Doorzoek volledige site
30 mei 2016 | MICHEL VAN DEN BOSCH

Keuze ventilatiesysteem hangt af van voorkeuren, behoeften en leefpatroon

Gevelsteen of crepi, buitenschrijnwerk in aluminium of hout en een in het oog springende maar tegelijk ook onderhoudsvriendelijke vloer: stuk voor stuk zijn het potentiële dilemma’s voor bouwers en verbouwers, die al dan niet gepaard gaan met hoogoplopende discussies. Net zoals persoonlijke keuze hierbij de doorslag geeft, is ook de keuze van een geschikt ventilatiesysteem bij nieuwbouw of renovatie een kwestie van persoonlijke voorkeur, leefpatroon en behoeften van de bewoner. Het aantal E-peilpunten winst blijkt daarin lang geen doorslaggevende factor meer te zijn.

Met de huidige EPB-normering als stok achter de deur wordt door voor- en tegenstanders van vraaggestuurde natuurlijke ventilatiesystemen (C+) enerzijds en volledig mechanische D-systemen anderzijds nochtans meer dan eens gegoocheld met stookkosten, energiebesparing en het aantal gewonnen E-peilpunten. Maar uiteindelijk brengt dat als argumentatie voor de keuze van het meest geschikte ventilatiesysteem dus weinig zoden aan de dijk. Iets dieper inzoomen op de pro’s en contra’s van elk van deze ventilatiesystemen leert ons namelijk dat beide systemen op vlak van energiebesparing uiteindelijk haast evenwaardig uit de bus komen. Dat betekent dat het zowel met een C+ als met een D-systeem mogelijk is om aan het steeds lagere E-peil te voldoen.

 

Historisch scheefgegroeide perceptie
Dat het bij een nieuwbouw of verbouwing enkel mogelijk zou zijn om een laag E-peil te halen met een volledig mechanisch ventilatiesysteem, is een foute perceptie die zijn oorsprong vond toen de EPB-regelgeving in 2006 boven de doopvont gehouden werd. Niets blijkt minder waar, nu intussen meermaals aangetoond werd dat zowel met een C+- als met een D-systeem BEN gebouwd kan worden. Als men de kost van de nodige energie voor het ventileren en de kost van verwarming bij elkaar optelt, liggen de 2 systemen zelfs niet eens zo ver uit elkaar als velen misschien denken. Hiervoor zijn verschillende verklaringen.

 

Intelligent ventileren
Zo is vraagsturing één van de elementen die een belangrijke rol spelen op het vlak van energieverbruik. Door enkel te ventileren waar dat nodig is in huis (lees: enkel in die ruimtes die effectief in gebruik zijn door bewoners), ligt het energieverbruik van een intelligent vraaggestuurd C+-systeem tot 3 keer lager dan een mechanisch ventilatie-systeem D dat continu en overal in huis op hetzelfde niveau werkt. Ook de argumentatie dat de energieconsumptie tijdens het stookseizoen bij een systeem met natuurlijke toevoer via raamroosters hoger zou liggen (om het verlies aan warmte via de toevoer van verse lucht te compenseren), ligt in dat opzicht in balans met de kosten van een volledig mechanisch systeem dat het ganse jaar door 2 ventilatoren aanstuurt voor toe- en afvoer van respectievelijk verse en vervuilde lucht. Bovendien mogen ook de substantiële kosten die vasthangen aan het plichtsgetrouw onderhoudsregime en het tijdig vervangen van filters bij een mechanisch ventilatiesysteem niet uit het oog verloren worden.

 

Warmte gecompartimenteerd
Een mechanisch ventilatiesysteem is bijna altijd uitgerust met een warmtewisselaar. Die zorgt ervoor dat de toegevoerde verse lucht voorverwarmd wordt met de warmte die gerecupereerd wordt uit de afgevoerde ventilatielucht. Maar de medaille heeft ook een keerzijde, want de warmte wordt zo ook automatisch verspreid in alle ruimtes in huis waardoor het minder evident wordt om de temperatuur in elke ruimte individueel onder controle te houden. Denk maar aan de slaapkamer, die je liever net dat tikkeltje frisser houdt terwijl het elders in huis wel behaaglijk warm mag zijn.

 

De toekomst: ‘multizone’-model ipv ‘1 zone’-model
In het verlengde daarvan is het trouwens meer dan logisch om een huis vandaag steeds meer te zien als een ‘multizone’-model, daar waar de EPB-regelgeving een woning tot dusver als 1 zone aanziet die enkel als geheel conform de voorgeschreven normen moet zijn. Een redenering is dit, die niet alleen haaks staat op de trend naar ‘smart homes’ waar technieken steeds meer zonaal op de behoefte van de bewoner afgestemd moeten kunnen worden, maar die vooral ook een vertekend beeld geeft en dus ook een vals gevoel van gezond en comfortabel wonen. Een totaalgemiddelde temperatuur kan voor een woning namelijk perfect aan de voorschriften voldoen, terwijl één of meer ruimtes in huis wel degelijk risico lopen op oververhitting in de zomer. Met een EPB-regelgeving gebaseerd op de technologie die intussen dateert uit 2006 is het momenteel logischerwijze heel omslachtig om parameters voor een gezond binnenklimaat per ruimte in huis te kunnen definiëren en valoriseren, maar daar wordt momenteel wel werk van gemaakt.

 

Waarop is keuze ventilatieysteem gebaseerd?
Hoewel kosten, energiebesparing en E-peilwinst uiteindelijk dus geen wezenlijk verschil maken, resten er uiteraard toch nog een aantal doorslaggevende argumenten bij de keuze voor een C+ of D-ventilatiesysteem. In het geval van renovatie speelt het een rol in hoeverre het schrijnwerk al dan niet vervangen wordt en er plaats is voor de inbouw van de nodige toe- en/of afvoerleidingen en de ventilatie-unit. Maar daarnaast blijkt vooral persoonlijke voorkeur en leefpatroon een rol te spelen in de keuze.

Voor wie constant thuis is (bv van thuis uit werkt of een thuispraktijk heeft), bewust bezig is met ventilatie en het juiste gebruik ervan en hoge akoestische eisen stelt (omdat hij of zij langs een drukke baan woont), is een D-ventilatiesysteem zeker een valabele keuze met een hoog rendement. Voorwaarde is dan wel dat men zich bewust is van de extra kosten die dit met zich meebrengt voor het onderhoud van de leidingen (elke 5 jaar) en warmtewisselaar (elk jaar) en het tijdig vervangen van de filters (ieder half jaar). Voor wie niet wakker wil liggen van ventilatie, zweert bij de toevoer van natuurlijke verse buitenlucht en intelligent wil ventileren per ruimte in huis, is het C+-systeem dan weer een logischere optie. Voor welk type ventilatiesysteem gekozen wordt, hangt uiteindelijk dus steeds vaker af van het leefpatroon en de persoonlijke behoeften van bewoners.

GERELATEERDE DOSSIERS