Doorzoek volledige site
27 januari 2016 | ARCHITECTURA.BE

a2o-architecten: BIM in samenwerkingsverband

Bij het project Politiekantoor Borgloon heeft het ontwerp- en bouwteam a2o-Kumpen de kans gegrepen om de openBIM-methode uit te testen. Illustratie | a2o
Tot 2014 paste a2o BIM-level 1 of ‘little BIM’ toe. Nadien schakelde het via een testproject over op BIM-level 2 of ‘Big BIM’. Illustratie | a2o
Reference model approach in Open BIM (by courtesy of Leon van Berlo, TNO). Illustratie | Building Smart
Het belang van Open BIM voor de aannemer schuilde gedeeltelijk in de flexibiliteit waarmee de software van de partners in het project kon worden geïntegreerd. Illustratie | AECbytes
Technieken en stabiliteit van het project in Archicad. Illustratie | a2o
Visualisatie van de technieken netwerken met BIMx. Illustratie | a2o
Samenwerking tussen specialismes via BIMcollab Illustratie | a2o

Op 19 november laatstleden organiseerde Kubus in het Mechelse Technopolis een studienamiddag die volledig in het teken stond van openBIM. De aanwezigen konden de methodiek ontdekken via de presentatie van een case, met name het Politiekantoor van Borgloon, dat met vereende krachten gerealiseerd werd door a2o-architecten en aannemer Kumpen uit Hasselt. Een ideale gelegenheid om te leren van echte ervaringsdeskundigen, die met tal van nuttige tips en waardevolle resultaten voor de dag kwamen. 

a2o en BIM

a2o bestaat sinds 2000 en vestigde zich in 2008 in een oude molen langs het Albertkanaal in Hasselt. Ze hebben het gebouw gerenoveerd en getransformeerd tot bedrijvencentrum de Silo, dat ze vandaag delen met een twintigtal andere creatieve ondernemingen. Michel Janssens, architect en BIM-manager bij a2o: "De implementatie van de BIM-methodiek begon bij ons met Archicad in 2010, ter gelegenheid van een project voor de lokale en federale politie van Hasselt, waarvoor alle aanbestedingsplannen opgemaakt zijn op basis van een 3D-model. Tot 2014 pasten we BIM-level 1 of ‘little BIM’ toe, wat inhoudt dat de modellering zich beperkte tot interne ontwerpactiviteiten, zonder interactie met andere betrokken partijen. Van 2014 tot 2016 schakelden we via een testproject over op BIM-level 2 of ‘Big BIM’. Hierbij gaat het om een nauwe samenwerking tussen de verschillende partijen en disciplines via IFC-modellen, gezamenlijke instrumenten en onderlinge communicatie van BCF-bestanden via BIMcollab. Deze gang van zaken is gebaseerd op de principes van openBIM, dat ontwikkeld is door het internationale consortium Building Smart – een verzameling van voornamelijk softwarefabrikanten in de AEC-industrie, universiteiten en publieke instanties opgericht om de communicatie tussen bouwpartijen te stroomlijnen."

 

Methode en instrumenten van openBIM

De openBIM-methode is gebaseerd op de uitwisseling van open bestandsformaten waaronder IFC-bestanden. Ze houdt de uitwisseling in van intelligente gebouwinformatie op een transparante en consistente manier tussen verschillende softwarepaketten. OpenBIM wil zo een universele, geïntegreerde ontwerp- en communicatiemethode zijn die ervoor zorgt dat de verschillende partners alle belangrijke informatie over een project van ontwerp tot uitvoering beheren en verder ontwikkelen in een 3D-model. Elke partij werkt voor zijn discipline het model uit en kan het model van andere specialismes gebruiken als basis voor referentiegebruik. Op die manier is het onderscheid tussen de verschillende bevoegdheden makkelijk te maken.

Een IPDP-protocol of BIM-protocol is essentieel om de afspraken tussen de verschillende partijen vast te leggen. Zo moeten de bevoegdheden met betrekking tot de ontwikkeling van het model er bijvoorbeeld gedetailleerd in beschreven worden. Naarmate het project vordert, moet je eveneens verzekerd kunnen zijn van de verdere ontwikkeling van het model en de melding van eventuele problemen tussen disciplines met behulp van geschikte instrumenten. Je kan de coördinatie tussen de verschillende modellen grondig nagaan met applicaties zoals Solibri Model Checker of Navisworks. Het delen van de benodigde gegevens en het melden van de bestaande problemen bij de uitwerking van het model kunnen gebeuren in de BCF-manager van BIMcollab. Meer informatie omtrent een efficiënte samenwerking met BIM kan je vinden op de websites nationaalbimhandboek.nl, bouwinformatieraad.nl en vcb.be/bim.

 

Politiekantoor van Borgloon als praktijkervaring

Janssens: "Als adviseur van de bouwheer weerhield Grontmij het ontwerp- en bouwteam vanwege het vermogen om een BIM-proces tot stand te brengen. Dit was nochtans niet opgelegd in de wedstrijdvraag of in het vervolgtraject. Het team heeft zich er uit eigen overtuiging voor geëngageerd. Het project vormde dus een ideale gelegenheid om het idee van verregaande interdisciplinaire samenwerking uit te testen in de praktijk. De doelen en de verplichtingen van de verschillende partijen moesten worden vastgelegd in het BIM-protocol, dat geïntegreerd werd in het contract tussen de ontwerpers en de aannemer. De voornaamste betrachting was een betere communicatie in de ontwerpfase om fragmentatie of verlies van gegevens te verhinderen en te kunnen werken in een klimaat van helderheid en transparantie, zodat eventuele interne en externe conflicten zeer vroeg konden worden opgespoord. De beoogde implicaties waren gericht op een grotere coherentie bij het opstellen van de plannen, met onder meer tijdswinst op de werf, een reductie van de kosten die voortkomen uit fouten en het vermijden van overlappingen of dubbel werk als logisch gevolg – los van het exemplarisch karakter van de benadering en de kennis en ervaring die het hele team opdoet."

Kumpen heeft de kans gegrepen om de openBIM-methode uit te testen in dit project. Het protocol is ook voor de aannemer een belangrijk aspect van het proces. Hij verbindt zich er onder meer toe om – vertrekkende van het model – de werfvoorbereiding, de 4D-planning, de aankoop van materialen, de kostenanalyse, de controle van het model en de communicatie met zijn onderaannemers in goede banen te leiden. Het belang van openBIM schuilde gedeeltelijk in de flexibiliteit waarmee de software van de partners in het project kon worden geïntegreerd. De transparantie en de kwaliteit van het proces zijn eveneens belangrijke factoren, net als de duurzaamheid van het XML-formaat voor de bewaring van de gegevens. Desalniettemin zijn er een periodieke communicatiestructuur en een gemeenschappelijke richtlijn inzake de formulering van bestandsnamen vastgelegd in het protocol. 

 

Lessen uit de praktijk

Kumpen geeft aan dat het 3D-model een enorme waarde heeft voor aannemers. Zonder 3D-model zijn de gegevens normaal gesproken veel moeilijker terug te vinden, en problemen die voortkomen uit slecht ontwerp kosten altijd veel geld. Desondanks moet je precies omschrijven in het protocol vanaf wanneer de modellen zullen worden uitgewisseld. Het lijkt voor de architect verstandig om met de coöperatieve BIM te beginnen wanneer het ontwerp is opgemaakt, met andere woorden vanaf de uitwerking van de uitvoeringsplannen. Het is best om het model voldoende te detailleren en te verfijnen, zodat je er nadien enkel de plannen en de benodigde gegevens uit moet afleiden.

Enkele complementaire instrumenten kunnen ook helpen: de Solibri-viewer is nuttig gebleken om conflicten en problemen te visualiseren en SimpleBIM laat je toe om makkelijk de elementen te selecteren die moeten figureren in de IFC-uitwisselingsbestanden. De virtuele bezoekersmodule BimX is een nuttig hulpmiddel bij het nemen van beslissingen, bij presentaties en, net als BIMcollab, bij het communiceren met de partners die niet gebruikmaken van BIM. Het gemeenschappelijk communicatieplatform Chapoo werd ingezet als centrale opslagruimte voor alle projectgerelateerde informatie en deed dienst als communicatieplatform tussen de verschillende bouwpartners. Dieter Froyen (Kumpen): "De principes van systems engineering zijn ook toegepast in dit project, wat in België behoorlijk uniek is. Grontmij stelde daarvoor de Neanex-infrastructuur ter beschikking. Op die manier konden de prestatie-eisen van de bouwheer en het wedstrijddossier gelinkt worden aan het BIM-model."

a2o wil nu nog een stap verder gaan in de ontwikkeling van het proces, maar erkent dat er nog niet al te veel partners zijn die kunnen meegaan in dit verhaal. Het gaat immers gepaard met heel wat aanverwante processen zoals de interne en externe documentatie- en informatieverspreiding, de organisatie van het bureau, het beheer van de templates en de geïntegreerde gegevens, de interne kwaliteitscontrole van de modellen, de opleiding van de medewerkers en de interne- en externe verspreiding van de opgedane ervaringen.

GERELATEERDE DOSSIERS