Doorzoek volledige site
09 juni 2016 | FILIP CANFYN

Recensie (Filip Canfyn): The Flexible City

Waar in Latijns- Amerikaans of in Aziatische steden de grenzen van bebouwing steeds opschuiven, liggen deze in Europa vast. De ruimtelijke opgave wordt daarmee fundamenteel anders. Niet langer gaat het om het bebouwen, maar om het verduurzamen van ruimte. Daarover gaat The Flexible City - Sustainable Solutions for a Europe in Transition. Filip Canfyn doorbladerde het werk met een kritisch oog. "Het is een Hollands boek: heerlijk helder, systematisch, geformatteerd. Al bij al is dit werk niet inspirerend maar geeft het wel inspiratie." 

Dit bijna-handboek voor de aanpak van stedelijke problemen vertrekt vanuit de essentiële vaststelling dat in vorige eeuw nagenoeg alle Europese steden in grootte zijn toegenomen als gevolg van de demografische en economische groei maar dat de ontwikkelingen van de huidige eeuw zich vooral zullen afspelen binnen de bestaande weefsels en niet meer in nieuwe uitbreidingen. De groei stuit immers op haar grenzen nu ruimte schaarser wordt, het demografisch profiel wijzigt en de economie op onzekerheid drijft. Daarom moet wat bestaat veranderd en verbeterd worden en bovenal verduurzaamd worden. Daarom moeten de steden hervormd worden met een flexibel planningsproces. Hoe dat proces er kan uitzien vormt de kern van dit op hoog niveau didactisch werk.

Het is een Hollands boek: heerlijk helder, systematisch, geformatteerd. Analyses met schema’s en vooral veel duidelijke tekeningen en foto’s, een uitgesproken structuur voor elk hoofdstuk, een klare layout. Hoofdbrok zijn 36 instrumenten voor een flexibele stad, in casu, 9 instrumenten per ‘limiting condition’. Inderdaad, elk planningsproces kent grenzen, criteria, parameters, … en die kunnen in vier categorieën ingedeeld worden: organisatorische, regelgevende-juridische, financiële en ruimtelijke limieten. Die limieten ontstaan dan weer vanuit telkens drie onderliggende oorzaken: locale context, gebruik-behoefte en timing. En elke oorzaak wordt tenslotte aangepakt met drie technieken. De resulterende 36 instrumenten worden uitgebreid geïllustreerd vanuit 18 voorbeelden, waaronder drie uit ons land. Nog overzichtelijker kunnen boeken niet meer worden.

Al bij al is dit werk niet inspirerend maar geeft het wel inspiratie. Ik bedoel, echt warm, begeesterd en enthousiast word ik hier niet van maar elke schepen, ambtenaar, professioneel, student, …, die van dicht of van ver met stedenbouw en stadsontwikkeling te maken heeft, kan hier op een grijze dag wel iets uit halen, dat hem verder op weg zet. En dat is al een zeer grote verdienste van een strak vakboek.

Het blijft allemaal wat vrijblijvend, voluntaristisch, kritiekloos. Ik vermoed dat de teksten bij de vele concrete voorbeelden gedicteerd zijn door de lokale initiatiefnemers, die natuurlijk moeilijk kunnen zeggen wat er allemaal is misgelopen of anders uitgedraaid. Het blijft bij een vermoeden omdat ik dit enkel kan checken bij de voorbeelden, die ik zelf ook ken, zoals, om er maar twee te noemen, de overhaaste invoering van een voetgangersgebied in het Brusselse centrum of de participatie bij de ontwikkeling van de Oude Dokken in Gent. Veel boeken over stedelijke ontwikkeling zijn trouwens in hetzelfde bedje ziek: het zijn altijd koek-en-ei-boeken, die vertrekken vanuit een diep geloof in de kansen van de stad. Zo’n schone motivatie kan ik wél appreciëren. Ook ik ben flexibel. 

GERELATEERDE DOSSIERS