Doorzoek volledige site
01 juni 2016 | AARON EERDEKENS

Bouwproces 2016: Aanbestedingen via wedstrijdformule aanpak Vlaanderen Bouwt

Het project met de 9 lage-energiewoningen in Vissenaken, Tienen. Illustratie | Vlaanderen Bouwt
De passiefwoonwijk in Landen Illustratie | Architectengroep a4

Op donderdag 26 mei vond in het Centrum Duurzaam Bouwen in Zolder (CeDuBo) de eerste editie van het evenement Bouwproces plaats. Prominenten uit de bouw- en architectuurwereld gaven die dag lezingen over alle technische aspecten van het hedendaagse bouwproces. Jo Uytterhoeven van Vlaanderen Bouwt (Vlabo) kwam praten over de aanpak die Vlabo hanteert bij aanbestedingen via een wedstrijdformule.

Over Vlabo

Vlabo werd in 1988 opgericht door het WTCB en de beroepsorganisaties van patroons en arbeiders uit het bouwbedrijf. Het WTCB, de Bouwunie en de Vlaamse Confederatie Bouw zijn hedendaagse leden van de organisatie. Vlabo regisseert tijdens bouwprojecten de samenwerking tussen grondeigenaars (overheid of particulier), architecten, aannemers en administratieve diensten.

Vlabo schenkt daarbij veel aandacht aan het gebruik van duurzame materialen, energiezuinigheid en een sterke inbedding in de buurt. Vlabo organiseert voor elke bouwopdracht een wedstrijd, zodat de grondeigenaar het beste project kan kiezen. Jo Uytterhoeven, projectbegeleider en afgevaardigd bestuurder bij Vlabo, vertelde hoe die procedure in elkaar zit en besprak verschillende projecten die op die manier zijn gerealiseerd, waaronder de 9 lage-energiewoningen van het OCMW in Tienen.

 

De procedure bij koopwoningen

Als eerste bezorgt de grondeigenaar Vlabo alle wensen en gegevens die belangrijk zijn voor het wedstrijddossier. Dit zijn onder meer de grondprijs, de resultaten van de opmeting en het stabiliteitsonderzoek van de grond. Daarna stelt Vlabo een wedstrijd op om op zoek te gaan naar het ideale bouwteam en maakt die openbaar. Teams van aannemers en architecten dienen samen hun ontwerpen met gedetailleerde prijsberekening in. Een deskundige jury (bestaande uit de grondeigenaar, een vertegenwoordiger van het lokale bestuur, de ontwerper van het stedenbouwkundige plan en deskundigen in architectuur, stedenbouw, bouwtechnieken en duurzaamheid) kiest het beste voorstel uit de anonieme ontwerpen en stuurt het eventueel wat bij.

Vanaf dan is de aannemer aan zet. Nadat hij de nodige vergunningen heeft verkregen, verleent de grondeigenaar hem het recht van opstal op de grond. Meestal is dat een contract van drie jaar. Daarna kan de aannemer beginnen bouwen. De aannemer regelt de administratieve aanvragen, fungeert als bouwheer en verkoopt de woningen. Op dat moment verkoopt de grondeigenaar ook de grond, waardoor de bewoner zowel eigenaar wordt van de woning als van de grond. Als laatste stelt Vlabo het woonproject tijdens een infoavond voor aan kandidaat-kopers. In het beste geval duurt de volledige procedure zo'n twee jaar.

 

De procedure bij huurwoningen

Bij het bouwen van huur- of assistentiewoningen is de grondeigenaar en bouwheer altijd een openbaar bestuur. De bouweigenaar kiest volgens de wet overheidsopdrachten een projectcoördinator met een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. Beide partijen stellen dan samen een bestek op, dat het bouwprogramma, de opdracht van werkzaamheden en alle voorkeuren voor de bouw en de technieken bevat. Daarna maakt Vlabo de opdracht publiek bekend. Teams van aannemers en architecten kunnen dan een offerte indienen met een ontwerp en een prijsberekening.

Een deskundige jury, bestaande uit de grondeigenaar, een vertegenwoordiger van het lokale bestuur, de ontwerper van het stedenbouwkundige plan en deskundigen in architectuur, stedenbouw, bouwtechnieken en duurzaamheid, beoordeelt dan de offertes aan de hand van verschillende criteria. De bouwheer geeft het project aan het winnende team. Daarna verkrijgt de aannemer de juiste vergunningen en start met de werken. Vlabo volgt het bouwproces verder op en organiseert daarbij de werfvergaderingen, controleert de vorderingsstaten, overlegt met de nutsbedrijven en waakt over het afgesproken budget.

 

Deelwonen in opmars

Aan het eind van de lezing lanceerde Jo Uytterhoeven een pleidooi voor het deelwonen. Bij deelwonen worden zelfstandige woonsten gecombineerd met gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een gedeelde tuin, energie-installatie of fietsparking. Deelwonen is duurzaam en verlaagt de bouwkosten. De maatschappij is aan het veranderen en daarom wordt er gekeken naar aangepaste woonvormen. Vlabo is een voorstander van die nieuwe woonconcepten en steunt ze actief. 

Een voorbeeld hiervan is het project in Landen waar via Vlabo momenteel gewerkt wordt aan een passiefwoonwijk met gemeenschappelijke ruimtes. Alle 11 ééngezinswoningen beschikken over drie slaapkamers en een privétuin. Rondom de woningen worden gemeenschappelijke groenzones aangelegd, die onder meer een speelweide en fruitbomen herbergen. In het midden van de woonwijk komt een gemeenschapscentrum met tuinberging, fietsenberging, technische ruimtes en een ontmoetingsruimte, waar iedere bewoner gebruik van mag maken.

Wie meer informatie wil over de procedures en de projecten van Vlabo, kan terecht op de website.