Doorzoek volledige site
19 juni 2015 | RIK NEVEN

Toch één Vlaams Bouwmeester onder hoede van minister-president

Vorige vrijdag heeft de Vlaamse regering de conceptnota Vernieuwd bouwmeesterschap goedgekeurd. De nota verschilt sterk van het oorspronkelijke Vlaamse regeerakkoord.  Er komt wel degelijk één Vlaams Bouwmeester. Hij zal wel geruggesteund worden door een expertengroep. De Bouwmeester zal niet ingekapseld worden bij Ruimtelijke Ordening, maar rechtstreeks onder de minister-president.

De voorgeschiedenis

Bijna een jaar geleden stond de Belgische architectuurwereld in rep en roer omwille van een passage in het regeerakkoord van de nieuwe Vlaamse regering. De regering Bourgeois was van plan de Bouwmeester te vervangen door een Bouwmeestercollege dat gekozen zou worden door het middenveld en dat zou ondergebracht worden bij het departement Ruimtelijke Ordening.

De inkanteling bij ruimtelijke ordening en de vervanging van één bouwmeester door een team van 5 experten, wordt door velen gelijkgesteld met de afschaffing. Er werd gevreesd dat de klok zou teruggedraaid worden en dat hetgeen werd opgebouwd inzake architecturale kwaliteit door 15 jaar bouwmeesterschap overboord gegooid zou worden.

Er kwam een golf van reacties op het regeerakkoord. (Al deze reacties vindt u terug in het dossier dat Architectura.be wijdde aan de (Vlaamse) Bouwmeester.)

De verontwaardigde reacties hebben hun doel niet gemist. De nota die gisteren goedgekeurd werd, verschilt toch sterk van het oorspronkelijke regeerakkoord.

Om de passage in het regeerakkoord bij te sturen heeft de Vlaamse regering eind 2014 een bevraging van stakeholders georganiseerd. Op deze rondetafelgesprekken waren onder meer diverse overheden, architectenorganisaties, projectontwikkelaars, studiebureaus en academici uitgenodigd. Deze studieronde werd in goede banen geleid door studiebureau Idea Consult dat ook enkele diepte-interviews afnam van een aantal betrokkenen. Op basis daarvan werd een nieuwe conceptnota uitgewerkt. Het is deze conceptnota die gisteren door de Vlaamse regering werd goedgekeurd.

 

Missie en opdracht van de Bouwmeester

Het bouwmeesterschap heeft uiteraard nog steeds als doel de architectuurkwaliteit te bevorderen door opdrachtgevers te begeleiden in hun keuze van de ontwerper en in begeleiding bij de conceptfase. Bij de verdere concretisering van deze opdracht wordt in de nota sterk de nadruk gelegd op dialoog en samenwerking. Niet alleen met opdrachtgevers, maar ook met de sector. ‘De rol van het bouwmeesterschap is begeleidend, ondersteunend en inspirerend. … Verbinden, dialoog en samenwerking zijn het handelsmerk van het bouwmeesterschap. De Bouwmeester moet bruggen bouwen tussen de verschillende beleidsdomeinen en zal daarin ook in dialoog moeten treden met het werkveld zelf."

Het is precies daar dat volgens velen de vorige Vlaamse Bouwmeester, Peter Swinnen,  te kort schoot. “Er dient een verschil gemaakt te worden tussen extern overleg, dat in het verleden wel degelijk heeft plaats gevonden (met NAV, G30, de Orde, het onderwijs,…) en de schijnbare wens als zou de Bouwmeester voor bepaalde karren - gerelateerd aan beroepsorganisaties - moeten kunnen gespannen worden. Wij durven hier te herhalen dat het mandaat van Vlaams Bouwmeester een onafhankelijk mandaat is. Met de beroepsorganisaties zijn er gesprekken geweest, en heb ik hen duidelijk trachten te maken dat het Team Vlaams Bouwmeester geen architectenkamer is. Dat is een gedachte die schijnbaar moeilijk doorgang vindt…”, schreef hij zelf in een recht van antwoord na een kritisch artikel op Architectura.be over de Vlaamse Bouwmeester in mei vorig jaar.

De nieuwe conceptnota verwacht alleszins meer dialoog en overleg tussen de Vlaamse Bouwmeester en het middenveld dan de laatste tijd het geval was.

Tijdens de vorige legislaturen was de Vlaamse Bouwmeester ook verantwoordelijk voor het thema Kunst in Opdracht. Dat zal niet langer tot zijn taken behoren. Deze bevoegdheid wordt overgedragen aan het departement Cultuur, Jeugd en Media.

 

Rechtstreeks onder politieke verantwoordelijkheid van de minister-president

De Vlaamse regering stapt helemaal af van haar intentie om de Bouwmeester onder te brengen onder het departement Ruimtelijke Ordening. De Vlaamse regering had blijkbaar oor naar de reacties van onder meer NAV dat de inkapseling in één domein geen goed idee was omdat het daardoor moeilijk is voor de Bouwmeester om op te treden als ‘bruggenbouwer’.

De nota meldt dat de Vlaams bouwmeester “adviseur van de hele Vlaamse regering” is en dat hij zijn diensten kan aanbieden aan alle leden van de Vlaamse regering, ongeacht wie hiervoor het initiatief neemt". Concreet positioneert het bouwmeesterschap zich voortaan binnen het Departement Kanselarij en Bestuur onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister-president.

Eigenaardig genoeg houdt de overheid toch de deur nog op een kier om eventueel in de toekomst wel het bouwmeesterschap in te kapselen onder Ruimtelijke Ordening: “”Na een evaluatie van het ambitieuze transitietraject van Ruimte Vlaanderen richting één beleidsdomein Omgeving, kan de volgende mandaatperiode eventueel anders worden beslist.”

 

Drie onderdelen: Vlaams Bouwmeester, expertengroep en het Team Vlaams Bouwmeester

Om uit de impasse te geraken aangaande de discussie over één bouwmeester versus een bouwmeestercollege, komt de Vlaamse regering op de proppen met een combinatie van de twee: één Vlaams Bouwmeester die voor het meerjarenplan ondersteund wordt door een vierkoppige expertengroep en voor de dagelijkse werking door het Team Vlaams Bouwmeester.

Als expert en bruggenbouwer draagt de Vlaamse Bouwmeester de eindverantwoordelijkheid voor de inhoudelijke werking. Bij het begin van zijn mandaat stelt hij een meerjarenplan op.

De expertengroep moet fungeren als kwaliteitskamer en klankbord en moet het inhoudelijk draagvlak van het bouwmeesterschap versterken. Deze groep zal bestaan uit vier personen en zal bestaan uit Vlaamse, nationale of internationale experts. Deze groep zal 2 tot 4 keer per jaar samenkomen, wat volgens NAV toch wat aan de lage kant is. De groep zal de Bouwmeester helpen met de uitwerking van het meerjarenprogramma en bij strategische visievorming. Ook wanneer de Bouwmeester in een situatie komt die deontologisch delicaat is, kan de expertengroep soelaas bieden.

Er wordt pas gezocht naar deze vier experts na aanstelling van de Bouwmeester. Het functieprofiel zal opgesteld worden in functie van zijn meerjarenprogramma.

Behalve de expertengroep is er ook het Team Vlaams Bouwmeester. Dat zal, zoals dat nu ook het geval is, de Bouwmeester helpen in zijn dagelijkse werking. De ambtenaren van het Team Vlaams Bouwmeester staan in voor de inhoudelijke advisering en de administratief-technische ondersteuning.

 

Integriteitskader en deontologie

Opvallend in de nota is dat er vijf deontologische principes benadrukt worden die “in het kader van de functie en de historiek extra aandacht vergen”: loyauteit, betrouwbaarheid, objectiviteit (o.m. het vermijden van de schijn van partijdigheid, het zorgvuldig beheer van overheidsmiddelen en het spreekrecht en de spreekplicht.

 

Op zoek naar een nieuwe Bouwmeester

Nu de toekomst van het bouwmeesterschap uitgetekend werd, kan de overheid op zoek naar een nieuwe bouwmeester. De vacature zal wellicht bekendgemaakt worden in september 2015. De aanstelling van de nieuwe Vlaamse Bouwmeester is voorzien voor januari 2016. Zijn mandaat zal lopen tot eind juni 2020. Het mandaat van de daaropvolgende Vlaamse Bouwmeester zal vanaf dan opnieuw 5 jaar duren.

Uit de voorlopige profielomschrijving blijkt ander maal dat de Vlaamse overheid inzet op dialoog, bruggenbouwen, inspireren en samenwerken: “Het vernieuwd bouwmeesterschap ziet de rol van de Vlaams Bouwmeester als begeleider, ondersteuner en bruggenbouwer. Er moet dus nadrukkelijk op zoek gegaan worden naar iemand die kan overleggen, samenwerken en mensen bij elkaar kan brengen. De Vlaamse Bouwmeester moet dan ook iemand zijn met uitstekende communicatieve vaardigheden, die goed kan luisteren, onderhandelen en overtuigen, een groep kan enthousiasmeren en meekrijgen en gerichte samenwerkingsverbanden kan aangaan.”