Doorzoek volledige site
28 april 2016

Energetische renovatie van de sanitair-warmwaterinstallatie

Veel volk op de officiële voorstelling Illustratie | WTCB / CSTC

Bij de vernieuwing van een sanitaire installatie wordt niet alleen de huidige EPB-regelgeving in acht genomen, maar speelt men tevens in op de toekomst, met als horizon 2030. De nadruk van dit WTCB-artikel ligt op het energetische aspect, maar het is niet onbelangrijk om te weten dat er nog andere aspecten zijn waarmee men rekening dient te houden en die soms zelfs nog belangrijker zijn, zoals gezondheid en hygiëne.

De toenemende verstrenging van de isolatieniveaus en de verminderde verwarmingsbehoefte die hieruit voortvloeit, hebben ertoe geleid dat de productie van sanitair warm water (SWW) zwaarder doorweegt op het energieverbruik van de woning. Aangezien de werkingstijd van een vernieuwde installatie in principe enkele tientallen jaren bedraagt, is het noodzakelijk dat de trias energetica gerespecteerd wordt: de behoefte beperken, het gebruik van hernieuwbare energie optimaliseren en fossiele energie zo efficiënt mogelijk benutten.

 

Productie

Als het productietoestel verouderd of aan vervanging toe is, geniet een efficiënt toestel, zoals een condensatieketel of een warmtepomp, de voorkeur (zie de WTCB-Dossiers 2015/3.15). Een opslagtank dient, in de mate van het mogelijke, vermeden te worden, tenzij er een zeer grote behoefte op zeer korte tijd bestaat of indien de tank het gebruik van hernieuwbare energie kan optimaliseren (thermische of fotovoltaïsche zonnepanelen, elektriciteit opgewekt door windenergie of hydraulische energie, biomassa …).

Nieuwe energie-efficiënte toestellen installeren heeft weinig zin als de rest van een verouderd systeem behouden blijft. Het is dus altijd raadzaam om de installatie voor de verdeling van warm water te evalueren in functie van de behoeften en wensen van de klant enerzijds en van het toekomstige gebruik anderzijds. Deze evaluatie wint aan belang indien het een collectieve installatie betreft (bv. in appartementsgebouwen met centrale warmwaterproductie).

 

Kraanwerk

Het oude kraanwerk vervangen door kranen met een debietbeperking of een straalbreker, die een gevoel van comfort combineren met een verminderd debiet, zorgen eenvoudig en direct voor een verminderd verbruik van en een geringere behoefte aan warm water. Omwille van hun beperkte debiet, hebben deze nieuwe kranen onder andere een gunstige invloed op het benodigde vermogen van het productietoestel en dus op het energieverbruik.

De plaatsing van een regendouche kan de sanitair-warmwaterbehoefte daarentegen echter aanzienlijk doen toenemen. Deze behoefte zal dan ook eveneens in rekening gebracht moeten worden bij de dimensionering van de nieuwe installatie.

 

Verdeling

Om een toekomstige sanitair-warmwaterinstallatie te optimaliseren, dient men in de eerste plaats de compactheid van deze installatie in beschouwing te nemen. De vochtige ruimten (voornamelijk de keuken, de badkamer en de douchecel) bevinden zich idealiter in elkaars nabijheid en de gecentraliseerde SWW-productie zou zo dicht mogelijk bij de tappunten geplaatst moeten worden. Een niet-compact leidingennetwerk kan al snel zorgen voor aanzienlijke wachttijden en uittapvolumes van de verschillende tapleidingen (zie de WTCB-Dossiers 2014/2.12). Een gegalvaniseerde leiding van ½”, met een lengte van 15 m, heeft een capaciteit van meer dan 3 l water. Gelet op de wachttijd, gaat er ook nog eens 4,6 l water verloren voordat er warm water uit de kraan komt. Op een jaar tijd komt dit neer op zo’n 1,6 tot 2 m³ water per leiding (bovenop de energie die verloren gaat bij het afkoelen). Indien men deze leiding na de herinrichting van de ruimten en de installatie vervangt door een koperen leiding van 3 m met een diameter van 12 mm (maximaal debiet van 7 l/min), zal er nog maar 120 l water per jaar verloren gaan (d.i. 14 keer minder).

 

Lees dit artikel verder op de website van het WTCB. 

GERELATEERDE DOSSIERS