Doorzoek volledige site
13 oktober 2015 | TIM JANSSENS

Sociaal wooncomplex met passieve appartementen in Vorst

Het sociaal huisvestingscomplex voor het Brusselse Woningfonds wordt gerealiseerd op een vrij smal, hellend terrein langs een spoorweg.
De toegangen tot de appartementen en de trapkernen bevinden zich aan de buitenkant, afgeschermd met groen, beplating en een glazen luifeltje bovenaan het gebouw.
Het gevelgroen geeft een mooi esthetisch effect, zeker in combinatie met de witte façades in crepi.

In de Deltastraat in Vorst is de realisatie van een groot sociaal huisvestingsproject voor het Brusselse Woningfonds van start gegaan. Kumpen bouwt er zes appartementsblokken met 62 passieve wooneenheden, ontworpen door Atelier 55 in het kader van een Design & Build-opdracht. Eind 2016 wordt het geheel opgeleverd.

De realisatie van dit markante wooncomplex in Vorst kadert in het actieplan Brussel Passief 2015, dat stipuleert dat elke nieuwbouw op Brussels grondgebied voortaan moet voldoen aan de passiefnormen. Het project werd voorafgegaan door een ontwerpwedstrijd. Kumpen nam een architect (Atelier 55), een landschapsarchitect (Atelier Eole Paysagistes) en twee studiebureaus (Crea-Tec en Setesco) onder de arm en schreef in op basis van een prestatiebestek. “We kregen drie maanden de tijd om een ontwerpdossier en een projectpresentatie uit te werken”, vertellen Eddy Bruninx (hoofd calculatie bouw) en Liese Van Dyck (projectleider bouwteam). “We kenden de site omdat we daarlangs ook al het Bervoets-project hadden gerealiseerd. Het Woningfonds wilde op die locatie minimum 53 passieve wooneenheden, waarvan een derde bestemd is voor verkoop en twee derde voor verhuur. We zullen er uiteindelijk 62 kunnen realiseren, stuk voor stuk tweegevelappartementen met een, twee of drie/vier slaapkamers. Van elk type zijn er op het gelijkvloers minstens twee wooneenheden voorzien die op alle vlak toegankelijk zijn voor mindervaliden.”

 

Smalle, hellende site

Het complex wordt gerealiseerd op een vrij smal, hellend terrein langs een spoorweg. “We leggen de ondergrondse parking (capaciteit: veertig wagens) niet trapsgewijs aan, maar in één niveau (meehellend met het terrein). Zo hebben we onder meer op het vlak van grondwerk toch wat kunnen winnen”, leggen Bruninx en Van Dyck uit. “Aangezien het om een hellend terrein gaat, zit je er met een voorname grondwaterstroom. Bij regenweer verzamelde al het water zich op het laagst gelegen deel van het gebied, wat in het verleden voor de buurtbewoners toch wel wat problemen heeft opgeleverd. Er is een bijkomende studie opgemaakt om te controleren of de bouw van de appartementen voor het Woningfonds niet tot extra overlast zou leiden. We hebben aan de voorkant dan ook een drainage moeten voorzien. Een andere randvoorwaarde is het vrijhouden van de toegangsweg naar een nabijgelegen dansschool, wat maakt dat onze werkruimte aan de achterkant zeer beperkt is.”

 

Klassiek maar stijlvol

De constructie van de gebouwen zelf is klassiek: paalfundering, betonkelder, kalkzandsteen en vloerplaten predallen. Het koop- en het huurgedeelte zijn duidelijk van elkaar afgescheiden, zodat er geen interferentie mogelijk is tussen de verschillende gebruikers. De toegangen tot de appartementen en de trapkernen bevinden zich aan de buitenkant, afgeschermd met groen, beplating en een glazen luifeltje bovenaan het gebouw. “In de eerste plaats is dit zo uit energetische overwegingen – uiteraard is het een stuk makkelijker om de passiefnorm te halen als de voornaamste circulatieruimtes zich buiten het beschermde volume bevinden. Maar het geeft ook een mooi esthetisch effect, zeker in combinatie met de witte façades in crepi”, aldus Bruninx en Van Dyck.

 

Bouwknopen

Dikke pakken isolatie en een luchtdichte afwerking zorgen ervoor dat de warmteverliezen beperkt blijven, en voorts is ook het plafond van de kelder geïsoleerd. Thermische zonnepanelen op het dak staan in voor de opwarming van het sanitair water. “Het passieve karakter van het gebouw maakt de correcte realisatie van de verschillende bouwknopen er niet eenvoudiger op”, vertelt Pol Saucez (werfdirecteur bouw). “Om de volumes in te kunnen passen op het smalle perceel zonder in te boeten aan ruimtelijke kwaliteit, zijn ze samengesteld uit verschillende vormen en bevatten ze hier en daar de nodige uitkragingen. Aan ons om de vele details correct uit te werken. Eind 2016 zullen de werken klaar zijn.”