Doorzoek volledige site
07 april 2016 | FILIP CANFYN

Steen&Been (column Filip Canfyn): Het hart van Zaha

"Dame Zaha has left the building, possums! In de maling genomen door haar eigen hart terwijl ze in Miami behandeld werd voor een bronchitis. De dood speelt het laf, ook op je vijfenzestigste," vindt Canfyn. "Ik had weinig voeling met Zaha Hadid. Wel respect voor haar prominente positie als vrouw en Irakese binnen een toch vooral blanke mannenwereld. Wel respect voor haar persoonlijke ontwerptaal. Wel respect voor haar koppig doorzettingsvermogen."

"Ze richtte haar eigen kantoor op in 1979, na gewerkt te hebben voor Rem Koolhaas, maar pas in 1993 werd haar eerste gebouw opgeleverd: de Vitra-brandweerkazerne. Ze had eindelijk prijs en kon vanaf dan à volonté iconen maken van een langlaufpiste, van een parkeergebouw, van een brug en natuurlijk van de vele musea en stadions, die haar opvrijden. Hadid overdonderde en imponeerde maar leed ook aan de besmetting, die bOb Van Reeth ooit als volgt verwoordde: “Het is de ziekte van deze tijd dat alles een icoon moet zijn. En architecten doen niets liever dan iconen bouwen.”’ Men zei dat Zaha vrouwelijkheid in het modernisme bracht. Kan zijn, maar ze introduceerde alleszins geen ingetogen poëzie.

De geridderde ontwerpster, de eerste vrouwelijke Pritzker, bleef vooral de exponent van de starchitecture, van de jet set van de spektakelbouw, die zich niet veel vragen stelde bij het hoe en waarom van een opdracht. Ze mocht dan ook graag en veel werken voor autocraten, die compromisloos en zelfs gewetenloos macht en centen samen deden renderen.

Wie bouwt in Bakoe maakt een statement, wie niet wakker ligt van slavernijpraktijken om een voetbaltempel voor Qatar 2022 klaar te krijgen eveneens. Meehuilen met het establishment en terzelfdertijd verklaren dat architectuur niets met politiek te maken heeft omdat alleen de architectuurkwaliteit echt zou tellen, ja, dat suggereert een eerder hypocriete attitude, ook van een dochter van een ooit politiek zwaargewicht in Irak.

De laatste jaren riep Dame Zaha dan ook meer controverse dan applaus op. Zelfs de confraters pikten haar gedrag niet meer. En vice versa. In 2012 won ze een ontwerpwedstrijd voor een stadion voor Tokio 2020. Notoire Japanse architecten, waaronder Toyo Ito, protesteerden tegen haar gebrek aan respect voor het groen en de historische gebouwen in de omgeving en tegen de verdubbeling van het budget. Haar opdracht werd ingetrokken en nog niet zo lang geleden protesteerde zijzelf tegen het vermeende plagiaat van de Japanse architect, die haar ontwerp in hout zou uitvoeren. Dat die Japanner bij de protesteerders zat maakte het verhaal alleen maar smeuiger.

 

Het avontuur in Tokio deed mij denken aan een anekdote dichter bij huis.

In 2009 won Hadid de ontwerpwedstrijd voor het Havenhuis in Antwerpen, met een zogenaamd ruimteschip op stelten bovenop de brandweerkazerne. Nog geen tien maanden later formuleerde de welstandscommissie, de kwaliteitskamer van ‘t Stad, een negatief advies. Het schepencollege stond op de achterste poten: hun bouwmeester zetelde immers in de jury én in de welstandscommissie. Die motiveerde zijn vermeende schizofrenie: de jury had gesteld dat de locatie verkeerd zat, dat geen enkel ontwerp echt voldeed maar dat het voorstel van Zaha als eenoog in het rijk der blinden uitverkoren werd terwijl de welstandscommissie louter bevestigde dat het ontwerp inderdaad niet voldeed. De bouwmeester in kwestie zocht later andere oorden op maar zijn opvolger liet zich ondertussen ook niet onbetuigd. Die liet zich onlangs ontvallen op MIPIM, het protserige jaarlijkse vastgoedfeestje in Cannes,  dat hij het Havenhuis in aanbouw een nachtmerrie vond. Hadid heeft de tijd niet meer gekregen om die neofiet lik op stuk te geven: hij was immers één van de tegenkandidaten van de ontwerpwedstrijd en kon dus moeilijk een neutrale waarnemer genoemd worden. Weeral smeuigheid dus.

Zo laat Dame Zaha ook in Antwerpen haar breed uitgesmeerde sporen na. Ze mag nu rusten en in het architectenparadijs een hart breken, een hart vasthouden of een hart ophalen."