Doorzoek volledige site
16 oktober 2015 | FILIP CANFYN

Steen&Been (column Filip Canfyn): De schoenmaker en de leest

Maison Martin Margiela, S/S 1996. Illustratie | MoMu/ Frédéric Uyttenhove
Filip Canfyn Illustratie | Filip Canfyn
Jurgi Persoons, S/S 1997, heel-only shoe in wood and patent leather. Illustratie | Photo: MoMu/ Frédéric Uyttenhove, Graphical Design: Jelle Jespers

Huiscolumnist Filip Canfyn bezocht onlangs de expo ‘Footprint – The tracks of shoes in fashion’ in het Antwerpse Modemuseum. Daarbij zag Canfyn heel wat parallellen tussen het beroep van schoenmaker en het metier van architect, gaande van vakmanschap en functionaliteit tot een oervorm en het zoeken naar optimalisaties. 

Een zondag met mijn geliefde in zonnig Antwerpen, een zwaar hoofd na een dito nacht in Fort 4 te Mortsel, vooruitzichten op gegrilde vis bij de Portugees aan de Konijnenpijp en de aperitief verstandig vervangen door een bezoek aan ‘Footprint – The tracks of shoes in fashion’ (nog tot 14 februari 2016) in het Modemuseum, die rijprijke ruimte van Marie-José Van Hee. Wat kan een mens nog verlangen?

De tentoonstelling trekt zonder meer van leer en is zonder twijfel een absolute aanrader wegens mooi van vorm en boeiend van inhoud. Onschoorvoetend wordt hetzelfde niveau als de recente expo’s rond Walter Van Beirendonck en Dries Van Noten gehaald. Beide ontwerpers figureren trouwens opnieuw naast heel wat anderen op dit overzicht van de baanbrekende designerschoenen uit de 20ste en 21ste eeuw, die uit grote musea en vooral uit een immense verzameling van twee schoengekken alias artistieke fetisjisten bijeen gehaald werden. Van Vivienne Westwood tot Salvatore Ferragamo, van Christian Louboutin tot Jean-Paul Gaultier, de beste voetjes worden voorgezet. Sponsor Adidas stoort in de huidige van-schoen-naar-sloef-periode niet echt maar krijgt gewoon drie strepen voor.

Verwonderd schuifelend van vitrine tot vitrine kan ik de gedachte niet ontwijken dat schoenen ontwerpen veel gemeen heeft met architectuur ontwerpen. Ik zie vier gelijkenissen.

Primo, beide ontwerptakken hebben veel te maken met vakmanschap en stielkennis, verwerken materie tot objecten, tonen wel eens zin in een glamourkantje en werken in hun overtreffende trap vooral voor klanten, die zich die design kùnnen veroorloven.

Secundo, beide ontwerptakken zouden eigenlijk tot in het uiterste moeten rekening houden met functionaliteit, comfort, gebruiksgemak, gezondheid. Een schoen moet goed zitten en een tijdje meegaan, architectuur ook. Wie het schoentje past kan het aantrekken maar ook architectuur mag niet knellen.

Tertio, beide ontwerptakken moeten vertrekken van een oervorm, die in de geschiedenis zijn nut en relevantie al duidelijk bewezen heeft. De leest, de mal, die de contouren van de menselijke voet, van enkel over hiel tot tenen, in het oog moet houden, levert een omhulling op, die kan vergeleken worden met de basiscomponenten van architectuur, gemakshalve te definiëren als vier wanden, de gevels dus, een waterdicht deksel, het dak dus, en binnenin de ruimte, waarin de mens niet alleen zijn voet maar zijn hele lichaam met behagen wil insteken. Alle variaties op dit thema vormen schoenen en architectuur en wijken in principe niet veel af van de premissen van de oervorm.

Vier, beide ontwerptakken hebben het al eens moeilijk met de derde gelijkenis en vermeien zich gaarne met het zoeken naar wat optimalisaties genoemd worden, die soms ontaarden in gekke, niet altijd nuttige experimenten. De tentoonstelling toont met modellen en filmpjes een aantal beenbrekende exemplaren, die met de notie ‘stabiliteit’ letterlijk een loopje nemen. Martin Margiela heeft zo geprobeerd de tweehoevige schoen te lanceren, een schoen met de helft van de tenen links in een eerste schoentop en de andere helft rechts in een tweede schoentop, met een split gescheiden van elkaar (alsof we niet vijf tenen zouden hebben …). Het model is niet echt van de grond gekomen. Analoge voorbeelden uit de architectuur citeren laat ik over aan de lezer om niemand te beledigen noch teveel eer te geven.

Neen, het was een zalige zondagmorgen, het Modemuseum ten voeten uit. En de gegrilde vis moest nog komen.