Doorzoek volledige site
04 november 2015 | JEROEN SCHREURS

Warmtepompen: klaar voor het grote publiek?

Illustratie | © Installatie & Bouw

Onlangs kwamen warmtepompen negatief in het nieuws: de aangekondigde verhoging van de elektriciteitsprijzen zou warmtepompeigenaars een flinke duit kosten. Tegenover andere hernieuwbare energiebronnen zijn warmtepompen ook minder populair. Toch zijn er veel interessante en positieve ontwikkelingen voor de sector.

De warmtepompmarkt in België groeit, al is het een lichte stijging. De investeringskost houdt immers nog heel wat consumenten tegen. Dat is ook goed te zien aan de cijfers die het Vlaams Energieagentschap in mei publiceerde over de EPB-aanvragen sinds 2006. De laatste jaren daalt het aandeel van warmtepompen als hernieuwbare energiebron, ten nadele van fotovoltaïsche panelen of een zonneboiler. Tegelijk steeg het aantal startaanvragen dat inzet op hernieuwbare energie van iets meer dan 6 procent in 2006 tot 17,5 procent in 2013. Hoewel het aandeel hernieuwbare energie per woning dus duidelijk in de lift zit, ligt die stijging vooral op het vlak van zonne-energie. Een van de oorzaken zal liggen in de sterke daling van de prijs van zonnepanelen de laatste jaren.

 

Meer hernieuwbaar in 2014

De cijfers van 2014 zien er anders uit. Voor bouwaanvragen vanaf 2014 moeten nieuwbouwwoningen immers zelf een minimale hoeveelheid hernieuwbare energie produceren. Dat kan met een zonneboiler, zonnepanelen, een warmtepomp, een verwarmingssysteem op biomassa, een aansluiting op een stadsverwarmingsnet, door te participeren in een project voor hernieuwbare energie of een combinatie van meerdere systemen. Bij nieuwbouwprojecten zonder één van de vorige opties, of waarbij de toegepaste optie niet voldoet aan de kwaliteitsvoorwaarden, wordt het E-peil met 10 procent aangescherpt. Een nieuwe wooneenheid moet dan aan E54 voldoen, in plaats van aan E60.

De startverklaringen uit 2014 geven aan dat bijna twee derde kiest voor hernieuwbare energie, een stijging van ongeveer 40 procent. Van die groep kiest ongeveer 35 procent voor fotovoltaïsche zonnepanelen, 25 procent voor een zonneboiler, en 17 procent voor een warmtepomp. De markt van hernieuwbare energie krijgt dus een boost door de strengere energieregelgeving, maar het zijn warmtepompen die er het minst van profiteren. De reden blijft natuurlijk de investeringskost en die lijkt de komende jaren ook niet echt te dalen. Danny Dierckens van CTC: “De markt groeit immers niet exponentieel, dus ik zie geen reden waarom de prijzen snel zouden dalen. Ik hoop zelf natuurlijk van wel, dat maakt warmtepompen aantrekkelijker. Maar ik zou er niet op wachten.”

Jef Schelkens van CoolingWays ziet nog een andere reden: “Ook de investeringspremie is erg beperkt. Die moet zeker worden aangepast om warmtepompen aantrekkelijker te maken. De voorwaarden voor zulke premies liggen erg hoog en zijn strenger dan de voorwaarden in onze buurlanden. Een andere stimulans voor warmtepompen kan liggen in het EPB-verhaal. Daar zouden de beslissingsnemers meer moeten openstaan voor innovatieve technieken, zoals gaswarmtepompen. Daar bestaan al Europese normen voor, maar toch moet je daar in een EPB-certificaat nog omwegen voor gebruiken. Zeker met de stijgende elektriciteitsprijzen is zo’n gaswarmtepomp een valabel alternatief.”

 

Koelmiddelen en monoblocs

Op de warmtepompmarkt zelf beweegt er ook wat, al is dat niet echt op het vlak van het type warmtepomp. De lucht-waterwarmtepomp blijft populair als gevolg van de lagere investeringskost en de makkelijkere plaatsing ten opzichte van geothermische warmtepompen. Wat wel evolueert, is het percentage monobloc warmtepompen tegenover de split-tegenhanger. Dierckens: “Dat komt omdat fabrikanten die vaak met splits bezig zijn nu ook meer inzetten op monoblocs. Dat is veel gemakkelijker voor de installateur en betekent meer bedrijfszekerheid van het toestel. Niets tegen splittoestellen, maar als er lucht of vocht in de installatie zit, zal ze niet goed werken. Dat heb je als fabrikant niet in de hand.”

Volgens Dierckens is er ook beweging op het vlak van de koelmiddelen naar meer ecologische alternatieven. Hij schuift ammoniak, CO₂ en propaan naar voor, al hebben ze allen hun voor- en nadelen. “Ammoniak is giftig, CO₂ staat onder hoge druk en propaan is brandbaar. Maar al heel wat koelkasten draaien op propaan, dus lijkt dat koelmiddel vandaag het meest logische alternatief voor de toekomst. Die evolutie werkt natuurlijk ook de ontwikkeling naar monoblocs in de hand. Voor zulke koelmiddelen is dat immers veiliger.” Schelkens voegt daar nog de evolutie van warmtepompen voor hoge temperatuursystemen aan toe. “De renovatiemarkt zal de komende jaren groeien tegenover de nieuwbouwmarkt. Voor zulke projecten moeten warmtepompen hogere temperaturen kunnen leveren om ze aan te sluiten op bestaande installaties.”

Dit artikel verscheen eerder in Installatie en Bouw

GERELATEERDE DOSSIERS