Doorzoek volledige site
31 augustus 2015 | JEROEN SCHREURS

Interview met Stéphane Vermeulen, deel 2: "Neuropsychiaters en architecten moeten sámen nieuwe gebouwen ontwerpen."

Stéphane Vermeulen, director healthcare bij VK Architects & Engineers
VK heeft zelf een zorgcampus ontworpen in Sint-Petersburg
De wedstrijdsimulatie voor een ondergrondse verdieping van het UZ Leuven
Vermeulen: "In onze wedstrijdsimulatie creëerden we voor de hoogtechnologische dienst een niet-institutionele balie met ruime wachtzones rond een dubbelhoge patio."

Technologische vooruitgang zal een grote invloed hebben op hoe we met zorggebouwen moeten omgaan. En wetenschappelijk onderzoek bewijst steeds meer dat je omgeving een belangrijke invloed heeft op je brein. Daarom gelooft Stéphane Vermeulen  - VK Architects & Engineers - ten stelligste in zorgtechnologie.

Lees hier opnieuw het eerste deel van het gesprek met Stéphane Vermeulen

 

Op niveau van het ziekenhuis zelf, wat ziet u daar als evoluties?

Vermeulen: “Het Nederlandse ‘layermodel’ biedt in functie van de evoluties in de zorgtechnologie volgens mij de meeste mogelijkheden. Het ‘layermodel’ splitst het gebouw als het ware in vier grote delen op : Hotel, Hot Floor, Fabriek en Kantoor. Een derde van de oppervlakte gaat meestal naar het Hotel, het verblijfsgedeelte. Daarbij komt dan het medisch-technisch blok, de zogenaamde ‘Hot Floor’, waar alle kritische diensten, van spoedopname over intensive care tot OK’s, zijn geïnstalleerd. Die diensten evolueren het snelst, dus kan je die niet in een zwaar, monolithisch gebouw plaatsen. Dat moet in een zeer evolutieve, hoog-technische omgeving. Daarnaast komen dan de supportfuncties zoals een sterilisatieafdeling of een labo. Die kunnen samen in een soort logistiek gebouw, de ‘Fabriek’. Als vierde pijler heeft zo’n ziekenhuis ook een poliklinische afdeling waar je mensen echt in een aangename setting kan ontvangen met een warm onthaal, consultatieruimtes en lokalen voor lichte behandelingen. Dat gebouw, ‘het Kantoor’, kunnen we dan heel standaard ontwerpen.

“Die vierdeling hebben we toegepast in onze nieuwbouw in Charleroi, het grootste ziekenhuisproject van Wallonië. Het hotelgedeelte splitsten we wel nog verder op voor drie groepen: de dagpatiënten, de mensen die binnen de week kunnen vertrekken en mensen die een maand of langer blijven. De aanpak voor die drie groepen verschilt erg. Die dagpatiënt heeft bijvoorbeeld eerder een loungesetting nodig dan een echte kamer. Voor patiënten die langer verblijven zoals bijvoorbeeld oncologie, geriatrie of psychiatrie heb je dan weer aangepaste leefruimten nodig. Als je het herstelproces wil bespoedigen moet je die kamers ook zo aangenaam mogelijk maken: ruimer en met meer privacy en comfort, zodat de patiënt zich die ruimte eigen kan maken en zelfredzaam kan zijn. Zeker voor revalidatiepatiënten is dat nodig, dat herstelproces duurt immers weken. Mentaal ben je wel in orde, maar fysiek heb je iets voor of ben je bedlegerig. Dan is het belangrijk om juist die patiënt te stimuleren. Het is aan ons als architect, in nauwe samenwerking met de eindgebruikers, om daarvoor de optimale setting te voorzien.”

“Dat ‘layermodel’ moeten we koppelen aan een campusmodel. Dat model laat toe om tal van zorggerelateerde faciliteiten met elkaar te verbinden, gecentreerd rond een ‘zorgboulevard’. Zo’n opbouw creëert flexibiliteit voor de toekomst. De Scandinavische landen lopen daar – alweer – in voorop, maar VK heeft zelf ook zo’n campus ontworpen in Sint-Petersburg. (zie afbeelding, n.v.d.r.) Die zorgcampus combineert naast alle zorgfaciliteiten, zoals een zorghotel, ook onderwijs, studentenverblijven, sportinfrastructuur, research en een congrescentrum als landmark building. Het geheel is perfect geïntegreerd in het groen en de onmiddellijke stedelijke omgeving en is aangesloten op alle vormen van mobiliteit. Dat is het model waar we naar moeten evolueren.”

 

Hoe overtuig je een bouwheer van die ideeën?

 

Lees het vervolg van dit artikel op Careflash.be