Doorzoek volledige site
13 juni 2016 | AARON EERDEKENS

Economische crisis maakt Spaanse architectuur radicaler

Illustratie | Fernando Maquieira
Illustratie | Fernando Maquieira
Illustratie | Fernando Maquieira
Illustratie | Fernando Maquieira
Illustratie | Fernando Maquieira
Illustratie | Fernando Maquieira
Illustratie | Fernando Maquieira

De Gouden Leeuw voor beste paviljoen op de Biennale Architettura in Venetië ging dit jaar naar Spanje. Het Spaanse paviljoen focuste op onafgewerkte structuren die in de nasleep van de financiële crash in 2008 zijn blijven liggen en op architecten die een radicale benadering ontwikkelen om Spanje herop te bouwen. Onder de titel Unfinished stelt het paviljoen een reeks foto's voor van incomplete bouwprojecten, samen met 55 recente gebouwen die een variëteit aan oplossingen tentoonspreiden om met economische beperkingen te werken.

Gedwongen vindingrijkheid

Volgens medecurator en architect Iñaqui Carnicero heeft de economische crisis, die in Spanje harder toesloeg dan in de meeste andere Europese landen, architecten gedwongen om vindingrijker te worden. "We zijn in veel gevallen radicaler en intelligenter geworden," vertelde Carnicero. "Mijn eigen ervaring in het werken met deze economische beperkingen is dat wanneer je aan budgetbesparingen lijdt, de oplossing soms intenser, radicaler en zelfs beter wordt."

 

Hedendaagse ruïnes

De tentoonstelling vormt een direct antwoord op het verzoek van Biennale curator Alejandro Aravena om werk te laten zien dat een antwoord biedt op de grootste uitdagingen voor architecten in hun land met betrekking tot zijn thema Reporting From The Front. Het Spaanse paviljoen werd op de Biennale van 2016 bekroond met de Gouden Leeuw voor beste nationaal paviljoen.

Carnicero en medecurator en architect Carlos Quintáns Eiras verzamelden foto's van zeven verschillende artiesten van structuren die zij beschrijven als "hedendaagse ruïnes". De foto's worden in de centrale ruimte van het paviljoen tentoongesteld op stalen kaders die aan het plafond hangen, en variëren van grote bouwprojecten tot kleine privéhuizen en -appartementen.

 

Nergens zoveel onafgewerkte gebouwen

Carnicero zei dat er maar enkele plaatsen ter wereld zijn waar zo veel onnodige bouwprojecten werden gestart op zo korte tijd en dan werden opgegeven omdat ze na de instorting van de economie niet konden worden afgewerkt. "Veel van de gebouwen die onder constructie waren blijven onafgewerkt," zei Carnicero. "We wilden dit probleem voorleggen, maar we wilden het niet doen op een verhalende manier. We wilden er niet over klagen of een schuldige zoeken."

"Als je naar deze foto's kijkt, ontdek je een zekere schoonheid, de schoonheid van architectuur in opbouw, de schoonheid van dingen die verborgen moeten blijven," zei hij. De kamers rond de hoofdruimte zijn toegewijd aan het tentoonstellen van 55 hedendaagse projecten in Spanje of van Spaanse architecten, gegroepeerd in negen categorieën.

 

De negen categorieën

Carnicero liet optekenen dat de projecten werden gekozen omdat ze "onder economische beperkingen nieuwe oplossingen en strategieën tonen om tussen te komen in wat al bestaat, in plaats van nieuwe dingen te bouwen".

De Consolidate sectie bevat voorbeelden van architecten die hebben bijgedragen aan de redding van historische gebouwen, met voorbeelden als de installatie van nieuwe structuren van Morales de Giles Arquitectos in de Convento de Santa Maris de los Reyes in Sevilla.

Reappropriaton focust op de herleving en het hergebruik van verlaten erfgoedgebouwen zoals kerken, industriële ruimtes en militaire complexen. Deze sectie bevat ondermeer de renovatie van een barok paleis in Palma de Mallorca van Flores & prats en Duch-Pizá om een nieuw cultureel centrum te creëren.

Adaptable kijkt naar projecten die wisselend gebruik en flexibiliteit in gebouwen verkennen, met projecten als een Madrileens appartement van PKMN Architecture. Ook het Casa Luz maakt deel uit van deze sectie, een gerenoveerd Spaans huis dat door Arquitectura-G rondom een nieuwe centrale binnenplaats werd georganiseerd.

Infil stelt structuren tentoon die de ruimtes vullen tussen bestaande gebouwen, zoals het Museuo de Bellas Artes de Asturias in Oviedo, waar Francisco mangado een kristalachtig glazen gebouw toevoegde achter de overgebleven gevel van een afgebroken woonblok.

Naked gaat over "naakte" gebouwen en haalt het beste uit hun incomplete verschijningen. Deze includeren Casa OE, een huis in Catalonië dat in een winter- en een zomergedeelte is gesplitst, en een betonnen zwembadhuisje van FRPO Rodriguez en Oriol Arquitectos.

Perching gaat over gebouwen die "zitten" op andere gebouwen, geconstrueerd op plaatsen waar ze niet thuishoren. Het Casa Lude van Grupo Arenea, een gesculptuurd grijs appartement op een oud huis in Cehegin, is één van die gebouwen.

Reassignments focust op voorbeelden van projecten die de ingeburgerde gebruiken van materialen in vraag stellen en hun typische positie, dimensies, verbindingen en gebruiken wijzigt. Casa 1014 van H Arquitectes, een huis in Catalonië dat verborgen ligt achter een stenen muur tussen twee afbrokkelende gevels, is één van de voorbeelden.

Guides toont projecten die er op mikken een blauwdruk aan te bieden of oplossingen voor te stellen voor toekomstige gebouwen, zoals de studentenhuizen voor de Polytechnische Universiteit van Catalonië van H Arquitectes en DataAE.

Pavements ten slotte gaat over tussenkomsten in openbare ruimtes, waaronder de renovatie van de Malpica Port van CreuseCarrasco.

Alle projecten worden getoond als foto's en plannen, in houten kaders op stalen constructies die een onafgewerkt gebouw suggereren. Een kamer aan de achterkant van het paviljoen laat korte interviews met leidende architecten, academici en critici zien over de staat van de Spaanse architectuur, de erfenis van de economische crisis en het potentieel van onafgewerkte gebouwen.

 

Gelijkaardige esthetiek

Veel van de gebouwen delen een gelijkaardige esthetiek, gedreven door de beschikbare materialen zoals steen en gelaagd hout, en de geschiedenis van de structuren die de fundering van ieder project vormen.

"Ik zou het geen stijl noemen, maar je kan wel bepaalde oplossingen herkennen die waarde geven aan wat al bestaat," zegt Carnicero. "De materiële opbouw van onze structuren, het steen, het hout, wat al aanwezig is, en zelfs de geschiedenis van de gebouwen, worden een deel van het nieuwe beeld. Niet omdat het een nieuwe esthetiek is, maar omdat het deel uit maakt van de geschiedenis. En je hebt geen keuze. En de mensen houden ervan!"

 

Bron: dezeen.com