Doorzoek volledige site
05 november 2015 | FILIP CANFYN

Steen&Been (column Filip Canfyn): Konijn of stoofvlees, Porto of Lisboa?

Filip Canfyn. Illustratie | Filip Canfyn
Souto de Moura. Illustratie | Bozar
Manuel Aires Mateus.

Onlangs deden twee notoire Portugese architecten ons land aan: Eduardo Souto de Moura en Manuel Aires Mateus. Huiscolumnist Filip Canfyn wist voor beide lezingen een zitje te bemachtigen en was getuige van bijzonder boeiende voordrachten. Een verslag over architectuur, leeftijd en wijsheid. En konijn en stoofvlees. 

"Twee lezingen in pakweg 24 uur. Twee lezingen van architecten. Twee lezingen van notoire Portugese architecten. Uit Porto en Lisboa. Wie biedt meer?

Wachten op grootmeester Eduardo Souto de Moura in de statige Bozar zou iets sacraals moeten hebben maar heeft die dinsdag veel weg van een rockconcert in de AB of van een Tomorrowland voor architectuur. Het gonst al vroeg in de inkomhal en oude monumenten van de ontwerpwereld moeten zich wriemelen tussen hopen studenten en andere jongelui, die, onder het toeziend oog van Horta, vol gretigheid en goesting uitkijken naar wat komen gaat. Volle bak in da house!

In mijn loge zit André Campos, de fetisjmedewerker van Souto, naast een pas afgestudeerde architect, die zelfs nog geen stageplaats op de kop heeft kunnen tikken. Beiden glunderen als de vedette-tegen-wil-en-dank in alle bescheidenheid maar ook wijsheid op het podium achter een tafeltje kruipt en op een bijna fluistertoon zijn zangerig Frans in de tot de nok gevulde zaal vernevelt. Hij ademt nog zwaarwichtiger sinds hij drie jaar geleden van dag op dag met zijn kettingroken brak.

Ik kan schitterende quotes rapen. Klassieke citaten als “Ik heb altijd schrik gehad van ramen, schrik van de relatie tussen binnen en buiten, tussen hoogte en diepte. Ramen worden immers belachelijk als de muur geen dikte heeft. Of je moet niet-vensters maken, zonder dikte, zoals Corbu en Mies.” Hij scoort tevens nieuwe punten. “In Portugal komt avantgarde altijd wat later, ook in de jaren nà het fascisme. Misschien net daarom.” “In oude monumenten moet je als architect niet luid maar stilletjes spreken en vooral anoniem blijven.” “Erfgoed is als ecologie: alles kost het dubbele.” “De architect Mies liegt in zijn eigen woning. Transparantie? Luxaflexen voor zijn ramen! Barcelona Chair? Zo’n dikke vette Engelse doorzakzetel!” “Sinds mijn voetbalstadion in Braga ben ik gewoon om in rotsen te kappen. Een waterkrachtcentrale wegwerken in een helling kan er dus nog bij.” “Wanneer blijft beton stabiliteit en wanneer wordt beton architectuur?” “In een land, waar velen geen werk hebben, moet jouw architectuur werk geven aan zo veel mogelijk mensen.

Grootmeesters hebben ook hun kleine kantjes. Souto doet alsof hij niet meer weet wie de begraafplaats van Kortrijk ontworpen heeft en hij vergeet wie zijn trouwe partners waren in het crematoriumverhaal ernaast. Weinigen liggen er wakker van en iedereen blijft uit zijn hand eten tot hij vindt dat het tijd is.

Later, op het uur van de ultieme treinen, zie ik een jongedame, wellicht een architecte, op de brede trappen van Brussel-Centraal het brochuurtje van die avond lezen. Zij krijgt blijkbaar niet genoeg van het hemelse duo Horta-Souto, dat nagloeit als een open haard.

 

De volgende avond krijgen Aires Mateus vierhonderd stoeltjes vol in de Budafabriek in Kortrijk. Aanwezige broer Manuel is lief, beminnelijk, charmant. En hij lust die woensdag ons stoofvlees terwijl Eduardo jaren geleden liever ging voor konijn met pruimen. Het zal wellicht de leeftijd zijn. Of het verschil tussen Lisboa en Porto.

Het weeral jonge publiek aanhoort in stilte het gedreven verhaal van een vastberaden ontwerper. De broers Aires Mateus staan voor een objectarchitectuur van uitzonderlijke klasse maar het blijft objectarchitectuur. Wat gebouwd wordt trekt zich van de wereld rondom eigenlijk weinig aan en opent zich alleen om een buitengewoon uitzicht van binnen naar buiten op de omgeving te stelen.  Voor zichzelf. Van een versleten pand de buitenmuren laten staan en los van die gevels binnenin een spierwitte villa plaatsen, inclusief dakzwembad en een rivierpanorama, het oogt geestig maar het zegt ook veel over Aires Mateus. Mij zegt het alvast weinig. Dit en andere projecten neigen te veel naar een formalisme vanuit een introvert mentaal concept, dat goed bekt maar weinig stoofvlees aan de ribben heeft hangen. Architectuur voor architecten dus.

Ik heb deze zomer hun immense barcodegebouw van licht en schaduw aan de Taag gezien. Ik heb die gestreepte kolos op een onbewaakt moment Speerarchitectuur genoemd. De sublieme foto’s, die Manuel tijdens de lezing showt, bevestigen mijn oordeel maar tonen ook aan waarom architectuurfoto’s architectuurfoto’s zijn. En waarom maniëristische architectuur zo dankbaar is voor zulke fotografie.

De broers komen zo te zien niét uit een arm land. Niet verwonderlijk als je enkel vergezichten nastreeft. Manuel vertelt dat hij continu blijft ontwerpen aan een project omdat het voortschrijdend inzicht maar komt tijdens het bouwen zelf. Ja, een project moet volgens hem tijdens het bouwen al verbouwd kunnen  worden want bouwproblemen mogen geen beperkingen zijn maar moeten opportuniteiten worden … Hopelijk beseft Doornik dit wanneer onze vrienden uit Lisboa er binnenkort de architectuurfaculteit zullen maken. Dit ontwerp met een klein budget, volgens Manuel toch, kan ik wél pruimen (daar is Souto weer) omdat het een klein budget heeft, grijs in plaats van wit kleurt en een vorm krijgt “die op zichzelf zinloos is maar relevant wordt als vorm, die andere ruimten vormgeeft”.

Tot dan doet Manuel niet veel rake dingen noteren. Hij babbelt en blijft vooral innemend. Enkel op het einde verhoogt hij zijn niveau en formuleert hij zelfs een volzin om over na te denken: “Architectuur moét materialiteit hebben om haar functie te kunnen vervullen. En die functie is nog altijd de limieten van de ruimte aanduiden.” Hier spreekt een fijn mens maar vooral een hoopvolle Pritzkerkandidaat, wachtend op een jury, die de prijs eens wil geven aan Portugese architecten, die niet uit Porto komen en die niet Siza noch Souto heten.

Als de deuren weer opengaan wordt iedereen snel wakker door de nu voluit bonkende deejayklanken voor een netwerkfeestje een verdieping lager. Het verhaal van de architect verdampt bijna onmiddellijk, niemand gaat mijmerend op de trap zitten en ondanks dat pientere pleidooi pro domo rest alleen nog de relativiteit van de vluchtigheid.

Wijsheid hoort bij leeftijd zoals konijn bij pruimen."