Doorzoek volledige site
27 oktober 2010 | TIM JANSSENS

Architectuurjaarboek 2010 (5): “1907… Afther The Party” in Venetië

In september werd op initiatief van het Vlaams Architectuurinstituut (Vai) het nieuwe architectuurjaarboek uitgebracht. Hierin worden 38 kwalitatieve Vlaamse projecten gepresenteerd. Vlaamsearchitectuur.be bespreekt deze projecten in de artikelenreeks ‘Architectuurjaarboek 2010’, en vandaag is het de beurt aan “1907… Afther The Party”.

In september werd op initiatief van het Vlaams Architectuurinstituut (Vai) het nieuwe architectuurjaarboek uitgebracht. Hierin worden 38 kwalitatieve Vlaamse projecten gepresenteerd. Vlaamsearchitectuur.be bespreekt deze projecten in de artikelenreeks ‘Architectuurjaarboek 2010’, en vandaag is het de beurt aan “1907… Afther The Party”. 

“1907… Afther The Party” is niets meer of minder dan de naam van het Belgisch paviljoen voor de 11e Architectuurbiënnale van Venetië (2008). Deze was het resultaat van een wedstrijd tussen dertien jonge architectenbureaus, uitgeschreven door deSingel internationale kunstcampus. De winnaar en dus ook de uiteindelijke ontwerper van het project was Office Kersten Geers David Van Severen.


Het bestaande Belgisch paviljoen werd omkaderd door een zeven meter hoge muur, die de omliggende context van de architectuurbiënnale als het ware wegfilterde. Zo creëerde men achteraan een soort van privétuin met bomen, stoelen en binnenvallend zonlicht. Deze omkadert het oude Belgische paviljoen (een in de loop der jaren voortdurend aangepast en getransformeerd stuk architectuur.) en tracht de bezoekers een plekje te gunnen waar ze kunnen stilstaan bij de eenvoud en de kracht van ‘architecture beyond building’. Zowel de vloer van het bestaande paviljoen als die van de nieuwe tuin lag bezaaid met confetti, hetgeen een zekere eenheid tussen oud en nieuw teweegbrengt. Daarnaast is het project ook een voorbeeld van duurzaam bouwen: alle materialen of constructies werden, op uitzondering van de confetti uiteraard, na de biënnale hergebruikt

Het plaatsen van de muur was allerminst een sinecure. Er golden namelijk strenge voorwaarden die de opdracht toch wel bemoeilijkten: er mocht geen fundering bij te pas komen, en ook budgettair waren er beperkingen. Dit betekende concreet dat er materiaal gevonden moest worden waarmee men snel en goedkoop een lichte en toch stijve constructie van dertig meter breed en zeven meter hoog kon maken.
Men koos ervoor om de muur op te bouwen uit gegalvaniseerd stalen stellingmateriaal. Dit werd geleend voor de duur van de biënnale en is achteraf terug weggenomen door een gespecialiseerde aannemer. De reflecterende buitenpanelen van de muur doen in de oorspronkelijke toepassing van het materiaal in feite dienst als loopplaten. Toch biedt deze nieuwe toepassing naast praktische ook esthetische voordelen: het gegalvaniseerde oppervlak weerspiegelt zowel het binnenplein als de omgeving op een speciale wazige manier. De stelling geeft een zeer lichte indruk, zodat het bijna lijkt alsof ze er niet is.