Doorzoek volledige site
09 juni 2016 | FILIP CANFYN

Steen&Been (column Filip Canfyn): Spruitjesstank

Illustratie | Saskia Vanderstichele
Illustratie | Paul IJsendoorn

In de week is huiscolumnist Filip Canfyn een vaste Brussel-pendelaar, in het weekend een enthousiaste Brussel-ganger, die graag de Zuidmarkt, de Griek, de Bozar en de Marollen frequenteert maar tevens na vijfendertig jaar Brusselen blindelings zijn binnenstedelijke weg vindt. "Zeggen dat je Brussel tof vindt klinkt vandaag zoals uit de kast komen in de tijd van Will Ferdy. De Brussel-aversie, de Brussel-haat zelfs pieken na de Bataclan- en Maelbeek-aanslagen en een onsmakelijk gebrek aan nuance en kennis van zaken verhindert intussen elke constructieve discussie."

In weekkrant Bruzz lees ik op 2 juni 2016 dat de kantoormarkt in de Noordwijk een leegstand kent van 11 procent, goed voor meer dan een miljoen m² zinloze lucht in een verwoeste woonbuurt. Een ander artikel vertelt dat de omgeving van het Zuidstation op sterven na dood is, door speculatie, slechte planning en verloedering. De komst van de Thalys heeft niets opgebracht, integendeel. De vastgoedsector heeft hier een internationaal zakencentrum willen maken maar de nieuwe kantoorgebouwen worden enkel gevuld door de spoorwegen en de overheid. Zelfs de hoofdzetel van Thalys zelf heeft voor een ander deel van Brussel gekozen.

De Zuidwijk wordt intussen Noordwijk en herhaalt de foute methodiek van kaalslag ten voordele van de quick wins en ten nadele van de zittende populatie, van de leefbaarheid, van de stad.  Ik citeer Bruzz met heimwee naar de bedrijvigheid van weleer: “Ten tijde van Côte d’Or hing rond het station vaak een chocoladereuk. De enige geur die vandaag nog met de buurt wordt geassocieerd is die van urine.” Brusselhaters puren hier natuurlijk hun grote gelijk uit: de geur van urine, dat is immers voor hen de geur van de diversiteit, de marginaliteit, de kansarmoede, lees de stank van de vreemdeling, de moslim, de Molenbecquois, kortom, de stank van de stad. Brussel wordt afgeserveerd met een paar clichés, dada’s en vooroordelen zodat het probleem samen met de stad zelf kan geklasseerd worden.

 

Dezelfde dag lees ik in De Morgen dat in onze steden, Brussel op kop, bijna 30% van de bevolking, dus bijna 1 miljoen mensen, een inkomen hebben, dat lager ligt dan de armoededrempel. Alleen Griekenland en Bulgarije presteren slechter in Europa. Slechts 60% van de Brusselaars en andere stedelingen tussen 20 en 64 jaar hebben werk. Hier scoort alleen Griekenland zwakker.

Alle voorgaande gegevens ondergraven de overhaaste conclusie dat alle huidige problemen in Brussel terug te brengen zijn tot radicale terroristen en buitenlandse schrik. Wat nu in Brussel vastgesteld moet worden is, één, het resultaat van decennia, twee, de bittere voorsmaak van wat in de andere Vlaamse steden kan gebeuren, drie, het gevolg van eenzijdige keuzes ten voordele van geselecteerde partijen. Er wordt geopteerd voor projectontwikkeling en niet voor stadsontwikkeling, er wordt meer gedacht aan vastgoed voor enkelen dan aan wonen en werken voor iedereen. Elke stad lonkt exclusief naar jonge tweeverdieners, rentenierende babyboomers en jobs binnen de kenniseconomie. Stijn Oosterlynck en Pascal De Decker, twee eminente stadssociologen, pleiten samen in De Morgen voor meer focus op laaggekwalificeerde banen, voor een minder eenzijdig beleid pro goedgeschoolde blanke autochtonen en voor het meefinancieren van een stad door wie die stad gebruikt voor werk of plezier maar er niet wil wonen.

 

Neen, ik beweer helemaal niet dat de antistedelijkheid van de laatste decennia, die ook diep in verkavelingsvlaanderen geworteld zit, de oorzaak of de reden is van de bommen in de luchthaven. Ik beweer wel dat die bommen en de bijhorende schuldvragen niet mogen leiden tot het volharden in die antistedelijkheid, onder het zelfvergoeilijkend motto “zie je wel, die stad …!”.

Antistedelijkheid kweekt geen kruitvaten, dat zou te simpel zijn, antistedelijkheid moet wel dringend ontkracht worden om de samenleving correct te doen draaien. Dan zullen Brussel en andere steden vanzelf ook goed beginnen draaien. En daar hebben we allemaal belang bij.

Of sussen we ons geweten vanuit de wetenschap dat steden en vergeten stedelingen toch niet mogen betogen noch kunnen staken?