Doorzoek volledige site
13 november 2015

Orde van Architecten - Vlaamse Raad reageert op bericht BVA over permanente vormingen

Illustratie | theodysseyonline.com

"Met verbazing lazen we Permanente vorming voor architecten - enkele bedenkingen," reageert de Orde op het artikel dat BVA de wereld instuurde. "Bepaalde bedenkingen zijn heel terecht en geven stof tot nadenken. We vinden het wel een spijtige zaak dat de bedenkingen heel kritisch zijn van aard en dat we ze via een nieuwbrief en website moeten vernemen in plaats van op het door de Vlaamse Raad van de Orde opgerichte overlegplatform (Vlaams Permanent Overleg), waarvan ook de BVA deel uitmaakt."

"Met verbazing lazen we het artikel 'Permanente vorming voor architecten - enkele bedenkingen'. Als beroepsvereniging is de BVA natuurlijk vrij om bedenkingen rondom dit thema te formuleren - bepaalde bedenkingen zijn heel terecht en geven stof tot nadenken. We vinden het wel een spijtige zaak dat de bedenkingen heel kritisch zijn van aard en dat we ze via een nieuwbrief en website moeten vernemen in plaats van op het door de Vlaamse Raad van de Orde opgerichte overlegplatform (Vlaams Permanent Overleg), waarvan ook de BVA deel uitmaakt.

Laten we beginnen met een positieve noot. We zijn verheugd van het feit dat de BVA vermeldt dat geen enkele architect betwist dat vorming een noodzaak is en dat de opname van permanente vorming in de plichtenleer van architecten wellicht zal leiden tot een professionalisering van de cursussen en een verruiming van het aanbod. 
Een gegeven dat we hier toch wel willen benadrukken. 

Bij de toekenning van de punten wordt inderdaad in de eerste plaats gekeken naar het aantal gevolgde uren. 
Deze manier van werken werd besproken in de diverse overlegrondes en van meet af aan gesteund door alle betrokken partijen. Cursussen meer gaan wegen en accrediteren op basis van de inhoudelijke kwaliteiten klinkt mooi in theorie. 
In de praktijk is het echter enorm tijdrovend en heel moeilijk werkbaar wegens het ontbreken van duidelijke benchmarks. Stellen dat alternatieve vormen van kennisvergaring daarom uit de boot dreigen te vallen, vinden we een brug te ver. 

Zoals besproken op het VPO van 29 september is het de bevoegde commissie die met de nodige zin voor ethiek en kennis van zaken zal beoordelen welke activiteiten in acht kunnen genomen worden als zijnde permanente vorming. 
Dat deze erkenningscommissie, zeker in de opstartfase, ruimdenkend moet zijn in het toekennen van accreditaties zoals de BVA vraagt, spreekt volgens ons voor zich. Net zoals we ervan uitgaan dat de leden van het architectenkorps voor zichzelf wel genoeg weten welke cursussen voor hen het meest geschikt zijn om te volgen. Zelf biedt de Orde geen vormingen aan, in die zin is het onpartijdig. Het is dus aan de diverse organisaties, waaronder ook de beroepsverenigingen zelf, om te zorgen voor een divers en ruim aanbod waarbij het culturele aspect niet uit het oog wordt verloren. 

Een controle op de kennisoverdracht zelf, zoals de BVA oppert, kan ons inziens enkel door het organiseren van tests en examens, waarmee we terugkeren naar de schoolbanken en dat is niet wat wij wensen, precies omdat wij geloven in een voldoende integriteit van onze leden. Constructieve voorstellen om de huidige vorm van controle anders aan te pakken zijn dan ook van harte welkom. 

Met de permanente vorming heeft de orde iets in het leven geroepen wat voorheen nog niet bestond, namelijk een webapplicatie die elke architect een duidelijk overzicht geeft van vormingsactiviteiten. Daarnaast creëren we een platform waarop men oproepen kan lanceren die dan weer zichtbaar zijn voor de aanbieders. Verder zal aan de leden de mogelijkheid geboden worden de gevolgde vormingen achteraf te evalueren. 

Zoals het artikel ook aangeeft bevindt de permanente vorming zich momenteel nog steeds in een proeffase waarbij nog regelmatige evaluaties met de verschillende steekhouders worden voorzien. We roepen de BVA dan ook op om haar grieven en constructieve voorstellen zoveel mogelijk bespreekbaar te maken. 

We zijn er zeker van dat we onze vruchtbare samenwerking ook in de toekomst verder kunnen zetten."