreeks blootgesteld zijn aan zonnestraling nemen meer warmte op dan lichtkleurige. Dit impliceert dat ze onderworpen zijn aan grotere temperatuurschommelingen en bijgevolg ook aan grotere thermische vervormingen. Zo kan het temperatuurverschil tussen een wit en een donker oppervlak met een gelijkaardige blootstelling oplopen tot 20 à 30 °C.

De opwarming en dus ook de vervorming van de ondergrond kunnen eveneens versterkt worden door het gebruikte type donker­kleurige verf of coating. Dit kan leiden tot een voortijdige veroudering van de ondergrond (vooral wanneer deze uit hout bestaat) met alle praktische gebruiksproblemen van dien. In de zomer kan de vervorming van de schrijnwerkelementen er bijvoorbeeld voor zorgen dat men de ramen en deuren niet langer naar behoren kan openen of sluiten.

Bij poreuze ondergronden zoals beton en metselwerk, kan de warmteabsorptie door een donkerkleurige verf nog een bijkomend probleem veroorzaken. De temperatuurstijging van de ondergrond kan hier immers leiden tot de verdamping van het in de wand aanwezige water en bijgevolg ook tot een drukverhoging onder de coating.

 

Invloedsparameters

De kleur van de verf – of meer specifiek de zonneabsorptiecoëfficiënt (AC) (1) ervan – is zonder twijfel de doorslaggevende factor. Deze coëfficiënt is voornamelijk afhankelijk van de kleur van de verf, maar kan ook variëren naargelang van de aan het product toegevoegde additieven en de gebruikte kleurstoffen. In de Franse DTU 59.1 uit 2013 staat vermeld dat enkel kleuren met een luminantiewaarde (Y) (2) van meer dan 35 % of met een zonneabsorptiecoëfficiënt van minder dan 0,7 toepasbaar zijn op elke ondergrond. Het gebruik van andere kleuren is daarentegen af te raden.

De aard van de ondergrond en zijn isolatie ten overstaan van de constructie spelen eveneens een rol. De temperatuurstijging van de verf zal des te groter zijn naarmate de ondergrond meer zonne-energie absorbeert. Zo zal de opwarming bij hout, kunststof en dunne staalplaten op een isolatiemateriaal meer uitgesproken zijn dan bij beton, baksteenmetselwerk en massieve staalconstructies.

 

Lees dit artikel verder op de website van het WTCB.