Doorzoek volledige site
02 juni 2016 | MICHEL VAN DEN BOSCH

De Bouwerij architecten onwerpt De Zeppelin met het oog op uitbreidbaarheid

Veel volk op de officiële voorstelling Illustratie | Cenergie
Illustratie | Cenergie

Het ontwerp van de nieuwe schoolinfrastructuur is vooral een streven naar flexibiliteit, uitbreidbaarheid, synergie en integratie. De nieuwbouw van de Provinciale School voor Buitengewoon Lager Onderwijs De Zeppelin in Assenede is uitgevoerd volgens de passiefhuisstandaard. De Bouwerij architecten stond in voor het ontwerp, Cenergie deed de studie en de werfopvolging van de technische installaties en is adviseur duurzaam bouwen

Twee volumes

De totale bruto-oppervlakte gebouwen, 2.504 m², bestaat uit twee gebouwen gekoppeld met een overdekte speelplaats. De twee afzonderlijke volumes worden verbonden door een betonnen luifel met een loopbrug, wat een verhoogde en een overdekte passage mogelijk maakt. Eén volume bevat de sporthal, refter met keuken, een kookklas en de bijhorende functies. Het andere volume bevat op het gelijkvloers de ondersteunende administratieve functies zoals onder meer de leraarskamer. Daarboven zijn alle klaslokalen op twee verdiepingen voorzien die uitsteken ten opzichte van het gelijkvloers en zo een overdekte ruimte vormen. Er zijn twee overdekte toegangen tot de klaslokalen, wat variatie in gebruik toelaat.

 

Akoestiek

Door het concept van twee aparte volumes, waarbij de sporthal en de refter in een afzonderlijk herkenbaar volume ondergebracht zijn, is het gebruik door derden eenvoudiger te organiseren in verband met afsluitbaarheid en de toegankelijkheid. Ook werd er bij de bepaling van de twee volumes een onderscheid gemaakt tussen akoestisch harde (sport, refter, muziek) en zachte functies (klaslokalen, administratie, leraarskamer). Door deze in aparte volumes onder te brengen wordt mogelijke akoestische hinder tussen de functies vermeden. Rockfon leverde overigens baffles om de akoestiek in de gebouwen te verbeteren.

 

Minimaal energieverbruik

Cenergie deed de studie en de werfopvolging van de technische installaties en is adviseur duurzaam bouwen. De uitgangspunten van de studie zijn een goed binnenklimaat gedurende zowel de winter als de zomer, waarbij een minimaal energieverbruik centraal staat zowel voor verwarming als voor koeling. Dit wordt mogelijk gemaakt door een dik isolatiepakket, beperking of uitsluiting van koudebruggen, zeer weinig ongecontroleerde ventilatie en gebruik van passieve zonne- en warmtewinsten. Actieve koeling wordt vermeden door het gebruik van nachtventilatie in combinatie met een hoge thermische massa, zonwering door zowel screens als vaste luifels en daglichtsturing op de verlichting.